GODS LIEFDEKRACHT BEZIELT ONS HART EN VERNIEUWT DE WERELD!
Het is deugddoend dat wij, in ons christelijk geloof,
God ook mogen ervaren
als Heilige Geest, als de bezielende Kracht in ieder van ons.
Want er gaat een kracht uit van onze Liefde-God.
In de liturgie van vandaag wordt Zijn aanwezigheid beschreven
met symbolische tekens: Vuur!
Een heilig vuur dat brandt, maar niet vernietigt of verteert,
zoals bij het brandend braambos dat Mozes heeft ervaren.
Vandaag laait er blijkbaar een nieuwe vurigheid op,
een enthousiasme en een bezieling in ons kille, lauwe hart.
En Wind!
Een hevige wind, die ons doet denken aan de levensadem van God
over het water uit het scheppingsverhaal.
Op Pinksteren waait er blijkbaar een krachtige, nieuwe wind
over onze oude wereld.
Hier gebeurt een nieuwe schepping.
Vuur en Wind, het zijn de oude, bijbelse symbolen
voor de aanwezigheid van God Zelf.
Maar op Pinksteren vieren wij vooral
dat die Liefde-God met Zijn vurigheid en Zijn levensadem
op elk van ons neerkomt,
in ieder van ons woont om er voor altijd te blijven.
“Kunnen wij nog wel bezield worden?”
zullen sommigen zich misschien afvragen.
“Is er nog iets waardoor wij bewogen kunnen geraken,
na alles wat wij hebben meegemaakt?”
Mensen kunnen inderdaad heelwat ontgoochelingen oplopen.
Misschien toch vooral dán,
wanneer zij in beweging werden gebracht door dingen
die hen eigenlijk niet gelukkig konden maken\
- geldzucht, prestige, carrière, genot, oude ideeën -
of omdat zij hun energie hebben gestoken
in relaties die toch geen toekomst hadden.
Jong en oud, wij hebben allemaal nood
aan een nieuwe begeestering door iets dat ons leven waardevol maakt.
Wij geloven dat het kan.
Wij geloven in de komst van een nieuwe, echte liefde
in ons hart en ons gemoed.
Gods levenskracht is echter geen soort magnetische inductie
die iedereen willens nillens moet ondergaan.
Gods Geest is een liefdevolle kracht.
En liefde dwingt niet, maar nodigt uit,
praamt misschien en stuwt, maar respecteert steeds de andere.
Gods Geest komt wonen in wie zijn hart voor Hem openstelt,
in wie de liefde wíl toelaten in zijn leven.
Als wij Hem in ons binnenlaten,
dan is Hij wel geen gemakkelijke Gast,
maar Iemand die veel van ons durft vragen.
Bij alles wat wij ondernemen en doen,
“brengt Hij ons in herinnering wat Jezus gezegd heeft”,
nodigt Hij ons voortdurend uit tot de levensmentaliteit van Jezus:
zich breken en delen, opdat anderen zouden leven.
Geen zelfverheerlijking, maar zelfgave.
Die liefde vraagt een pijnlijke strijd tegen onze eigen zelfzucht.
Maar, hoe louterend dit ook is,
alleen deze zichzelf-gevende en anderen-dienende liefde
is bij machte ons te bezielen tot diep menselijk geluk.
Wie echt bewogen wordt, gaat ook zelf bewegen.
Wie bezield is, breekt naar buiten.
De eerste vrucht van de echte liefde is openheid.
Liefde maakt vrij.
Wie innerlijk bevrijd is van zijn zelfzucht
kan het niet nalaten op zoek te gaan om ook anderen te bevrijden
van alles wat mensen klein en opgesloten houdt.
Jezus’ bange leerlingen werden vrijmoedige getuigen.
En zij werden door allen begrepen.
Echte liefde doorbreekt en overschrijdt alle grenzen tussen mensen.
Echte liefde is een taal die door iedereen verstaan wordt.
Gods liefdekracht is niet beperkt tot een klein groepje vromen,
maar is bestemd en ervaarbaar voor allen.
Dat vieren wij met Pinksteren:
dat de Liefde in ons hart is uitgestort
en daar bezielend werkzaam is doorheen al het goede dat wij doen.
En dat die Liefde bij machte is
heel de wereld te vernieuwen, van binnenuit.
“Kom, Heilige Geest,
kom in ons hart en onze wereld wonen met Uw Liefdekracht!”