Het gaat om de oudste zoon

C-cyclus · Vasten · 4e zondag van de Vasten · roze

Deze parabel heeft een ongehoord echo verwekt in alle tijden, over de hele wereld, in elk mensenhart. Wij noemen dat de parabel van de Verloren Zoon, maar eigenlijk gaat het over de houding van de oudste zoon. Als Jezus die parabel vertelt, wijst Hij met zijn vinger naar zijn toehoorders en zo ook naar ons en zegt: die oudste zoon, dat bent u!

Die oudste zoon zou er wel tevreden mee zijn geweest als zijn broer met hangende pootjes zijn excuus was komen aanbieden en nederig bekend zou hebben dat hij er nogal met de klompen doorgelopen had: hij had vóór vaders dood een boedelscheiding gevraagd. Niet om zelf een zaak op te zetten of iets dergelijks, maar om er goede sier mee te maken. En als hij dan flink in de knoei zit, dan komt hij terug, niet omdat hij berouw heeft, maar omdat hij honger heeft. Dan is papa weer goed genoeg. En hoor nou eens wat een feest papa die verloren bedelaar aanbiedt, die jarenlang de bloemetjes buiten gezet heeft en het familievermogen er door gedraaid heeft. En hij zelf, die altijd hard gewerkt heeft, altijd goed heeft opgepast, heeft nog nooit een bokje gekregen om eens met zijn vrienden feest te vieren. Je kunt wel goed zijn, maar je hoeft toch niet gek te zijn.

Ik denk dat de meeste van ons de oudste broer in zijn redeneringen wel gelijk zullen geven. Wij handelen ook bijna altijd zoals de oudste broer. Bij alle familieruzies, bij verbroken relaties met buren en vrienden. Zij moeten eindelijk maar eens toegeven… Zolang ze niet inzien… Ze moeten eerst maar eens naar hun eigen vuile was kijken… Zo denken we ook over de derde wereld: wij maar hard werken en gul geven als er voor die armoedzaaiers gecollecteerd wordt, en zij maar oorlog voeren en ons goede geld verkwisten. Zij moeten zelf maar wat doen voor de kost, dat moeten wij ook.

Tegenover die gedachten van de oudste zoon stelt Jezus de houding van de vader uit de parabel: die begint niet met voorwaarden te stellen, die loopt al op zijn zoon toe als hij hem heel in de verte ziet aankomen, die neemt geen wraak en zit niet op excuus te wachten. Eigenlijk weten wij met die houding van de vader geen goede raad. Wij rekenen altijd met plichten en verdiensten. Als iemand fout geweest is dan moet hij er ook maar voor boeten. Hoe plichtsgetrouwer wij zijn, des te moeilijker hebben wij het vaak met deze mateloze, vergevende liefde van God.

Toch wil Jezus dat wij een beetje de houding aannemen, zoals God die aanneemt tegenover de mensen die fout geweest zijn, dat wij ook hun het beste gunnen, zoals de vader zijn teruggekeerde zoon een machtig feest gaf, ook al verdienen ze het volgens ons oordeel niet. Want eigenlijk zijn we allemaal aangewezen op Gods barmhartige liefde. Maar die barmhartigheid van God zullen we pas kunnen verwerven als ook wij barmhartig zijn tegenover anderen. Niemand kan God tot Vader hebben, die zijn medemens niet als broer aanvaardt. Die zoon van jou, zegt de oudste zoon bitter; nee, die broer van jou, verbetert de vader. De weg naar het hart van de vader loopt nog altijd over het jawoord van liefde tot elke broer, wie het ook is en wat hij ook gedaan heeft.

Wie dat niet wil begrijpen, staat zoals de oudste zoon nog altijd vol wrevel buiten. Hij kan alleen delen in de feestvreugde als hij wil delen in de barmhartigheid van de Vader. Wie dat niet wil begrijpen is de verloren zoon.

Zoeken in Preken Online