Laat mij niet ontbreken waar ik nodig ben

Feest · 15 augustus · Maria ten hemelopneming · wit

Als een baby ter wereld komt, dan huilt hij bittere tranen, maar zijn ouders, zijn medemensen zijn vervuld van diepe vreugde, omdat een kind geboren werd. En als wij moeten sterven, zou juist het tegenovergestelde moeten plaats vinden: dan zou de stervende zich hartelijk moeten kunnen verheugen, omdat hij terugkeert naar de Vader en zouden zij die achterblijven treurig mogen zijn, omdat wij een grote leegte achterlaten. Zo zal het ook wel geweest zijn in het leven van Maria.

Wie ooit in Krakau voor het groot Maria-altaar heeft gestaan van Veit Stoss, zal dit beeld niet meer gemakkelijk kunnen vergeten. Maria zinkt stervend weg in de handen van de schreiende apostelen, met op het gelaat een hemelse glimlach. Waarom was dat zo bij Maria? Ik denk dat zich in haar leven vervuld heeft, wat wij in een lied zingen: ‘Laat mij daar niet ontbreken, waar ik nodig ben’, Maria ontbrak niet in het stille huisje van Nazaret, een plaats van gebed en stille beschikbaarheid. Daar heeft zij de boodschap van de engel in alle stilte vernomen, daar heeft zij zich in gebed beschikbaar gesteld voor haar roeping in de wereld: ‘Zie de dienstmaagd des Heren'.

Zo zouden ook wij nooit mogen ontbreken waar wij nodig zijn. Ook wij hebben in onze gezinnen de stilte nodig van het huisje van Nazaret, wij hebben het gebed nodig om Gods roepstem in ons leven te vernemen. Maar wij kennen geen stilte meer, wij komen niet meer tot gebed, daarom is er in onze gezinnen geen geborgenheid meer, kunnen wij nergens meer tot ons zelf komen. De engel des Heren is ook vandaag nog onderweg om Gods boodschap te melden, om roepingen te verwekken, maar hij vindt ons niet thuis, omdat wij niet zijn waar wij nodig zijn.

Maria ontbrak niet, waar zij nodig was: in het huis van Elisabet. Toen Maria vervuld werd van de heilige Geest, ging zij haastig over het gebergte, om haar bejaarde nicht in haar moeilijke uren bij te staan. Gods Geest dreef haar tot dienstbaarheid voor de anderen. Dienstbaarheid vanuit Gods Geest schept vreugde en blijdschap. Zodra Elisabet de groet van Maria hoorde, sprong haar kind van vreugde op in haar schoot. Elisabet jubelde vanuit de Geest: ‘Zalig zijt gij omdat gij geloofd hebt’, en Maria zelf zong haar Magnificat. In de blijde dienstbaarheid aan de anderen wordt nieuw leven geboren, daar weerklinkt een lied van vreugde. Wij mogen niet ontbreken waar wij nodig zijn, waar andere mensen op onze bijstand wachten. Wij mogen niet ontbreken waar anderen een beroep doen op ons, in ons eigen gezin, bij de buren, in onze parochie, overal waar wij kunnen helpen. Nauwelijks iemand doet tegenwoordig nog iets ter liefde Gods, wij denken veel meer aan verdienen dan aan dienen, alles moet dubbel en dik betaald worden. Daarom is er zo weinig vriendschap en blijdschap onder de mensen.

Tenslotte ontbrak Maria niet, waar ze nodig was, in de zaal van het Laatste Avondmaal, waar de angstige apostelen deuren en vensters hadden dichtgespijkerd. Daar was zij, temidden van de apostelen, om over hen de kracht van Gods Geest af te smeken. Zij verzamelde de verstrooide apostelen.

Wij mogen niet ontbreken, waar wij nodig zijn, om in onze tijd Gods Geest over de Kerk af te smeken. Zoveel christenen hebben uit vrees en menselijk opzicht de deuren van hun hart toegeslagen, zij kunnen niet meer geloven in de toekomst van de Kerk, zij zijn ontmoedigd. Wij mogen daar niet ontbreken om Gods Geest mee te delen, de geest van grootmoedigheid en durf. Het hangt ook van ons gelovig gebed af of wij een Kerk blijven, vervuld van Gods Geest, of overwoekerd door menselijke kleingeestigheid. Laat ons niet ontbreken waar wij nodig zijn, waar de Kerk samen-komt in gebed.

Zoeken in Preken Online