Maria gaat voor ons uit (2008)

Feest · 15 augustus · Maria ten hemelopneming · wit

* Het feest van de tenhemelopneming van Maria blijkt het oudste Mariafeest te zijn in de Kerk. Historisch onderzoek wijst erop dat reeds in de primitieve kerk haar verering begon op de berg Getsemani dicht bij haar vermeend graf in Jeruzalem. Het is niet klaar of zij in Jeruzalem dan wel in Efese is overleden. Het feest van haar ontslapen (dormitio) op 15 augustus, de oogstmaand, werd reeds in de 5de eeuw in de Oosterse Kerk algemeen, en verspreidde zich gaandeweg sinds de 8ste eeuw in het Westen onder de naam van “Tenhemelopneming” (assumptio). De viering van een heilige heeft altijd te maken met zijn of haar sterfdag. Dit is de dag van zijn of haar nieuwe geboorte. Dat is ook zo geweest voor de moeder van Jezus, de mens geworden Zoon van God.

1. Wat wij vandaag vieren heeft wel zijn bijbelse achtergrond.

  • In het evangelie (Lc 1,39-56) hoorden wij de ontmoeting van Maria met haar nicht Elisabeth, die het luid uitschreeuwde (Gr.: anefônèsen kraugèi megalèi): “Gij zijt de gezegende onder de vrouwen… zalig zij die geloofd heeft…” Die woorden klinken al als een zaligverklaring. Daarop antwoordt Maria met haar lofzang: “… Zie van heden af prijst elk geslacht mij zalig…”. Die woorden zijn als een echo van de aanspreking die de engel tot Maria had gebruikt: “Wees gegroet, genadevolle (Gr.: Kecharitômenè)…” Letterlijk: “Jij die voltooid bent, omgevormd bent in genade”. Van meet af was Maria met heel haar wezen zonder enige afwijking afgestemd op God. Dat is de betekenis van de klassieke term “Onbevlekte ontvangenis”. Dit woord van de engel wees reeds op het aansluitend geheim dat Maria in Lourdes zou bevestigen, nu juist 150 jaar geleden. Maria verdwijnt in haar zuiverheid en bescheidenheid zozeer dat ze alleen God door laat schijnen. Ze is als een venster waarop geen adem staat en geen stof. We zien het reine raam niet meer, maar het landschap buiten of alleen nog de zon. Twee geheimen die elkaar aanvullen.

  • Lucas kon deze woorden niet geschreven hebben in de loop van de eerste eeuw, indien Maria toen niet reeds werd erkend als degene die zulke lof verdiende. Het Magnificat plaatst in Maria het verzamelpunt van al wat God gedaan heeft voor zijn volk, en is tegelijk het oudste spoor van een bestaande Mariale verering. Het vormt een sonoor akkoord met de zaligsprekingen van Jezus, de normen van de ware heiligheid. Dit lied, zei Johannes-Paulus II, werpt een totaal nieuw licht op het leven. Het brengt ons het visioen van een volgehouden geloof (Castelgandolfo 15 aug. 1979). En reeds in de vierde eeuw zal de zingende H. Efraïm niet meer zwijgen over Maria’s hoge heiligheid.

2. De afkondiging van haar tenhemelopneming is een teken van hoop.

  • Het geloof van de verheerlijking van Maria in de hemel heeft altijd in de Kerk geleefd. Wat de Oosterse Kerk reeds lang uitdrukte in haar liturgie, hymnen en riten, werd in de Westerse Kerk als geloofspunt geformuleerd. Na de dogmaverklaring van de Onbevlekte Ontvangenis in 1854 kwam in Rome een stroom binnen van 8 miljoen petities opdat ook de Tenhemelopneming als dogma zou worden uitgeroepen. Dit is de hoogste vorm van heiligverklaring. Tenhemelopneming is niet hetzelfde als de verrijzenis of als de hemelvaart van Christus. Het is de logische voltrekking van haar volgehouden ja, van haar onafgebroken groei van zelfgave in geloof en liefde. Na brede consultatie bij het wereldepiscopaat heeft Paus Pius XII deze afkondiging gedaan, bewust op Allerheiligen 1950, en niet op 15 augustus, om aan te duiden dat de heerlijkheid waarin Maria nu deelt - met ziel en lichaam; dit is in haar totaliteit - niet apart staat en niet los te denken is van de grote schare heiligen, die op weg zijn geweest en nog op weg zijn naar deze eindvoltooiing. Toen men tijdens het Mariajaar 1987-88 aan de paus vroeg waarom hij dat feestjaar liet lopen vanaf Pinksteren 1987 tot 15 augustus 1988, antwoordde hij: “Omdat Pinksteren het begin was van de Kerkgemeenschap en het feest van Maria Tenhemelopneming de voltooiing hiervan insluit”. Maria is reeds daar, waar wij nog mogen komen. Zij is reeds zo, zoals wij nog moeten worden.

  • Niet zonder reden werd Maria op het einde van het Tweede Vaticaans Concilie uitgeroepen als beeld en aanzet van de Kerk. Zij is niet alleen als Moeder nauw met het godsvolk verbonden. Maar al wat in de geschiedenis van de Kerk aan geloofsgroei en groeipijn is gebeurd, is ook haar leven geweest. Zij gaat ons voor als een vooruitgeschoven spits op de weg van de heiligheid naar de voltooiing. Daarom mogen we in de Vrouw van het Boek Openbaring (Apok 11-12; eerste lezing) tegelijk Maria en de Kerk erkennen: De Vrouw die het Kind baart in conflict met de dreigende draak, en niet zonder het zegevierend slotakkoord: “Nu is gekomen het heil en de macht en het koningschap van God…” - In de parochiekerk van Wörth a.d. Isar (Beieren) is er een Maria-icoon, “Maria van Goede Raad”. Boven Maria zweeft de H. Geest, en weerszijden zien we de wolkkolom en de vuurzuil, die het pelgrimerend Godsvolk begeleidden door de woestijn. Dat is ten slotte het beeld van Maria als Vrouw van de eindtijd, en als teken van hoop en toekomstverwachting. Sinds de 11de eeuw zingt de Kerk over die hoop in het “Salve Regina”. Maar we zijn er te weinig van bewust: “Salve Regina, Mater misericordiae, vita, dulcedo et spes nostra…” - Spes nostra: zij is onze hoop, onze verwachting, zij wekt ons diepste verlangen, zij bereidt onze ware toekomst.

Zoeken in Preken Online