De Barmhartige Vader (2007)

C-cyclus · Vasten · 4e zondag van de Vasten · roze

DE BARMHARTIGE VADER ( Lc. 15,11-32)

  • Volgens opiniepeilingen is de parabel van de barmhartige vader, of de verloren zoon, de meest gekende en populaire. Deze parabel vinden we alleen bij Lucas. Barmhartigheid is een geliefd thema bij hem. Alleen bij Lucas lezen we het verhaal van de barmhartige Samaritaan, de vrouw die haar zonden beweent, Jezus’ vergevende blik naar Petrus na zijn verloochening, Jezus’ vraag op het kruis: “Vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen.” (Lc. 23,34) en de gelijkaardige woorden van Stefanus bij zijn steniging: “Heer, reken hun deze zonde niet aan.” ( Hand. 7,60)…
    \
  • Merk wel dat Jezus deze parabel vertelde aan tafel bij Farizeeën en voor Farizeeën, die Hem voortdurend bespiedden en in het oog hielden omdat Hij ook met tollenaars en zondaars ging eten. De parabel is de derde van drie na elkaar over het redden wat verloren was: het schaap, het muntstuk en nu de twee zonen van de ene vader. Hij valt op zijn beurt open weer in een drieluik:

    * 1. Het 1ste tafereel biedt ons de jongste zoon, die zijn erfdeel opvordert en trekt naar een ver land, een heidens land, de diaspora: erg voor wetgetrouwe Joden. Hij leidt er een liederlijk en losbandig leven: Farizeeën waren deftige lui. Hij moet er ten slotte varkens hoeden: het summum van onreinheid. Hij is de perfecte zondaar. “Hij had wel willen de schillen eten, die de varkens aten…” Het ging wellicht om de schillen van de Johannesbroodboom. Er is een Joodse spreuk: “Als Israëlieten van het Johannesbrood eten, bekeren ze zich tot God.” – En inderdaad, de jongen komt tot nadenken, en wil naar zijn Vader terug. Hij bereidt zich voor en leert een vleiend excuus van buiten: “Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u; ik ben niet meer waard uw zoon te heten, maar neem me aan als een van uw dagloners.” Hij kent nog zijn vader niet. De ware liefde is hem vreemd. Daartegenover staat de biecht van de christen: zijn schuld belijden uit spijt dat men de liefde zelf heeft gekwetst, in de zekerheid dat Gods liefde zelf in staat is alles te herstellen.

    * 2. Het 2de tafereel brengt ons de vader. Hij is de centrale figuur. Beeld van God. De vader ziet hem al in de verte aankomen. God is de eerste. Hij staat er zelf al alvorens de zoon in beweging komt. Door medelijden bewogen loopt hij van de heuvel naar beneden. De barmhartigheid is het diepste in God. Hij stormt de zoon om de hals. De jongen heeft nauwelijks de tijd om zijn gemaakt en gerepeteerd lesje van zelfzuchtig berouw op te dreunen. De vader vraagt geen rekenschap. Hij geeft geen berisping… Wel het beste kleed, de ring en de sandalen; het complete herstel. Meer nog. Niet een geitje of schaapje wordt geslacht, maar het enige kostbare kalf, dat wellicht gefokt werd voor het komende huwelijk van de oudste zoon die thuis gebleven was. De exegeet Dom Dupont schreef in een uitvoerig werk over de “Zaligsprekingen” meer dan vijftig bladzijden over de voorrechten van de zondaar. Zijn grootste voorrecht bestaat erin het hart van God wakker te maken voor zijn ellende. Pas als men verloren was, ontdekt men de liefde van het vaderhart.

    * 3. Het 3de tafereel toont ons de oudste zoon, met wie het treurspel definitief begint. Hier krijgt de parabel zijn ‘pointe’, zijn directe toepassing. Hij was thuis gebleven, op het erf, op eigen Joodse bodem: “Al zoveel jaren dien ik u…” Lang dienen alleen maar om te verdienen kan gevaarlijk zijn. Hij heeft nooit een gebod overtreden… De typische houding van de Farizeeën. De aanwezige Farizeeën moesten zich in de oudste herkennen. Het ging om hen. – Hij wilde niet naar binnen. En als de vader zelf weer eerst in beweging komt, naar buiten, is hij kwaad. Niet op zijn broer, maar op zijn vader, die blijkbaar met zijn prestaties geen rekening houdt. Ook hij kent zijn vader nog niet, omdat ook hij de liefde niet kent. En uitvliegend spreekt hij tot hem over zijn broer als “die zoon van u”. En de vader geeft hem een les mild en minzaam: “ Al het mijne is het uwe – ge blijft mijn zoon - maar nu die broer (!) van u…” De broers hebben in de parabel elkaar niet ontmoet. Ze spraken alleen met de vader. - Het slot blijft open, en daarin ligt de kracht van de parabel. Wie is de echte verloren zoon ? Hij die in Gods barmhartigheid stapt, of hij die ze weigert ?

    * Het is het verhaal van de onberekende barmhartigheid van God, maar ook een verhaal van bekering en van eventuele niet-bekering. De broedertwist is een groot thema in de wereldliteratuur en ook in de bijbel. Denk aan de spanningen tussen Kaïn en Abel, Izaak en Ismaël, Ezaü en Jacob… De parabel sluit aan bij de tegenstellingen bij de Joden in Jezus’ tijd tussen Farizeeën en tollenaars die bij Jezus nieuwe kansen kregen, en zinspeelt op de spanningen in de oerkerk tussen christenen uit het Jodendom en de christenen uit het heidendom. Deze spanningen zijn van alle tijden ook binnen in de kerk. Spanningen die geleid hebben tot scheidingen onder de christenen. De discriminaties tussen armen en rijken, tussen rassen, tussen culturen…

    * De echte broederschap vandaag ontbreekt omdat we vaderloos zijn geworden. De christelijke broederschap gaat verder dan de horizontalistische “Fraternité” van de Franse Revolutie, kind van de Verlichting en de Rede. In het opkijken naar God die Vader is, wordt de kwaliteit van onze liefde bepaald. Vanuit dat opkijken ontstaat een nieuw levenspatroon, waarbij wij de anderen leren zien zoals de Vader ze ziet. Verzoening is wellicht het laatste waartoe wij komen. Het moet het laatste woord van ons leven zijn: het enige wat overblijft aan de overkant. Dat zal de hemel zijn.

Zoeken in Preken Online