Een paar jaar geleden was ik met mijn gezin voor een korte vakantie in Barcelona. Daar bezochten we het beroemde Park Güell. Hoewel het weer somber was, waren er in het park toch flink wat mensen van verschillende nationaliteiten. Er heerste een rustige sfeer in het park. Maar opeens kwam er een duif aan vliegen met een heleboel prachtige kleuren. Ik was verbaasd: het was echt een duif. Ik schoot in de lach: “Wie verzint het nu om een witte duif zoveel kleuren te geven”. “Ooooooh een Spaanse duif”, riep onze dochter en we renden achter de duif aan. Net als wij, riep iedereen iets in haar of zijn eigen taal over die prachtige duif en iedereen liep achter de duif aan. Steeds hipte het beestje een stukje verder over de paden van het park en iedereen volgde enthousiast, tot de duif na een tijdje weer wegvloog. Spontaan begonnen mensen te klappen en enthousiast door elkaar te roepen. Wat een bijzondere ervaring: zo’n kleurrijke vogel die er zomaar aan komt vliegen en alle mensen vrolijk en enthousiast maakt, ieder in haar of zijn eigen taal.
Een fractie van die bijzondere ervaring moet de leerlingen ook zijn overkomen toen ze de Geest kregen. Met Pinksteren daalde de Geest niet neer in de gedaante van een (gekleurde) duif maar, plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak. Het huis waar de leerlingen waren, was er vol van. Er verscheen aan hun iets dat op vuur leek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en zij begonnen te spreken in vreemde talen, naar gelang de Geest hun te vertolken gaf.
Hoe enthousiast zullen de leerlingen geweest zijn over de blijde boodschap van Jezus die weer even in hun midden was en zei: “Vrede zij u.” Wat zullen ze precies tegen de mensen op straat hebben gezegd? n stel dat je onderweg was om boodschappen te doen en daar stonden ze met z’n allen enthousiast over het Koninkrijk van God te praten, over hoe geweldig en helemaal super Jezus wel niet was en dat je je moest laten dopen… Zou je luisteren?
Vragende ogen van de kinderen en dan zachtjes tegen ze zeggen: “Loop maar gewoon door, die mensen hebben veel te veel gedronken”.
“Maar wat is dat dan met die mensen, mama?”, zullen de kinderen vragen.
“Ach, als mensen teveel drinken, gaan ze raar praten”
Maar in je hoofd klinkt: dronkaards en kinderen vertellen de waarheid. Zo sprankelend en enthousiast zouden we de blijde boodschap best weer tegemoet willen treden en ontvangen. In vuur en vlam zijn en begeesterd raken en samen komen. Zo samen kerk zijn. Maar velen van ons ervaren niet meer dan een heel klein waakvlammetje, of minder.
Toch kwam ik onlangs een kleurrijke duif tegen tijdens een bijeenkomst van het jongerenpastoraat. Een van de begeleiders vroeg aan de jongeren hoe ze over de kerkelijke situatie dachten. Een van de jongeren zei: “Het is allemaal heel erg wat er gebeurt. Maar weet je, ik ben niet zo kerkelijk opgevoed. Dat is nu even een voordeel. Dus als er gedoe is in de kerk heb ik er gewoon niet zo veel last van. Bij het jongerenpastoraat en de jongerengroepen is het goed en gaat het goed. Daar word ik enthousiast van. Dat is óók kerk en daar ga ik gewoon mee verder…