Ze vroegen hem om partij te kiezen. Dat deed hij. Hij koos partij tégen niemand, maar wel vóór de overspelige vrouw in het verhaal van Johannes. Of dit verhaal werkelijk aan Johannes toegeschreven kan worden, betwijfelen de meeste commentatoren. Het is een later toevoegsel, menen ze, en soms werd het niet toegevoegd aan het evangelie van Johannes, maar aan dat van Lucas. Sommige specialisten zoals Raymond E. Brown (The Gospel According to John) menen dat de stijl van het verhaal meer lijkt op de stijl van Lucas dan op die van Johannes. Op het eerste gehoor kom je met dergelijke opmerkingen niet zo heel ver in een meditatie op dit verhaal. Wat maakt het nu uit of het verhaal van Johannes komt of van Lucas?
In feite maakt het wel een verschil. Lucas en Johannes schreven ieder een ander evangelie. In de versie van Lucas vindt de geneesheer Jezus steeds weer in zijn patiënten - voor Lucas is de zondaar een patiënt - het vermogen om te genezen. In dit verhaal vindt hij die potentie in de overspelige vrouw, maar eigenlijk ook in haar aanklagers, want ook die gaan ‘beter’ naar huis. Als Jezus de vrouw wegzendt met de woorden: ‘Ga heen en zondig niet meer’, spreekt hij tegelijkertijd zijn vertrouwen uit dat die vrouw dat ook kan doen. Hij vindt in haar voldoende grond en goede wil om dat te kunnen zeggen. Hij kiest partij voor haar omdat hij in haar iets positiefs vindt, dat niet ongedaan gemaakt kan worden, omdat het afhangt van iets dat groter is dan zijzelf. Hij doet wat Jesaja in de eerste lezing voorzegde: ‘Ik onderneem iets nieuws, het begin is er al: ziet ge het niet? Een weg leg ik door de steppe, rivieren laat ik stromen door de woestijn.'
Jezus doet dat steeds. Hij staat steeds aan de kant van de mens - van iedere mens. Hij staat aan de kant van Petrus en van de lamme man, van Levi en van de prostituee, van het verloren schaap en van de verkwistende jongere zoon, van Zacheüs en van de betrapte overspelige vrouw in het verhaal van vandaag. Hij is er steeds op uit om hoop te geven en op weg te helpen. Denk maar aan die scène van Lucas waar hij, terwijl hij aan het kruis geslagen wordt, toch nog bidt voor zijn beulen: ‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.’ Of wanneer hij even later tegen een van de moordenaars die met hem gekruisigd werden zegt: ‘Vandaag nog zult ge met me zijn in het paradijs.'
Hij is niet de enige die zo partij kiest. Etty Hillesum doet het ook in haar dagboek als ze bedenkt dat de God die ze in zichzelf vond, ook in anderen gevonden kan worden, hoe diep begraven ook. ‘Voor die Duitse soldaat zal ik vanavond ook moeten bidden. Eén van de vele uniformen heeft nu een eigen gezicht gekregen. .. en hij lijdt ook. Er zijn geen grenzen tussen de lijdende mensen, aan weerszijden van alle grenzen wordt geleden en men moet voor allen bidden. Goedenacht.’ De onbekende auteur van een gebed dat in het concentratiekamp Ravensbrück gevonden werd op het lijkje van een dood kind, koos ook zo partij. ‘O God, denk niet alleen aan de mannen en vrouwen van goede wil, maar ook aan die van kwade wil. Maar denk niet aan het lijden dat ze ons aandeden, denk aan de vruchten die wij voortbrachten dank zij al dat lijden, onze kameraadschap, onze trouw, onze nederigheid, onze moed, onze edelmoedigheid, de grootheid van hart die uit dit alles gegroeid is, en als ze naar het oordeel komen laat al de vruchten die wij voortbrachten hun vergiffenis zijn.'
Er worden geen bruggen afgebroken. Er worden geen scheidingen gemaakt tussen de goeden en de slechten, tussen de onderdrukkers en de onderdrukten, tussen de rijken en de armen; ze worden allen bij elkaar gehouden. Er wordt wel degelijk een keuze gemaakt. Er wordt gekozen voor de eenheid, de samenhang, en de uiteindelijke goedheid van het leven. Een keuze die dan tegelijkertijd inhoudt het afkeuren en bestrijden van alles wat dat leven uit elkaar rukt, voor sommigen onmogelijk maakt, of vermoordt. Jezus deed wat hij de anderen geholpen had te doen, hij zei: ‘Ook ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer.'