Moeder Teresa heeft eens tegen journalisten gezegd: ‘Ik ben meer en meer gaan beseffen dat de ergste ziekte waaraan een mens kan lijden het besef is dat je ongewenst bent, dat niemand je nodig heeft. Tegen veel ziekten is kruid gewassen, maar tegen deze ziekte, ongewenst te zijn, bestaat maar één geneesmiddel: liefhebben en dienen.'
In het evangelie dat wij zo juist lazen, zegt Jezus: het enigste geneesmiddel om mensen die gezondigd hebben tot inkeer te brengen is vergeven, nieuwe kansen scheppen, hen in hun waardigheid herstellen. Dit was nieuw in de dagen van Jezus, zo nieuw dat zelfs de eerste christenen moeilijkheden hadden om dit verhaal tijdens de diensten voor te lezen, men nam het gewoon niet op in een van de vier evangelies en toen het opgenomen werd, verschoof het gewoon van de ene naar de andere plaats. Zoals er met dit stukje evangelie werd gesold, zo werd er ook met deze vrouw gesold, ze werd door de farizeeën gebruikt als een pion in een schaakspel dat ze wilden spelen met Jezus. Zij wilden Jezus in de val lokken en daarvoor hadden ze haar nodig. De wet luidde namelijk: een vrouw die overspel pleegt, moet gestenigd worden. Wat zou Jezus zeggen: als Hij haar zou vrijspreken, dan was Hij een verachter van de wet, als Hij zou zeggen haar te stenigen, dan was Hij meedogenloos. Jezus voelde hun huichelarij. Hij begon in het zand te tekenen of te schrijven, dat staat niet heel duidelijk in de tekst. Wilde Hij daarmee tijd winnen om na te denken over hun valstrik, of tekende Hij een lijn met streepjes, zoiets als een kerfstok? Niet voor niets staat er dat de mannen een voor een wegliepen, de oudsten het eerst; hadden die misschien het meest op hun kerfstok? Misschien schreef Jezus in het zand om aan te duiden: bedenk toch, mens, wie je bent: je bent stof uit stof, hoe durf je dan de rechterstoel te beklimmen om over anderen de staf te breken? Het kan ook zijn dat Hij heeft gedaan wat kinderen in hun spel ook zo gemakkelijk doen: iets opschrijven en het meteen weer uitvegen, om aan te duiden hoe God zelf is, meer blij om één mens die zich bekeert dan om honderd die geen bekering nodig hebben, hoe God niets liever doet dan een streep door het zondige verleden van de mens halen om hem opnieuw te laten leven.
Jezus zweeg, de vrouw zweeg bij die mannen die een dodelijke kring hadden gevormd met een gesloten spijkerhard systeem in hun hand: zo doen wij met dergelijke vrouwen. ‘Wie zonder schuld is,’ zegt Jezus, ‘werpe dan maar de eerste steen!’ Dit woord neemt de zwaarte van de schuld niet weg en ontkent de verdiende straf niet, maar verlamt wel de arm van wie met stenen wil gooien. Zij gingen allemaal weg, er bleven maar twee mensen over: de barmhartige en zij die barmhartigheid nodig had. Zelf mocht de vrouw het bevrijdende woord spreken: ‘Niemand heeft mij veroordeeld.’ Toen zei Jezus tot haar: ‘Dan veroordeel ik je ook niet en moet jij je zelf ook niet veroordelen. Keer terug naar jezelf, naar je eigenlijke bestemming.'
Volgens Jezus is de wet geen gesloten systeem, zij geeft alleen de richting aan naar echte bevrijding, naar het echte geluk. Dat was nieuw in de dagen van Jezus: niet uitgaan van een systeem, maar van deze mens, die een bevrijdend woord nodig heeft; zeggen: blijf niet stilstaan bij het oude, je hoeft je niet langer vast te klampen aan het verleden, begin opnieuw.
Daarom spreekt Jezus geen oordeel uit over de vrouw, Hij zegt haar alleen niet meer hetzelfde te doen: ‘Ga heen en zondig niet meer!'
Wat is dit een mooi evangelie! Wanneer de bereidheid tot vergeven bij de mens ten einde is, dan is Gods barmhartigheid nog lang niet ten einde. Vreemd dat wij mensen zo gemakkelijk veroordelen, met stenen werpen, terwijl wij eigenlijk toch allemaal leven vanuit Gods barmhartigheid. Als wij allemaal aangewezen zijn op een genadige God, laten we dan proberen genadige mensen te worden, want vergeven past ons beter dan stenigen, en redden meer dan veroordelen.