Rond koninginnedag, maar ook wel eens tussentijds, worden medailles en lintjes uitgereikt. Iemand die daarvoor in aanmerking komt moet minstens enkele fans hebben die zo’n onderscheiding aanvragen bij de betreffende instantie. Wie in het strafregister staat maakt geen kans, maar voor de rest is het een kwestie van het opsommen van de grote daden waarop kan worden teruggewezen, daden verricht als soldaat, als ambtenaar, als direkteur of als bevlogen burger. De daden moeten ofwel in hoogte ofwel in tijdsduur enige indruk hebben gemaakt. Is dit alles het geval dan volgt een bericht in de geest van: “Het heeft hare majesteit de koningin behaagt… enzovoorts” en de medaille komt er aan. Het uitreiken gaat met enige plechtigheid gepaard waarbij nog eens de grote verdiensten worden opgesomd, eventueel nog wat aangedikt, want de verheffing boven de gemiddelde moet duidelijk zijn. We zeggen wel eens dat dan iemand zowat de hemel wordt in geprezen, maar dat kan natuurlijk niet, want daar hebben wij mensen niets over te zeggen en als we het al wel zouden kunnen dan wil de gedecoreerde graag nog even wachten met die hemel. Bovendien we weten nog steeds niet hoe die hemel er uit ziet, alhoewel we daar goed vertrouwen in hebben.
Hoe anders is de onderscheiding die aan de moeder van Jezus lang geleden is uitgereikt. Die onderscheiding begon bij de boodschap van de engel, maar in de zes eeuw werd door de paus aan haar toegekend wat de eerste christenen haar allang hadden toegekend. Als moeder van Jezus was zij toch wel de eerste die er voor in aanmerking kwam om in navolging van Jezus zelf aan de eeuwige dood te ontkomen. De toekenning is niet helemaal belangeloos, want daarmee wordt nog eens gezegd wat voor iedere welgeaarde christen is weggelegd. Natuurlijk hoorde toen en nu daar een toespraak bij, maar die hoefde niet eens door bevriende relaties te worden aangedragen. Ze stonden al in het oude gedeelte van de Bijbel, het Oude Testament, vermeld. De onderscheiding kwam van God zelf, de erkenning komt pas later en dan van mensen. Inderdaad wordt zij geprezen, maar niet om haar grote daden. Het is God die de grote daden verricht aan haar en zij is het die geprezen wordt om de kleine daden, om haar geringheid, haar eenvoud, haar vertrouwen en geloof. De kleine daden, eigenschappen en verdiensten van Maria worden uitgebreid opgenoemd in de oude litanie van Maria, later nog eens gezet in een liedje door Elly en Rikkert. Zij is de enige die moeder van Jezus is geweest, maar er zijn oneindig veel vrouwen meer die hun grootheid hebben gezocht en gevonden in diezelfde kleine daden van zorg en goedheid, zoals in die litanie vermeld. Wat wij normaal niet kunnen, doen we vandaag wel: We prijzen haar de hemel in, als moeder van Jezus, maar ook als koningin van de armen, troosteres van bedroefden, trouwe hulp en nog veel meer. Kleine daden van goedheid waartoe ieder van ons toe in staat mag worden geacht. Elke dag zijn er moedes, maar ook vaders die dat bewijzen We hoeven hun geen medaille toe te kennen, we hoeven ze niet de hemel in te prijzen. Dat laten we aan God zelf over. Maar elk jaar op 15 augustus, vandaag dus, prijzen we wel Maria de hemel in, in het vertrouwen dat wij, zij het in de achterhoede, zullen volgen.