Vlam in de pan (2004)

C-cyclus · Paastijd · Pinksteren · rood

Vrijwel ieder van ons heeft het ooit meegemaakt dat er een feest gevierd moest worden, een lustrumviering, een jubileum van een collega of gouden bruiloft van de ouders. Maanden van tevoren komt men samen om een programma in elkaar te zetten. Heel gezellig maar er komt weinig uit. De tijd gaat dringen en dan komt iemand met een voordrachtje op de proppen waar ooit eerder succes mee is geboekt. Dan blijken plotseling ook anderen leuke voorstellen te hebben. Men wordt enthousiast, “het vuur slaat in de pan” en iedereen wil meedoen.

Dit gebeurt bij een naderend feest, maar het kan even goed een groots evenement, een musical, passiespelen of een of andere manifestatie zijn. Als eenling zie je zo iets niet zitten. Een tijdje wordt er met anderen van gedachten gewisseld. De angst voor een mislukking valt ineens weg, want een hele groep zegt: “Weet je wat: We gaan er voor”.

In onze geloofsgemeenschap zijn we meer dan vroeger op onszelf aangewezen. We houden ons koest, want de gelegenheid dat we met veel medegelovigen samen zijn om te bidden of van gedachten te wisselen over zaken als geloof en geweten doet zich maar weinig voor en toch net genoeg om elkaar af en toe enthousiast te maken, te sterken in je overtuiging. Bij de eerste samenkomst voor een Eerste Communie of Vormsel gebeurt zoiets.

Ook de apostelen hebben raakten kort na Jezus’ dood in zo’n situatie. Niemand van hen achtte zich in staat de wereld te gaan winnen voor zijn idealen. Ze misten hun grote leraar, ze voelden de leegte. Ze hebben de droevige gebeurtenissen rond het afscheid nog eens laten passeren. Maar, zoals dat gaat na een overlijden, al gauw krijgen de mooie herinneringen de overhand. Jezus had gezegd:“Gaat en onderwijst alle volken”. Dat zei Hij tegen een stel vissers die waarachtig niet bedreven waren in het toespreken en in beweging brengen van een menigte toehoorders. Dan ben je bang dat je van je tekst raakt, dat iemand je gaat tegenspreken of niemand wil luisteren. Redenen om angstig te zijn waren er genoeg. Bij de apostelen is dat niet zo gebleven. Ze zijn vele malen samen gekomen en hebben ook herinneringen opgehaald. Eerst vooral droevige herinneringen, vervolgens de toespraken van Jezus, de wijze waarop Hij wist te boeien, te troosten en bemoedigen. Ze ontdekten dat zij dat ook zouden kunnen doorgeven en de angst verdween omdat ze wisten dat ze iets heel goeds hadden door te geven en samen sterk konden zijn. Jezus was op zijn eentje nergens voor geweken; zij zouden het samen ook niet doen. “De vlam sloeg in de pan” , ze zeiden: “We gaan er voor”. Dat was Pinksteren toen.

Nu zitten wij af en toe bij elkaar en opnieuw lijkt het er op dat Jezus zojuist is gestorven. We halen herinneringen op aan wat er vroeger was. We missen het Rijk Roomse Leven. En toch, als we elkaar blijven ontmoeten, als we van gedachten blijven wisselen over de kern van het evangelie, dan slaat ook hier links en rechts de vlam in de pan en gaan mensen op pad om iets met die boodschap te doen.

Pinksteren is een dag om dankbaar te zijn voor al diegenen, die ons bemoedigen, dankbaar voor menslievende mensen, dankbaar voor degenen die onbevreesd het evangelie dagelijks in praktijk brengen. Misschien hebben of krijgen we zelf dat lef.

Zoeken in Preken Online