Schilderij van Rembrandt: de verloren zoon

C-cyclus · Vasten · 4e zondag van de Vasten · roze

Grote gestalte van de Vader. Hij lijkt wel een aartsvader- oervader. De zoon verdwijnt als het ware in de schoot van de vader. Hij wordt als het ware gehuld in de grote mantel van de Barmhartigheid van de Vader. Uit het gelaat van de vader spreekt deernis: Hij heeft geleden, maar hij is gelaten.

Opvallend zijn de twee handen: Ze verschillen sterk van elkaar. De linkerhand is sterk en gespierd, korte vingers. Een echte mannenhand. Die hand lijkt niet alleen aan te raken, maar met kracht vast te houden.

De rechterhand is ontspannen, lange vingers, het lijkt wel een vrouwenhand. Deze hand houdt niet vast maar rust zacht op de schouder van de zoon, liefkozend en strelend. het si een moedershand. Rembrandt wil uitdrukken: God is vader en moeder: Hij houdt vast: zij liefkoost Hij bevestigt, zij troost.

De zoon verbergt zich in de schoot van de vader:we zien zijn gezicht niet: hij moet zijn gezicht niet verliezen; Zijn schamelheid wordt uitgedrukt door de kleren die met een koord rond zijn lichaam hangen. Kijk vooral naar zijn blote voeten. Zijn schoen of wat er van overblijft staat naast zijn blote voet: hij staat naast zijn schoenen. Ze tonen de berooidheid van de jongste zoon. Hij is niets meer en verdwijnt in het niets.

Dit schilderij verwijst naar de parabel van de verloren zoon uit het evangelie van Lucas.

Lucas heeft als groot leidmotief in heel zijn evangelie: God ziet om naar de mensen. In het 15de hoofdstuk: God ziet om naar de verloren mensen. God wil redden wie verloren ging. De farizeeërs en schriftgeleerden verweten Jezus dat hij zich ophield met tollenaars en zondaars. Ja, dat Hij zelfs met hen aan tafel ging. Ze verwijten Jezus dat hij partij kiest voor de verkeerde groep. Zo doe je je naam geen eer aan.

Aan hen vertelt Jezus 3 parabels met telkens dezelfde grondwoorden.

Verloren - zoeken en vinden - feesten

Man heeft 100 schapen, verliest er een, gaat het zoeken en vindt het, houdt feest voor de buren.

Vrouw: 10 drachmen, verliest er 1, zoeken en vinden, viert feest met de buurvrouwen.

Vader: 2 zonen, verliest ze, zoeken en vinden, feesten.

Drie namen voor hetzelfde verhaal.

  • Verloren zoon: klemtoon op de jongste

  • Barmhartige Vader: klemtoon op de vader.

  • Een vader en twee zonen (laatste vertaling van de bijbel) hij verliest ze allebei.

  1. De jongste gaat naar een ver land. Hij wil zijn eigen weg gaan. Hij blijft niet op het bedrijf. Hij waagt zijn kans in de stad. Het mislukt, komt aan lager wal. Hij is reddeloos verloren. Hij heeft alles verloren behalve zichzelf. Hij komt tot bezinning. Ziet zijn situatie in; gaat op weg. Hij wil helemaal onderaan beginnen als een knecht. Het is een lange weg terug. Hij was verloren.

  2. Ook de oudste is verloren. Hij blijft thuis, neemt geen risico, leeft correct. Onderhoudt alle geboden. Doet geen vlieg kwaad. Hij is koel en hooghartig voor zijn medemensen. Hij lijkt sprekend op de farizeeërs waarmee Jezus het aan de stok heeft.

Hij staat ver van zijn vader. Hij begrijpt het hart van zijn vader niet. Hij staat kilometers ver van zijn broer. Hij noemt hem: die zoon van u. Hij reageert net als de farizeeër die kwaad zijn omdat Jezus het opneemt voor zondaars en tollenaars. Hij verwijt zijn vader dat hij partij trekt voor de verkeerde zoon. Hij weigert naar het feest te komen. De jongste heeft alles verloren, maar zichzelf behouden. De oudste heeft alles behouden maar zichzelf verloren. Beiden zijn verloren en de Vader gaat zoeken.

  1. De vader gaat op zoek naar zijn zonen.

Naar zijn jongste. Het is een lange weg. Hij zag hem al in de verte: op de uitkijk. Hij werd door medelijden bewogen: Hij snelde op hem toe, viel hem om de hals, kuste hem hartelijk. Met een overvloed aan feestdetails beschrijft Lucas de thuiskomst van de jongste: het mooiste kleed, een ring aan de vinger, sandalen aan, het gemeste kalf, feest.

Verloren - zoeken en vinden - feesten.

De vader gaat ook op zoek naar de oudste zoon. Het is een moeilijke weg. Hij stoot op onbegrip, kwaadheid, weigering om binnen te komen Zijn vader gaat naar buiten, dringt aan. Hij incasseert de verwijten van zijn oudste zoon en zijn hooghartige houding tegenover zijn broer: Die zoon van u

Als hij uitgeraasd is noemt hij hem met een troetelwoord: “jongen”, jij bent altijd bij mij en alles wat van mij is is ook van u. Hij biedt hem alles aan: zijn hebben en houwen.

Wat er gebeurt is met de oudste weten we niet. Belangrijk is dat God nooit iemand laat vallen.

Zoeken in Preken Online