Maria ten hemelopneming (2004)

Feest · 15 augustus · Maria ten hemelopneming · wit

Zusters en broeders,

Ik weet niet hoe groot of hoe klein uw verering voor Maria is.
Ik weet niet of u haar dagelijks gedenkt in uw gebed, of u haar bezoekt in bedevaartsplaatsen of bij een kapelletje of thuis, bij een beeldje of prentje…
Ik hoef het ook niet te weten…
Ik zie de kaarsjes hier telkens weer branden en daarmee weet ik genoeg.
Ik weet dat mensen hun toevlucht tot haar blijven nemen.
En ik weet van de pijn van mensen, en van het geluk van mensen.
Ik weet van hun verdriet, en ik weet van hun hoop.
Ik weet van hun aarzelen en ik weet van hun vertrouwen.
En daarmee weet ik – andermaal – genoeg…

Want het gaat er niet om of we ervoor of ertegen zijn…
Het gaat er niet om of wij Maria vereren als ‘Hemelmoeder’ of als moeder van Christus.
Het gaat er niet om of wij wel duidelijk de plaats van Maria in de theologie erkennen, dan wel of wij haar tot Godin hebben gemaakt.
Dat is niet onbelangrijk, zeker niet. Maar het hoeft onze bekommernis niet te zijn. Daar zullen geleerde theologen zich wel over uitspreken.

Voor ons is het belangrijk dat we weten en voelen dat wij er in het leven niet alleen voor staan. Dat er iemand is bij wie we terechtkunnen met wat ons bezighoudt. Rijke, boeiende gebeurtenissen. Blijde en droeve…
Want niemand onder ons leeft een leven dat alleen maar uit zaligheid bestaat.
Niemand leeft een leven van rozen, en zoete morgendauw.
We leven het leven zoals het zich aandient. Met een glimlach heel vaak. Met zorgen heel dikwijls, en verborgen tranen van verdriet.
En daarmee lijken wij heel sterk op Maria, weet u…

Ook haar leven bestond voor een stuk uit pijn.
Pijn omdat het allemaal anders liep dan aanvankelijk gedroomd en gehoopt.
Pijn om een kind, dat andere, onbewandelde paden wilde gaan.
Pijn om het lijden van een kind. En om het onbegrip, en om het sterven…

En allemaal maken wij dat ook in mindere of meerdere mate mee.
Pijn om de liefde voor mensen die gebroken wordt door ziekte, door rouwen, door ruzie en onbegrip. Pijn om het afscheid nemen, zo dikwijls, en altijd zo meedogenloos hard…

Is het niet daarom dat die talloze kaarsjes hier branden?
Lichtjes als vraag naar solidariteit en begrip.
En we hebben gelijk, want nergens kunnen wij met het leven zoals het is, beter terecht dan bij Maria.
Maar ook zouden we moeten kunnen zeggen:
Nergens zouden christenen met het leven zoals het is, beter terecht moeten kunnen dan bij elkaar…
Wij zouden mensen moeten zijn van solidariteit.
Wij zouden mensen moeten zijn als lichtbakens van hoop, een haven voor elkaar in de stormen van het leven.

We slagen erin, zo nu en dan, zoveel is zeker.
Maar het blijft tezelfdertijd een stukje droom, een verlangen, een ideaal.
We hebben een leven lang om eraan te werken, om te leren hoe we mensen nog meer en beter nabij kunnen zijn.
Het geheim ligt verborgen in het evangelie, telkens weer.
Zo ook deze zondag, deze hoogdag: naar mensen toegaan, in dienstbare vreugde of in blije dienstbaarheid. En leven, ondanks de pijn, met een lied van vreugde op de lippen…

Want het leven is meer dan de pijn, meer dan het rouwen.
Het leven is hopen, vertrouwen telkens weer.
Het leven is als een lichtje, een kaarsje dat brandt.
Een vraag om begrip en nabijheid,
Een kans, een geschenk er te zijn voor elkaar.

Amen.

Zoeken in Preken Online