Paaszondag – jaar C

C-cyclus · Paastijd · Paaszondag · wit

Viering PCB Brugge

Paaszondag - B

3-4 april 2021

TOESPRAAK

Toon Hermans heeft ergens een versje dat zegt:

‘Sterven doe je niet ineens, maar af en toe een beetje en alle beetjes die je stierf* ’t is vreemd, maar die vergeet je.*** *** Het is je dikwijls zelfs ontgaan** je zegt: ik ben wat moe** maar op ’n keer dan ben je aan** je laatste beetje toe.’*** Dat is juist, denk ik. Sterven doe je niet ineens, maar af en toe een beetje…’Partir, c’est mourir un peu’. Iedere keer dat je afscheid moet nemen, iedere keer dat je leven ziet verloren gaan, iedere keer wanneer de dood je overvalt (soms in dagdagelijkse dingen), ga je een beetje dood. Goede Vrijdag is niet één keer in het jaar, maar af en toe een beetje (en soms ineens hèèl erg vèèl en heel straf…) De dood overvalt ons in het groot of in het klein, en dikwijls sluipt hij bij ons binnen op het onverwachts, en nog veel vaker doen we mekaar de dood aan in ontelbaar vele vormen… Maar misschien moet je dan à la Toon Hermans ook wel zeggen:

‘Verrijzen, opstaan uit de dood *** doe je niet ineens*** *** maar af en toe een beetje…’***

Kijk maar naar Jezus van Nazareth. Wij zeggen dat Hij op Pasen verrezen is en uit de dood is opgestaan. En wij gedenken en vieren dat vandaag over de hele wereld.

Maar hoe zouden wij dat kunnen geloven, als Hij niet reeds tijdens Zijn leven hier op aarde bij voorbaat uit alle denkbare, uit alle dagdagelijkse dood was opgestaan?

Zo STOND HIJ OP in de synagoge van zijn geboortedorp Nazareth, om voor te lezen uit de Schrift – dat grandioze visioen over het goede nieuws dat aan de armen wordt gebracht. Uit hoeveel weerstand tegen het riskante bestaan van een profeet is Hij toen niet opgestaan?

Zo STOND HIJ OP uit de slaap, daar in die boot, om de storm op het meer te bedaren. Uit hoeveel vermoeidheid en teleurstelling om het ongeloof van Zijn leerlingen is Hij toen niet overeind gekomen?

Zo STOND HIJ OP van tafel, om Zijn leerlingen de voeten te wassen. Uit hoeveel verzet tegen die moeilijke rol van knecht en dienaar van allen is Hij toen niet losgekomen?

Zo STOND HIJ OP uit zijn gebed in de Hof van Olijven. Of beter: Zijn gebed deed Hem toen opstaan. Al biddend kwam Hij zijn angst voor de dood te boven. Toen reeds, midden in die dood, brak het licht van Pasen in Hem door…

Hij STOND OP, staat er iedere keer. Met het paas-werkwoord. Hij, de Levende, de Opstandige – Hij was dag na dag op Zijn paasbest. Oprecht en rechtop ging Hij ten einde toe de weg van Zijn roeping: ‘… opdat zij leven zouden hebben, en wel in overvloed…’ (Joh. 10,10).

Nooit was Jezus voor ons werkelijk verrezen met Pasen, als Hij tijdens Zijn leven niet bij voorbaat uit alle denkbare vormen van dood was opgestaan.

Verrijzenis is stappen zetten naar nieuw leven, uit elke vorm van dood vandaan. Welke stap heb ik op dit moment in mijn leven te zetten? En hoe zal ik daar een begin mee maken – vandaag nog, als het kan..?

‘Christus is waarlijk opgestaan’ zeggen en zingen wij met Pasen. Staat Hij ook op in ons? In jou? In mij?

Opstaan en leven…

Pasen is in alle omstandigheden een keuze maken, door niet bij de pakken te blijven zitten en alles zomaar op zijn beloop te laten. Daar kom je niet echt verder mee. De engel bij het graf van Pasen waarschuwt ons daar ten zeerste voor. Jaren geleden werd ik geraakt door de verrijzenisscène van “The Passion” , op Goede Vrijdag uitgezonden vanuit Gouda in Nederland. Ik vond die scène vooral zo bemoedigend, omwille van de woorden die de Verrezen Jezus daar sprak tot de omstanders: ‘Geef mij je angst, Ik geef je er hoop voor terug. Geef mij je nacht, en Ik breng je de morgen. Geef mij jouw Goede Vrijdag, en Ik schenk jou iets van Pasen in ruil… Maak je geen zorgen: Ik vind altijd wel een uitweg uit de dood voor jou…’ Niet toevallig wenst Jezus tot twee keer toe ‘vrede’ aan Zijn leerlingen bij zijn eerste verschijnen na Pasen!

Vrede met jezelf, wat vooral ligt in het aanvaarden; het leven aanvaarden zoals het is: niet mooier, ook niet slechter. Jezelf aanvaarden, zodat je ook gemakkelijker de ander kan aanvaarden. Dan zal er ook al heel wat angst en vrees verdwijnen…

Je nooit neerleggen bij de situatie zoals die nu is, maar je blijven verzetten tegen alle onverschilligheid, tegen het cynisme in jezelf en in de wereld om je heen; tegen alle vormen van geweld, kwaad en dood… En proberen de lange weg te gaan van de hoop op de toekomst, en het geloof dat een nieuw begin altijd mogelijk is. 4pstaan’ dus – en stappen zetten in de spiraal van licht, geleid door het Licht van de paaskaars, die daar staat als een paal boven water…

Opstaan en leven zonder dat het kruipen is en lopen zonder dat het vluchten is en zitten zonder op je kop te laten zitten en spreken zonder een dictator te zijn en beminnen zonder dat je handen willen hebben en houden. Weigeren dood te gaan voor je geboren bent. ‘Goed’ willen leven voor allen. Hoe dan? Opstaan en met die vraag naar een ander gaan.

Opstaan – telkens weer opstaan.

En voluit leven!

geert dedecker


Viering PCB Brugge

Paaszondag - B

8-9 april 2023

TOESPRAAK

We komen eerst even terug op het thema ‘Van wrakhout mensen en kunstwerken maken’… dat we tijdens de Veertigdagentijd hier in de gevangenis PCB Brugge zondag na zondag aan bod hebben laten komen – mede geïnspireerd door de beelden van Omer Gielliet die in de kapel zijn opgesteld…

Voorbereiding op de Verrijzenis: op Stille Zaterdag verzorgt de Grote Kunstenaar, de God van Pasen, al onze kwetsuren van Goede Vrijdag; Hij maakt de slijtplekken mooi en vult het gemis op in ons bestaan…

En zo zijn wij dan straks helemaal klaar om ‘op ons paasbest’ te zijn voor de dag van Pasen…

De in Lyon geboren Franse straatkunstenaar Ememem tovert beschadigde wegen en trottoirs in verschillende grote Europese steden om tot kunstwerken. Hij doet dat door de scheuren en gaten die er zijn, op te vullen met kleine gekleurde keramische tegels en kleurrijke mozaïeken. Nogal wat inwoners van allerlei steden in het land vragen of zijn prachtige oplossingen voor de gebreken in hun wegennet kunnen en mogen worden nagemaakt. Foto’s van zijn werk worden gedeeld via verschillende lokale Facebook-groepen in de regio. In Frankrijk wordt hij ‘de stoepchirurg’ genoemd, omdat hij met zijn kunst de wonden van de stad behandelt, ze mooi maakt en heelt.

De in Parijs gevestigde kunstenares Juliana Santacruz Herrera begon onlangs met iets gelijkaardigs: het Project Pothole. Zij vult de gaten, breuken en kloven in allerlei straten op door kleurrijke wol te gebruiken. Voorwaar een leuk en origineel idee van kunst maken. Gaten in de weg zien er natuurlijk helemaal niet mooi uit en ze storen ons menselijk verkeer bij momenten heel erg. Op haar manier maakt de kunstenares die gaten en kuilen tegelijk zichtbaar én ook mooi en vriendelijk-aantrekkelijk. De kunst als een eeuwigdurende metamorfose van wonde naar wonder, en de kunstenaar (m/v) als mens van Pasen…

Hulpeloos gebed

Leg Je handen op de wonden van de wereld, leg Je handen op de wonden van ons hart en neem de gewonde aarde haar verdriet en haar bewoners op in de warmte van Je Wezen. Leer ons, samen dát te doen en dát te laten wat de wonden van de aarde, van de mensen heelt, zodat alles kan worden zoals het in den beginne is bedoeld.

Marijke de Bruijne: ‘Leven in lagen. Een zoektocht naar ‘God’.

Verrijzen doe je niet ineens, maar af en toe een beetje…

Jacques van onze gezinsgroep vertelt op één van onze maandelijkse bijeenkomsten: sinds mijn oude moeder onlangs gestorven is, blijf ik nu op mijn werk eten, ’s middags. Vroeger ging ik altijd naar haar toe, maar dat kan nu niet meer. Maar de eerste keer dat ik op mijn werk bleef eten, heb ik mijn ogen uitgekeken! We stopten ’s middags om te eten, en toen zette iedereen zich op zijn gat neer in het atelier: hier eentje alleen in een hoek, daar een paar bijeen naast hun machine. En er was niemand die tegen mij zei: ‘Kom Jacques, zet je hier maar bij ons…’ Nochtans werk ik daar het langste van allemaal, in dat atelier. Ik vond dat “wreed embetant”, maar ik heb niets gezegd. Ik heb een paar schragen genomen en een spaanderplaat die daar ergens stond, en ik ben een soort van tafel in mekaar gaan timmeren. Ze keken allemaal verbaasd toe, en toen mijn werk af was, heb ik gezegd: ‘Kom gasten, zet u bij, we gaan samen eten, da’s veel plezanter…’ En – eerst aarzelend, maar hoe langer hoe beslister en enthousiaster is de één na de ander er bij komen zitten, en we hebben ons “gejeund” die middag… En sinds die dag doen we dat nu elke keer zo. Een kwestie van wat gezelligheid en samenhorigheid te creëren op het werk, te midden de sleur en slenter van elke dag… Wat Jacques daar zo ineens vertelt, dat is een klein verrijzenisverhaaltje. Een feitje uit het leven gegrepen, dat spreekt van eventjes in opstand komen tegen de dagdagelijkse sleur en slenter, tegen het “elk voor zich” en “ieder op zijn eigen”…, tegen de “kleine, alledaagse dood” dus. Dood is: dat op het werk ieder met zichzelf bezig is. Dat er geen gemeenschap is, geen groepsgevoel, geen vriendschap, geen verbondenheid. Dood is: dat je je daar bij neerlegt, omdat er nu eenmaal toch niets aan te doen is; omdat het altijd zo geweest is en waarschijnlijk altijd zo zal blijven. Dood is: dat je het zelfs niet meer opmerkt dat het zo gaat – dat je er niet meer over nadenkt of er misschien alternatieven en simpele, creatieve oplossingen te vinden zijn. Dood is dat je er zelf niets aan doet en alles bij het oude laat, omdat je je te klein voelt en te bang… Toon Hermans heeft ergens een versje dat zegt: ‘Sterven doe je niet ineens, maar af en toe een beetje en alle beetjes die je stierf ’t is vreemd, maar die vergeet je. *** Het is je dikwijls zelfs ontgaan je zegt: ik ben wat moe** maar op ’n keer dan ben je aan** je laatste beetje toe.’*** Dat is juist, denk ik. Sterven doe je niet ineens, maar af en toe een beetje…’ ‘Partir, c’est mourir un peu’. Iedere keer dat je afscheid moet nemen, iedere keer dat je leven ziet verloren gaan, iedere keer wanneer de dood je overvalt (soms in dagdagelijkse dingen van alleen-zijn en bang en hopeloos…), ga je een beetje dood. Goede Vrijdag is niet één keer in het jaar, maar af en toe een beetje (en soms ineens hèèl erg vèèl en heel straf…) De dood overvalt ons bij momenten in het groot of in het klein, en dikwijls sluipt hij bij ons binnen op het onverwachts (de dood in al zijn vele gedaanten is een lafaard en een sluipschutter!), en nog veel vaker doen we mekaar de dood aan in ontelbaar vele vormen… Maar misschien moet je dan à la Toon Hermans ook wel zeggen: ‘Verrijzen, opstaan uit de dood,** *** Pasen beleven en mee-maken,*** *** doe je niet ineens*** *** maar af en toe een beetje…’*** Mijn vader – ik ben de zoon van Jozef de timmerman, moet je weten - is al gestorven in 1975. Bijna vijftig jaren geleden al, en dag op dag een jaar na mijn priesterwijding (op 5 juli). Onvoorstelbaar lang geleden is dat - wat gaat de tijd toch snel - en toch is het in mijn herinnering nog heel dichtbij gebleven… Toen hij gestorven was (het was in de nacht van zaterdag op zondag), is mijn jongste zus die verzorgende was en die in de kliniek van Tielt bij hem gewaakt had, naar huis gekomen. Het was midden in de nacht. Wij zijn met ons allen verslagen en onthutst samen rond de tafel gaan zitten, en mijn zus heeft verteld, met horten en stoten, van ons vaders laatste woorden en hulpeloze gebaren, en hoe moeilijk hij afscheid van het leven had genomen. Het is toen minuten lang stil gebleven rond de tafel bij ons thuis. Maar toen heb ik ineens iets zien gebeuren waarvan ik achteraf altijd heb gedacht: dàt was een waarachtig paasmoment! Mijn moeder stond ineens van de tafel op en zei: ‘Kom gasten, we gaan voortdoen! Ik ga koffie maken…’ Op dat moment, denk ik altijd, is mijn moeder beginnen te verrijzen uit mijn vaders dood… Niet dat het ineens allemaal over was, het verdriet en de zorg en de rouw en de angst om alleen achter te blijven. Natuurlijk niet. Mijn moeder heeft nog vijfentwintig jaar als weduwe verder geleefd, en dat viel haar bij momenten erg lastig. Maar ik heb haar in al die jaren wel honderd keren opnieuw zien ‘opstaan’ en ‘rechtop komen’ en zo een beetje zien ‘verrijzen’ uit de dood van mijn vader, en altijd weer werd die veerkracht en die ‘opstandigheid’ vertaald en vertolkt in simpele woorden en dagdagelijkse gebaren: ‘Kom gasten, we gaan voortdoen! Ik ga koffie maken…’ Vanaf dat moment heb ik geleerd: verrijzenis is ìn het leven, vóór de dood. Is uitbreken uit macht die mensen klein houdt. Recht komen uit de dood die ons dagdagelijks bekruipt. En telkens opnieuw en onvoorwaardelijk kiezen voor het leven.
We moeten weten en voorgoed onthouden: er zijn altijd weer mensen die gààn en blijven voorgaan op die weg van Pasen.

Want overal zie je mensen,

die stand houden in het goed-zijn:

toegewijd aan elkaar:

koffie maken, een tafel dekken,

wonden verbinden, de moedeloosheid bezweren,

terugvechten, de dood weerstaan,

stille voortdoen, de ‘coerage’ niet verliezen…

En waar de een zegt: ‘‘We kunnen niets meer doen …"

zegt een ander: ‘‘We kunnen nog veel betekenen."

Waar de een zegt: “Dit is het einde…”

zegt een ander: “Hier is een nieuw begin.”

Zet meer komma’s dan punten.

Er is meer licht dan je weet.

(Marinus van den Berg)**

Driftwood Christ (Wrakhouten Christus); beeld van R. Baker,

St. Mary’s Church Rye, Zuid-Engeland

Verrijzen doe je in het leven…

Overal ter wereld, soms te midden van de meest uitzichtloze situaties, zetten mensen door. Gedragen door de onuitroeibare hoop op een betere toekomst. De christenen onder hen mede ook vanwege de herinnering aan het leven en sterven van Jezus, en aan de bevestiging door God van het zinvol zijn van dat leven en sterven, over de dood heen. Verrijzenis gebeurt waar mensen het hoofd niet in de schoot leggen, maar opstaan uit moedeloosheid en wanhoop. Het gebeurt al evenzeer als groepen solidair blijven met wie onrecht wordt aangedaan. En in de grote wereld: opstanding vindt plaats als volkeren vreedzaam – of, waar dat onvermijdelijk is, met geweld – in verzet komen tegen onrecht. Opstand, opstanding en verrijzenis: daarover gaat het met Pasen. Daarvan moeten wij elkaar op de hoogte houden. Steeds weer tekenen en signalen, concrete voorbeelden en ervaringen verzamelen van het onverwoestbaar geloof dat mensen bezielt op weg naar een betere toekomst of een nieuw begin.

PASEN, VERRIJZENIS, NIEUW LEVEN… IS IETS DAT WE ELKAAR DAG NA DAG MOETEN AANDOEN, OOK HIER IN DE GEVANGENIS…

(want elkaar ‘de dood aandoen’ – dat houdt niets in, dat zien we heelder dagen rondom ons gebeuren, in het klein en in het groot…)

Zelfstandige naamwoorden

Een onderwijzeres die in een groot ziekenhuis aan kinderen bijles gaf, kreeg een telefoontje van een collega-onderwijzer met de vraag of ze een jongentje uit zijn klas wilde opzoeken: ‘We zijn bezig met de zelfstandige naamwoorden en bijwoorden. Ik zou je heel dankbaar zijn als je hem met zijn huiswerk zou willen helpen, zodat hij niet achter raakt.’ Pas toen de onderwijzeres in het ziekenhuis voor de kamer van het jongetje stond, realiseerde ze zich dat het een kamer was die in de afdeling gelegen was voor mensen met ernstige brandwonden. Niemand had haar er op voorbereid dat ze daar een kind zou vinden dat afgrijselijk verbrand was en heel erg pijn leed. Ze wilde en kòn echter niet zondermeer weggaan en daarom stamelde ze wat onhandig tegen iemand van het personeel: ‘Ik ben de ziekenhuisonderwijzeres en zijn onderwijzer heeft gevraagd of ik hem zou willen helpen met taal.’ De jongen die dat hoorde had zoveel pijn, dat hij nauwelijks kon reageren. De onderwijzeres begon met de moed in de schoenen aan de les over de zelfstandige naamwoorden; ze stuntelde door de opgaven heen en schaamde zich vreselijk dat ze hem zo’n zinloze taak liet maken. De volgende morgen vroeg de hoofdverpleegster van de afdeling haar: ‘Wat hebt u toch met dat jongentje op kamer acht gedaan?’ Voor ze in verontschuldigingen kon losbarsten, viel de verpleegster haar in de rede: ‘’U begrijpt het niet. We waren zo bezorgd over hem, maar sinds u hier gisteren bent geweest, is hij helemaal veranderd. Hij vecht weer, hij reageert op de behandeling, het lijkt of hij ineens besloten heeft om weer te gaan leven.’ Veel later vertelde de jongen dat hij de hoop om ooit beter te worden reeds helemaal had opgegeven, tot op de dag dat de onderwijzeres op bezoek kwam. Hij realiseerde zich toen ineens, zo vertelde hij onder tranen, ‘dat ze toch geen onderwijzeres zouden sturen naar een ten dode opgeschreven jongen om hem de geheimen van de zelfstandige naamwoorden en bijwoorden bij te brengen..?’ (naar een verhaal van Joyce Hollyday)

Opstaan en leven…

Jezus wenst tot twee keer toe ‘vrede’ aan Zijn leerlingen bij zijn eerste verschijnen na Pasen! In Zijn Naam wens ik jullie vandaag evenzeer die vrede toe.

Pasen is: in alle omstandigheden en situaties van het leven een keuze maken, om niet bij de pakken te blijven zitten en alles zomaar op zijn beloop te laten. Daar kom je niet echt verder mee. De engel bij het graf van Pasen waarschuwt ons daar ten zeerste voor. Jaren geleden werd ik geraakt door de verrijzenisscène van “The Passion”, op Goede Vrijdag op TV uitgezonden vanuit Gouda in Nederland. Ik vond die scène vooral zo bemoedigend, omwille van de woorden die de Verrezen Jezus daar sprak tot de omstanders: ‘Geef mij je angst, Ik geef je er hoop voor terug. Geef mij je nacht, en Ik breng je de morgen. Geef mij jouw Goede Vrijdag, en Ik schenk jou iets van Pasen in ruil… Maak je geen zorgen: Ik vind altijd wel een uitweg uit de dood voor jou…’ Het is niet toevallig dat Jezus tot twee keer toe ‘Vrede’ wenst aan Zijn leerlingen bij Zijn eerste verschijnen na Pasen! Daarmee wil hij zeggen aan Zijn leerlingen én aan ons: Ik wens jou Vrede met jezelf, wat vooral ligt in het aanvaarden; het leven aanvaarden zoals het is: niet mooier dan het is, maar ook niet slechter. Jezelf aanvaarden, zodat je ook gemakkelijker de ander kan aanvaarden. Dan zal er ook al heel wat angst en vrees verdwijnen. En terzelfdertijd wil Hij ons zeggen: Je mag je nooit neerleggen bij de situatie zoals die nu is, maar je moet je blijven verzetten tegen alle onverschilligheid, tegen het cynisme in jezelf en in de wereld om je heen; tegen alle vormen van geweld, kwaad en dood… Proberen de lange weg te gaan van de hoop op de toekomst, en het geloof dat een nieuw begin altijd mogelijk is. ‘Opstaan’ dus – en stappen vooruit zetten, geleid door het Licht van de Paaskaars, die daar dicht bij het altaar staat als een paal boven water…

Se lever et vivre…

Jésus souhaite deux fois la “paix” à ses disciples lors de sa première apparition après Pâques!

En son nom, je vous souhaite la même paix aujourd’hui.

Pâques, c’est faire un choix en toutes circonstances, pour ne pas rester dans le status-quo, pour ne jamais laisser les choses suivre leur cours. Cela ne mène nulle part. L’ange du tombeau de Pâques nous en avertit fortement. Il y a des années, j’ai été touché par la scène de résurrection de “La Passion”, diffusée à la télévision le Vendredi Saint depuis Gouda, aux Pays-Bas. J’ai trouvé cette scène particulièrement encourageante, en raison des paroles que Jésus ressuscité y prononçait à l’intention des spectateurs: “Donnez-moi votre peur, je vous donnerai l’espérance en retour. Donnez-moi votre nuit, et je vous apporterai le matin. Donnez-moi votre Vendredi Saint, et je vous accorde quelque chose de Pâques en retour… Ne vous inquiétez pas: je trouve toujours pour vous un moyen d’échapper à la mort…

Ce n’est pas par hasard que Jésus souhaite deux fois la paix à ses disciples lors de sa première apparition après Pâques!

Il veut ainsi dire à ses disciples et à nous-mêmes: je vous souhaite la Paix avec vous-même, qui réside avant tout dans l’acceptation - l’acceptation de la vie telle qu’elle est, pas plus belle qu’elle n’est, mais pas pire non plus. S’accepter soi-même pour pouvoir accepter plus facilement les autres. Alors, beaucoup d’anxiété et beaucoup de peur disparaîtront aussi.

Et en même temps, Il veut nous dire: iI ne faut jamais se résigner à la situation telle qu’elle se présente, mais il faut continuer à résister à toute indifférence, à tout cynisme en soi et dans le monde qui nous entoure; lutter contre toute forme de violence, de mal et de mort…

Essayer d’ aller le long chemin de l’espoir vers l’avenir, et cultiver la croyance qu’un nouveau départ est toujours possible. Alors “Levez-vous” - et faites des pas en avant, guidés par la lumière du Cierge Pascal, qui se tient là près de l’autel, comme un phare au port…

Rise up and live…

Jesus twice wishes “peace” to His disciples at His first appearance after Easter! In His Name, I wish you the same peace today. Easter is: making a choice in all circumstances, by not hanging in there, and letting things take their course. You don’t really get anywhere with that. The angel at the tomb of Easter strongly warns us about that. Years ago I was touched by the resurrection scene of “The Passion”, broadcast on Good Friday on TV from Gouda in the Netherlands. I found that scene especially so encouraging because of the words that the Resurrected Jesus spoke there to the bystanders: “Give me your fear, I give you hope in return. Give me your night, and I bring you the morning. Give Me your Good Friday, and I grant you something of Easter in return… Don’t worry: I always find a way out of death for you…’ It is not coincidentally, that Jesus wishes ‘Peace’ twice to His disciples at His first appearance after Easter! With this words, He wants to say to His disciples as well as to us: I wish you Peace with yourself, which lies especially in accepting; accepting life as it is - no better, no worse. Accept yourself, so that you can accept the other more easily. Then a lot of anxiety and fear will disappear from your life… And at the same time, he wants to say to each of us: you should never resign yourself to the situation as it is, but continue to resist to all indifference, all cynicism in yourself and in the world around you; continue to struggle against all forms of violence, evil and death… Try to go the long way of hope for the future, and train yourself in the belief that a new beginning always is possible. So “Stand up” - and take steps forward, guided by the light of the Paschal Candle, which stands there at the front of the altar, like a lighthouse at the harbor…

Ik wens jullie allen van harte een Zalig Pasen – Amen. Hallelujah!

Je vous souhaite de tout cœur de Joyeuses Pâques - Amen. Alléluia!

I heartily wish you all a Blessed Easter - Amen. Hallelujah!

Tekening: ‘De Verrezen Christus in de gevangenis’ door een gedetineerde (+2019) getekend voor de Paasviering in de gevangenis van St Gillis – Brussel

Opstaan

en leven zonder dat het kruipen is en lopen zonder dat het vluchten is en zitten zonder op je kop te laten zitten en spreken zonder een dictator te zijn en beminnen zonder dat je handen willen hebben en houden. Weigeren dood te gaan voor je geboren bent. ‘Goed’ willen leven voor allen. Hoe dan? Opstaan en met die vraag naar een ander gaan.

Opstaan – telkens weer opstaan.

En voluit leven!

Se lever

et vivre

sans ramper

et courir

sans s’enfuir

et s’asseoir

sans se laisser abbatre

et parler

sans être un dictateur

et aimer

sans vouloir que vos mains

veulent avoir et conserver

Refuser

de mourir

avant d’être né.

Vouloir vivre “bien” pour tous.

Comment faire ça?

Se lever

et poser cette question

à une autre.

Se lever - encore et encore.

Et vivre pleinement sa vie!

Get up

and live

without crawling

and running

without running away

and sitting

without get knocked on your head

and speaking

without being a dictator

and loving

without your hands wanting

to have and hold

Refuse

to die

before you are born.

Wanting to live “well” for all.

How can you do that?

Get up

and with that question

go to another.

Getting up - again and again.

And live your life to the fullest!

Pasen zegt: alle pogingen om ‘de Nieuwe Mens’ te verbrijzelen, zijn ijdel. Hij staat toch altijd weer op, stap voor stap, ook omdat Hij door mensen hier en daar en stukje bij beetje telkens weer opgebouwd wordt. En dat gebeurt meestal in het verborgene, en vaak van onderuit…

samenstelling: geert dedecker


Viering PCB Brugge

Paaszondag - B

8-9 april 2023

TOESPRAAK

We komen eerst even terug op het thema ‘Van wrakhout mensen en kunstwerken maken’… dat we tijdens de Veertigdagentijd hier in de gevangenis PCB Brugge zondag na zondag aan bod hebben laten komen – mede geïnspireerd door de beelden van Omer Gielliet die in de kapel zijn opgesteld…

Voorbereiding op de Verrijzenis: op Stille Zaterdag verzorgt de Grote Kunstenaar, de God van Pasen, al onze kwetsuren van Goede Vrijdag; Hij maakt de slijtplekken mooi en vult het gemis op in ons bestaan…

En zo zijn wij dan straks helemaal klaar om ‘op ons paasbest’ te zijn voor de dag van Pasen…

De in Lyon geboren Franse straatkunstenaar Ememem tovert beschadigde wegen en trottoirs in verschillende grote Europese steden om tot kunstwerken. Hij doet dat door de scheuren en gaten die er zijn, op te vullen met kleine gekleurde keramische tegels en kleurrijke mozaïeken. Nogal wat inwoners van allerlei steden in het land vragen of zijn prachtige oplossingen voor de gebreken in hun wegennet kunnen en mogen worden nagemaakt. Foto’s van zijn werk worden gedeeld via verschillende lokale Facebook-groepen in de regio. In Frankrijk wordt hij ‘de stoepchirurg’ genoemd, omdat hij met zijn kunst de wonden van de stad behandelt, ze mooi maakt en heelt.

De in Parijs gevestigde kunstenares Juliana Santacruz Herrera begon onlangs met iets gelijkaardigs: het Project Pothole. Zij vult de gaten, breuken en kloven in allerlei straten op door kleurrijke wol te gebruiken. Voorwaar een leuk en origineel idee van kunst maken. Gaten in de weg zien er natuurlijk helemaal niet mooi uit en ze storen ons menselijk verkeer bij momenten heel erg. Op haar manier maakt de kunstenares die gaten en kuilen tegelijk zichtbaar én ook mooi en vriendelijk-aantrekkelijk. De kunst als een eeuwigdurende metamorfose van wonde naar wonder, en de kunstenaar (m/v) als mens van Pasen…

Hulpeloos gebed

Leg Je handen op de wonden van de wereld, leg Je handen op de wonden van ons hart en neem de gewonde aarde haar verdriet en haar bewoners op in de warmte van Je Wezen. Leer ons, samen dát te doen en dát te laten wat de wonden van de aarde, van de mensen heelt, zodat alles kan worden zoals het in den beginne is bedoeld.

Marijke de Bruijne: ‘Leven in lagen. Een zoektocht naar ‘God’.

Verrijzen doe je niet ineens, maar af en toe een beetje…

Jacques van onze gezinsgroep vertelt op één van onze maandelijkse bijeenkomsten: sinds mijn oude moeder onlangs gestorven is, blijf ik nu op mijn werk eten, ’s middags. Vroeger ging ik altijd naar haar toe, maar dat kan nu niet meer. Maar de eerste keer dat ik op mijn werk bleef eten, heb ik mijn ogen uitgekeken! We stopten ’s middags om te eten, en toen zette iedereen zich op zijn gat neer in het atelier: hier eentje alleen in een hoek, daar een paar bijeen naast hun machine. En er was niemand die tegen mij zei: ‘Kom Jacques, zet je hier maar bij ons…’ Nochtans werk ik daar het langste van allemaal, in dat atelier. Ik vond dat “wreed embetant”, maar ik heb niets gezegd. Ik heb een paar schragen genomen en een spaanderplaat die daar ergens stond, en ik ben een soort van tafel in mekaar gaan timmeren. Ze keken allemaal verbaasd toe, en toen mijn werk af was, heb ik gezegd: ‘Kom gasten, zet u bij, we gaan samen eten, da’s veel plezanter…’ En – eerst aarzelend, maar hoe langer hoe beslister en enthousiaster is de één na de ander er bij komen zitten, en we hebben ons “gejeund” die middag… En sinds die dag doen we dat nu elke keer zo. Een kwestie van wat gezelligheid en samenhorigheid te creëren op het werk, te midden de sleur en slenter van elke dag… Wat Jacques daar zo ineens vertelt, dat is een klein verrijzenisverhaaltje. Een feitje uit het leven gegrepen, dat spreekt van eventjes in opstand komen tegen de dagdagelijkse sleur en slenter, tegen het “elk voor zich” en “ieder op zijn eigen”…, tegen de “kleine, alledaagse dood” dus. Dood is: dat op het werk ieder met zichzelf bezig is. Dat er geen gemeenschap is, geen groepsgevoel, geen vriendschap, geen verbondenheid. Dood is: dat je je daar bij neerlegt, omdat er nu eenmaal toch niets aan te doen is; omdat het altijd zo geweest is en waarschijnlijk altijd zo zal blijven. Dood is: dat je het zelfs niet meer opmerkt dat het zo gaat – dat je er niet meer over nadenkt of er misschien alternatieven en simpele, creatieve oplossingen te vinden zijn. Dood is dat je er zelf niets aan doet en alles bij het oude laat, omdat je je te klein voelt en te bang… Toon Hermans heeft ergens een versje dat zegt: ‘Sterven doe je niet ineens, maar af en toe een beetje en alle beetjes die je stierf ’t is vreemd, maar die vergeet je. *** Het is je dikwijls zelfs ontgaan je zegt: ik ben wat moe** maar op ’n keer dan ben je aan** je laatste beetje toe.’*** Dat is juist, denk ik. Sterven doe je niet ineens, maar af en toe een beetje…’ ‘Partir, c’est mourir un peu’. Iedere keer dat je afscheid moet nemen, iedere keer dat je leven ziet verloren gaan, iedere keer wanneer de dood je overvalt (soms in dagdagelijkse dingen van alleen-zijn en bang en hopeloos…), ga je een beetje dood. Goede Vrijdag is niet één keer in het jaar, maar af en toe een beetje (en soms ineens hèèl erg vèèl en heel straf…) De dood overvalt ons bij momenten in het groot of in het klein, en dikwijls sluipt hij bij ons binnen op het onverwachts (de dood in al zijn vele gedaanten is een lafaard en een sluipschutter!), en nog veel vaker doen we mekaar de dood aan in ontelbaar vele vormen… Maar misschien moet je dan à la Toon Hermans ook wel zeggen: ‘Verrijzen, opstaan uit de dood,** *** Pasen beleven en mee-maken,*** *** doe je niet ineens*** *** maar af en toe een beetje…’*** Mijn vader – ik ben de zoon van Jozef de timmerman, moet je weten - is al gestorven in 1975. Bijna vijftig jaren geleden al, en dag op dag een jaar na mijn priesterwijding (op 5 juli). Onvoorstelbaar lang geleden is dat - wat gaat de tijd toch snel - en toch is het in mijn herinnering nog heel dichtbij gebleven… Toen hij gestorven was (het was in de nacht van zaterdag op zondag), is mijn jongste zus die verzorgende was en die in de kliniek van Tielt bij hem gewaakt had, naar huis gekomen. Het was midden in de nacht. Wij zijn met ons allen verslagen en onthutst samen rond de tafel gaan zitten, en mijn zus heeft verteld, met horten en stoten, van ons vaders laatste woorden en hulpeloze gebaren, en hoe moeilijk hij afscheid van het leven had genomen. Het is toen minuten lang stil gebleven rond de tafel bij ons thuis. Maar toen heb ik ineens iets zien gebeuren waarvan ik achteraf altijd heb gedacht: dàt was een waarachtig paasmoment! Mijn moeder stond ineens van de tafel op en zei: ‘Kom gasten, we gaan voortdoen! Ik ga koffie maken…’ Op dat moment, denk ik altijd, is mijn moeder beginnen te verrijzen uit mijn vaders dood… Niet dat het ineens allemaal over was, het verdriet en de zorg en de rouw en de angst om alleen achter te blijven. Natuurlijk niet. Mijn moeder heeft nog vijfentwintig jaar als weduwe verder geleefd, en dat viel haar bij momenten erg lastig. Maar ik heb haar in al die jaren wel honderd keren opnieuw zien ‘opstaan’ en ‘rechtop komen’ en zo een beetje zien ‘verrijzen’ uit de dood van mijn vader, en altijd weer werd die veerkracht en die ‘opstandigheid’ vertaald en vertolkt in simpele woorden en dagdagelijkse gebaren: ‘Kom gasten, we gaan voortdoen! Ik ga koffie maken…’ Vanaf dat moment heb ik geleerd: verrijzenis is ìn het leven, vóór de dood. Is uitbreken uit macht die mensen klein houdt. Recht komen uit de dood die ons dagdagelijks bekruipt. En telkens opnieuw en onvoorwaardelijk kiezen voor het leven.
We moeten weten en voorgoed onthouden: er zijn altijd weer mensen die gààn en blijven voorgaan op die weg van Pasen.

Want overal zie je mensen,

die stand houden in het goed-zijn:

toegewijd aan elkaar:

koffie maken, een tafel dekken,

wonden verbinden, de moedeloosheid bezweren,

terugvechten, de dood weerstaan,

stille voortdoen, de ‘coerage’ niet verliezen…

En waar de een zegt: ‘‘We kunnen niets meer doen …”

zegt een ander: ‘‘We kunnen nog veel betekenen.”

Waar de een zegt: “Dit is het einde…”

zegt een ander: “Hier is een nieuw begin.”

Zet meer komma’s dan punten.

Er is meer licht dan je weet.

(Marinus van den Berg)**

Driftwood Christ (Wrakhouten Christus); beeld van R. Baker,

St. Mary’s Church Rye, Zuid-Engeland

Verrijzen doe je in het leven…

Overal ter wereld, soms te midden van de meest uitzichtloze situaties, zetten mensen door. Gedragen door de onuitroeibare hoop op een betere toekomst. De christenen onder hen mede ook vanwege de herinnering aan het leven en sterven van Jezus, en aan de bevestiging door God van het zinvol zijn van dat leven en sterven, over de dood heen. Verrijzenis gebeurt waar mensen het hoofd niet in de schoot leggen, maar opstaan uit moedeloosheid en wanhoop. Het gebeurt al evenzeer als groepen solidair blijven met wie onrecht wordt aangedaan. En in de grote wereld: opstanding vindt plaats als volkeren vreedzaam – of, waar dat onvermijdelijk is, met geweld – in verzet komen tegen onrecht. Opstand, opstanding en verrijzenis: daarover gaat het met Pasen. Daarvan moeten wij elkaar op de hoogte houden. Steeds weer tekenen en signalen, concrete voorbeelden en ervaringen verzamelen van het onverwoestbaar geloof dat mensen bezielt op weg naar een betere toekomst of een nieuw begin.

PASEN, VERRIJZENIS, NIEUW LEVEN… IS IETS DAT WE ELKAAR DAG NA DAG MOETEN AANDOEN, OOK HIER IN DE GEVANGENIS…

(want elkaar ‘de dood aandoen’ – dat houdt niets in, dat zien we heelder dagen rondom ons gebeuren, in het klein en in het groot…)

Zelfstandige naamwoorden

Een onderwijzeres die in een groot ziekenhuis aan kinderen bijles gaf, kreeg een telefoontje van een collega-onderwijzer met de vraag of ze een jongentje uit zijn klas wilde opzoeken: ‘We zijn bezig met de zelfstandige naamwoorden en bijwoorden. Ik zou je heel dankbaar zijn als je hem met zijn huiswerk zou willen helpen, zodat hij niet achter raakt.’ Pas toen de onderwijzeres in het ziekenhuis voor de kamer van het jongetje stond, realiseerde ze zich dat het een kamer was die in de afdeling gelegen was voor mensen met ernstige brandwonden. Niemand had haar er op voorbereid dat ze daar een kind zou vinden dat afgrijselijk verbrand was en heel erg pijn leed. Ze wilde en kòn echter niet zondermeer weggaan en daarom stamelde ze wat onhandig tegen iemand van het personeel: ‘Ik ben de ziekenhuisonderwijzeres en zijn onderwijzer heeft gevraagd of ik hem zou willen helpen met taal.’ De jongen die dat hoorde had zoveel pijn, dat hij nauwelijks kon reageren. De onderwijzeres begon met de moed in de schoenen aan de les over de zelfstandige naamwoorden; ze stuntelde door de opgaven heen en schaamde zich vreselijk dat ze hem zo’n zinloze taak liet maken. De volgende morgen vroeg de hoofdverpleegster van de afdeling haar: ‘Wat hebt u toch met dat jongentje op kamer acht gedaan?’ Voor ze in verontschuldigingen kon losbarsten, viel de verpleegster haar in de rede: ‘’U begrijpt het niet. We waren zo bezorgd over hem, maar sinds u hier gisteren bent geweest, is hij helemaal veranderd. Hij vecht weer, hij reageert op de behandeling, het lijkt of hij ineens besloten heeft om weer te gaan leven.’ Veel later vertelde de jongen dat hij de hoop om ooit beter te worden reeds helemaal had opgegeven, tot op de dag dat de onderwijzeres op bezoek kwam. Hij realiseerde zich toen ineens, zo vertelde hij onder tranen, ‘dat ze toch geen onderwijzeres zouden sturen naar een ten dode opgeschreven jongen om hem de geheimen van de zelfstandige naamwoorden en bijwoorden bij te brengen..?’ (naar een verhaal van Joyce Hollyday)

Opstaan en leven…

Jezus wenst tot twee keer toe ‘vrede’ aan Zijn leerlingen bij zijn eerste verschijnen na Pasen! In Zijn Naam wens ik jullie vandaag evenzeer die vrede toe.

Pasen is: in alle omstandigheden en situaties van het leven een keuze maken, om niet bij de pakken te blijven zitten en alles zomaar op zijn beloop te laten. Daar kom je niet echt verder mee. De engel bij het graf van Pasen waarschuwt ons daar ten zeerste voor. Jaren geleden werd ik geraakt door de verrijzenisscène van “The Passion”, op Goede Vrijdag op TV uitgezonden vanuit Gouda in Nederland. Ik vond die scène vooral zo bemoedigend, omwille van de woorden die de Verrezen Jezus daar sprak tot de omstanders: ‘Geef mij je angst, Ik geef je er hoop voor terug. Geef mij je nacht, en Ik breng je de morgen. Geef mij jouw Goede Vrijdag, en Ik schenk jou iets van Pasen in ruil… Maak je geen zorgen: Ik vind altijd wel een uitweg uit de dood voor jou…’ Het is niet toevallig dat Jezus tot twee keer toe ‘Vrede’ wenst aan Zijn leerlingen bij Zijn eerste verschijnen na Pasen! Daarmee wil hij zeggen aan Zijn leerlingen én aan ons: Ik wens jou Vrede met jezelf, wat vooral ligt in het aanvaarden; het leven aanvaarden zoals het is: niet mooier dan het is, maar ook niet slechter. Jezelf aanvaarden, zodat je ook gemakkelijker de ander kan aanvaarden. Dan zal er ook al heel wat angst en vrees verdwijnen. En terzelfdertijd wil Hij ons zeggen: Je mag je nooit neerleggen bij de situatie zoals die nu is, maar je moet je blijven verzetten tegen alle onverschilligheid, tegen het cynisme in jezelf en in de wereld om je heen; tegen alle vormen van geweld, kwaad en dood… Proberen de lange weg te gaan van de hoop op de toekomst, en het geloof dat een nieuw begin altijd mogelijk is. ‘Opstaan’ dus – en stappen vooruit zetten, geleid door het Licht van de Paaskaars, die daar dicht bij het altaar staat als een paal boven water…

Se lever et vivre…

Jésus souhaite deux fois la “paix” à ses disciples lors de sa première apparition après Pâques!

En son nom, je vous souhaite la même paix aujourd’hui.

Pâques, c’est faire un choix en toutes circonstances, pour ne pas rester dans le status-quo, pour ne jamais laisser les choses suivre leur cours. Cela ne mène nulle part. L’ange du tombeau de Pâques nous en avertit fortement. Il y a des années, j’ai été touché par la scène de résurrection de “La Passion”, diffusée à la télévision le Vendredi Saint depuis Gouda, aux Pays-Bas. J’ai trouvé cette scène particulièrement encourageante, en raison des paroles que Jésus ressuscité y prononçait à l’intention des spectateurs: “Donnez-moi votre peur, je vous donnerai l’espérance en retour. Donnez-moi votre nuit, et je vous apporterai le matin. Donnez-moi votre Vendredi Saint, et je vous accorde quelque chose de Pâques en retour… Ne vous inquiétez pas: je trouve toujours pour vous un moyen d’échapper à la mort…

Ce n’est pas par hasard que Jésus souhaite deux fois la paix à ses disciples lors de sa première apparition après Pâques!

Il veut ainsi dire à ses disciples et à nous-mêmes: je vous souhaite la Paix avec vous-même, qui réside avant tout dans l’acceptation - l’acceptation de la vie telle qu’elle est, pas plus belle qu’elle n’est, mais pas pire non plus. S’accepter soi-même pour pouvoir accepter plus facilement les autres. Alors, beaucoup d’anxiété et beaucoup de peur disparaîtront aussi.

Et en même temps, Il veut nous dire: iI ne faut jamais se résigner à la situation telle qu’elle se présente, mais il faut continuer à résister à toute indifférence, à tout cynisme en soi et dans le monde qui nous entoure; lutter contre toute forme de violence, de mal et de mort…

Essayer d’ aller le long chemin de l’espoir vers l’avenir, et cultiver la croyance qu’un nouveau départ est toujours possible. Alors “Levez-vous” - et faites des pas en avant, guidés par la lumière du Cierge Pascal, qui se tient là près de l’autel, comme un phare au port…

Rise up and live…

Jesus twice wishes “peace” to His disciples at His first appearance after Easter! In His Name, I wish you the same peace today. Easter is: making a choice in all circumstances, by not hanging in there, and letting things take their course. You don’t really get anywhere with that. The angel at the tomb of Easter strongly warns us about that. Years ago I was touched by the resurrection scene of “The Passion”, broadcast on Good Friday on TV from Gouda in the Netherlands. I found that scene especially so encouraging because of the words that the Resurrected Jesus spoke there to the bystanders: “Give me your fear, I give you hope in return. Give me your night, and I bring you the morning. Give Me your Good Friday, and I grant you something of Easter in return… Don’t worry: I always find a way out of death for you…’ It is not coincidentally, that Jesus wishes ‘Peace’ twice to His disciples at His first appearance after Easter! With this words, He wants to say to His disciples as well as to us: I wish you Peace with yourself, which lies especially in accepting; accepting life as it is - no better, no worse. Accept yourself, so that you can accept the other more easily. Then a lot of anxiety and fear will disappear from your life… And at the same time, he wants to say to each of us: you should never resign yourself to the situation as it is, but continue to resist to all indifference, all cynicism in yourself and in the world around you; continue to struggle against all forms of violence, evil and death… Try to go the long way of hope for the future, and train yourself in the belief that a new beginning always is possible. So “Stand up” - and take steps forward, guided by the light of the Paschal Candle, which stands there at the front of the altar, like a lighthouse at the harbor…

Ik wens jullie allen van harte een Zalig Pasen – Amen. Hallelujah!

Je vous souhaite de tout cœur de Joyeuses Pâques - Amen. Alléluia!

I heartily wish you all a Blessed Easter - Amen. Hallelujah!

Tekening: ‘De Verrezen Christus in de gevangenis’ door een gedetineerde (+2019) getekend voor de Paasviering in de gevangenis van St Gillis – Brussel

Opstaan

en leven zonder dat het kruipen is en lopen zonder dat het vluchten is en zitten zonder op je kop te laten zitten en spreken zonder een dictator te zijn en beminnen zonder dat je handen willen hebben en houden. Weigeren dood te gaan voor je geboren bent. ‘Goed’ willen leven voor allen. Hoe dan? Opstaan en met die vraag naar een ander gaan.

Opstaan – telkens weer opstaan.

En voluit leven!

Se lever

et vivre

sans ramper

et courir

sans s’enfuir

et s’asseoir

sans se laisser abbatre

et parler

sans être un dictateur

et aimer

sans vouloir que vos mains

veulent avoir et conserver

Refuser

de mourir

avant d’être né.

Vouloir vivre “bien” pour tous.

Comment faire ça?

Se lever

et poser cette question

à une autre.

Se lever - encore et encore.

Et vivre pleinement sa vie!

Get up

and live

without crawling

and running

without running away

and sitting

without get knocked on your head

and speaking

without being a dictator

and loving

without your hands wanting

to have and hold

Refuse

to die

before you are born.

Wanting to live “well” for all.

How can you do that?

Get up

and with that question

go to another.

Getting up - again and again.

And live your life to the fullest!

Pasen zegt: alle pogingen om ‘de Nieuwe Mens’ te verbrijzelen, zijn ijdel. Hij staat toch altijd weer op, stap voor stap, ook omdat Hij door mensen hier en daar en stukje bij beetje telkens weer opgebouwd wordt. En dat gebeurt meestal in het verborgene, en vaak van onderuit…

samenstelling: geert dedecker


PASEN – MORNING HAS BROKEN LIKE THE FIRST MORNING…

Cat Stevens - Morning Has Broken

Morning has broken like the first morning Blackbird has spoken like the first bird Praise for the singing, praise for the morning Praise for them springing fresh from the world Sweet the rains new fall, sunlit from Heaven Like the first dewfall on the first grass Praise for the sweetness of the wet garden Sprung in completeness where His feet pass Mine is the sunlight, mine is the morning Born of the one light, Eden saw play Praise with elation, praise every morning God’s recreation of the new day Morning has broken like the first morning Blackbird has spoken like the first bird Praise for the singing, praise for the morning Praise for them springing fresh from the world

Het witte wonder

een lichtbegin

een dun wegschuiven van het grijze

zacht, schoksgewijze

en opeens, als eerste teken:

dagaanbreken. (J.H.Leopold)

TOESPRAAK OP PASEN IN DE GEVANGENIS PCB IN BRUGGE – 4 APRIL 2021

Goede mensen hier verzameld in de kapel, Toon Hermans heeft ergens een versje dat zegt: ‘Sterven doe je niet ineens, maar af en toe een beetje en alle beetjes die je stierf* ’t is vreemd, maar die vergeet je.*** *** Het is je dikwijls zelfs ontgaan** je zegt: ik ben wat moe** maar op ’n keer dan ben je aan** je laatste beetje toe.’*** Dat is juist, denk ik. Sterven doe je niet ineens, maar af en toe een beetje… ’Partir, c’est mourir un peu’. Iedere keer dat je afscheid moet nemen, iedere keer dat je leven ziet verloren gaan, iedere keer wanneer de dood je overvalt (soms in dagdagelijkse dingen), ga je een beetje dood. Goede Vrijdag is niet één keer in het jaar, maar af en toe een beetje (en soms ineens hèèl erg vèèl en heel straf…) De dood overvalt ons in het groot of in het klein, en dikwijls sluipt hij bij ons binnen op het onverwachts, en nog veel vaker doen we mekaar de dood aan in ontelbaar vele vormen…

Maar misschien moet je dan à la Toon Hermans ook wel zeggen: ‘Verrijzen, opstaan uit de dood,** *** doe je niet ineens*** *** maar af en toe een beetje…’*** Kijk maar naar Jezus van Nazareth. Wij zeggen dat Hij op Pasen verrezen is en uit de dood is opgestaan. En wij gedenken en vieren dat vandaag over de hele wereld. Maar hoe zouden wij dat kunnen geloven, als Hij niet reeds tijdens Zijn leven hier op aarde bij voorbaat uit alle denkbare, uit alle dagdagelijkse dood was opgestaan? Zo STOND HIJ OP in de synagoge van zijn geboortedorp Nazareth, om voor te lezen uit de Schrift – dat grandioze visioen over het goede nieuws dat aan de armen wordt gebracht. Uit hoeveel weerstand tegen het riskante bestaan van een profeet is Hij toen niet opgestaan? Zo STOND HIJ OP uit de slaap, daar in die boot, om de storm op het meer te bedaren. Uit hoeveel vermoeidheid en teleurstelling om het ongeloof van Zijn leerlingen is Hij toen niet overeind gekomen? Zo STOND HIJ OP van tafel, om Zijn leerlingen de voeten te wassen. Uit hoeveel verzet tegen die moeilijke rol van knecht en dienaar van allen is Hij toen niet losgekomen? Zo STOND HIJ OP uit zijn gebed in de Hof van Olijven. Of beter: Zijn gebed deed Hem toen opstaan. Al biddend kwam Hij zijn angst voor de dood te boven. Toen reeds, midden in die dood, brak het licht van Pasen in Hem door… Hij STOND OP, staat er iedere keer. Met het paas-werkwoord. Hij, de Levende, de Opstandige – Hij was dag na dag op Zijn paasbest. Oprecht en rechtop ging Hij ten einde toe de weg van Zijn roeping: ‘… opdat zij leven zouden hebben, en wel in overvloed…’ (Joh. 10,10). Nooit was Jezus voor ons werkelijk verrezen met Pasen, als Hij tijdens Zijn leven niet bij voorbaat uit alle denkbare vormen van dood was opgestaan.

Verrijzenis is stappen zetten naar nieuw leven, uit elke vorm van dood vandaan. Welke stap heb ik op dit moment in mijn leven te zetten? En hoe zal ik daar een begin mee maken – vandaag nog, als het kan..?

‘Christus is waarlijk opgestaan’ zeggen en zingen wij met Pasen. Staat Hij ook op in ons? In jou? In mij?

Opstaan en leven…

Pasen is in alle omstandigheden een keuze maken, door niet bij de pakken te blijven zitten en alles zomaar op zijn beloop te laten. Daar kom je niet echt verder mee. De engel bij het graf van Pasen waarschuwt ons daar ten zeerste voor. Jaren geleden werd ik geraakt door de verrijzenisscène van “The Passion” , op Goede Vrijdag uitgezonden vanuit Gouda in Nederland. Ik vond die scène vooral zo bemoedigend, omwille van de woorden die de Verrezen Jezus daar sprak tot de omstanders: ‘Geef mij je angst, Ik geef je er hoop voor terug. Geef mij je nacht, en Ik breng je de morgen. Geef mij jouw Goede Vrijdag, en Ik schenk jou iets van Pasen in ruil… Maak je geen zorgen: Ik vind altijd wel een uitweg uit de dood voor jou…’ Met Pasen gaat het niet over een fysieke dood,**

over het einde van mijn hartslag.

Het is een verhaal over een andere dood, een diepere:

over de ineenstorting van dromen en perspectieven,

over verlammingsverschijnselen en apathie,

over ‘alles is afgelopen’ en ‘het haalt toch niets uit’.

Pasen gaat over de dood van mensen

die samen op een weg lopen en elkaar niets meer te zeggen hebben;

maar ook over de aloude droom van vrede, brood, en recht voor iedereen;

over zuiver water en gezonde lucht voor alle continenten;

over al onze persoonlijke dromen en verwachtingen… wordt het wel ooit iets?

Alle paasverhalen zijn als blikseminslagen.

Mensen beginnen te zien wat zij kunnen,

staan op en gaan weer aan het werk.

Die straffe verhalen over verrijzenis in het evangelie openbaren vooral waar mensen van vroeger en nuzelf meespelen in het wonder.

Onmogelijk te raden waarmee de Onnoembare

**ons allen in de toekomst nog wil verrassen.

Ik wens ieder van jullie vandaag met Pasen dat je mag opstaan:

Opstaan en leven zonder dat het kruipen is en lopen zonder dat het vluchten is en zitten zonder op je kop te laten zitten en spreken zonder een dictator te zijn en beminnen zonder dat je handen willen

hebben en houden. Weigeren dood te gaan voor je geboren bent. ‘Goed’ willen leven voor allen. Hoe dan? Opstaan en met die vraag naar een ander gaan.

Opstaan – telkens weer opstaan.

En voluit leven!

Zo moge het zijn. Van U is de toekomst - kome wat komt. Amen. Zalig Paasfeest. Hallelujah!

** He is not here (He Qi)**

Maak ons aanstekelijk voor elkaar en betrouwbare getuigen van het Licht. Om de nacht van mensen op te helderen, om de spoken van de angst en de duivels van het donker te verjagen…  

GRAFSCHRIFT

Je kunt de dood

niet overwinnen

het grote einde

is almachtig

Maar elke dag

opnieuw beginnen

maakt hem aardig

zenuwachtig

Stef Bos in ‘Gebroken zinnen’

Verrijzenis is

lichtheid

mensen dragen in hun nood

zodat ze opstaan uit hun dood en lijden.

Alleen de liefde kan bevrijden.

Georges Herregods – psalm 126: ‘Als God ons thuisbrengt…’

Voor christenen is de horizon van de veertigdagentijd een wonderlijk feest: Pasen. Die dag staat in het teken van een belofte dat het leven sterker is dan alles wat ons naar beneden haalt. En ultiem ook sterker dan de dood.

Dat wonder heeft niet één maar wel twee dimensies. De ene dimensie is die van het geschenk (de genade, om nog een mooi oud woord te gebruiken). De andere dimensie is die van de eigen, menselijke opdracht om het wonder mogelijk te maken. Het volstaat niet om een beetje te zitten wachten op een wonder dat ons toevalt, met dezelfde zekerheid als de wetenschap dat de lente volgt op de winter. Nee, we moeten zelf de handen uit de mouwen steken.

Psalm 126 drukt dat goed uit voor mij. We mogen vertrouwen dat het leven nog geweldige dingen (wonderen) voor ons in petto heeft. Maar we moeten wel zelf nog zaaien. Dat we de zaaizak om de schouder leggen, is ons deel van het werk. Dat er daarbij tranen te pas kunnen komen, dat is niet zo erg. Als we maar telkens weer opstaan, op weg gaan (niet ’trunten’, zou je in het West-Vlaams kunnen zeggen) en ons leven zelf op een beter spoor trachten te zetten. (uit een tekst van politicus Steven Vanackere)


Op weg naar Emmaüs -

een verhaal van mensen samen onderweg

John Piper: Opgestane Christus in Emmaüs  

De Derde Man

Twee mensen op terugtocht. Bergaf naar Emmaüs. Ze herkennen zichzelf in elkaars wanhoop en gissen naar wat er zoal had kùnnen gebeuren. Het avontuur werd een onomkeerbaar fiasco. Genoeg dus voor vandaag. De wereld draait wel verder. Je kunt niet voortdoen met een verleden in gruizelementen. Met wanhoop en schuldgevoelens bouw je geen toekomst. Dit is de laatste tocht samen, in de hoop door niemand herkend te worden. Tot een derde zich in het gesprek komt mengen. Wel boeiend, vinden ze. Maar ze kunnen er niet bij. Het hoeft ook niet meer. Straffeloos mogen ze hun scepsis en hun ongeloof tegenover die onbekende medestander verwoorden: ’Wij hadden zo gehoopt…’ Hij stampt er bij hen zijn oplossing niet in. Ze mogen het zelf, vroeg of laat, ontdekken. Geen wiskundig bewijs. Geen voorleggen van zijn legitimatiebewijs: ‘Zie je wel…’ Wèl vertelt Hij – voor hen nog steeds die vreemde man – honderduit, hoe Hij de Schrift leest: ‘Beginnend bij Mozes en de andere profeten, verklaarde Hij…’ Hij legt uit hoe Hij zijn twijfels herkend heeft in het aarzelen en het doorzetten van Mozes, hoe het enthousiasme en de bittere oprispingen van Elia Hem uit het hart gegrepen waren. En de pijnlijke teleurstellingen van Jesaja dan, de ontgoocheling van Jeremia, de woede en frustratie van Amos… En vertellen maar! Zijn eigen levensverhaal in overvloeiing met beelden van heel veel vroeger. ‘We kregen er warm van…’, zeiden ze achteraf. Tot hun wegen uit elkaar gaan. Hij zegt niet: ‘Geef me nog vijf minuten, jullie zullen wel zien dat Ik gelijk heb…’ hij wil het risico lopen geen gelijk te krijgen. Dat ze hun schouders ophalen en Hem laten lopen, de nacht tegemoet. En in die weidse ruimte van het niet-moéten-geloven, hoort Hij hen aandringen: ‘Blijf toch bij ons. Kom gerust bij ons binnen…’ En dan… een goed verstaander heeft maar een half gebaar nodig. Hij neemt een stuk brood – het eerste gebaar van een eindeloze reeks van kleine dingen, waarin Hij zich laat kennen: het eerlijke woord van een vriend, waarlangs God zijn tedere zorg aanreikt; een samenloop van omstandigheden, waar je schroomvol ‘dankjewel’ voor zegt; een vonk die overspringt bij het lezen van een gedicht; een telefoontje waar je al wekenlang onbewust zat op te wachten… Vul het vanuit je eigen levensverhaal maar verder aan, mens onderweg zoals wij allemaal… Maar net als in Emmaüs kan je achteraf nergens heen dat verhaal van jou. ‘Is ’t maar dat?’, hoor je zeggen. Dat onhandige maar diepgemeende gebaar van troost… Die handdruk die een kettingreactie van bittere woorden voorkomt… De vragende ogen van een kind, dat nog niet eens weet wat het wil… Nergens geraak je je vreugde kwijt om zoveel kleine Godsgeschenken. Tenzij bij mensen die diezelfde weg hebben afgelegd, waarvan je voelt dat ze op dezelfde golflengte zitten… Opstaan dus, en terùg naar Jeruzalem. Opstaan, omdat in Zijn opstanding principieel de opstand tegen al het negatieve, van Godswege bezegeld en gewaarmerkt is. Opstanding-in- Gods-Naam tegen al wat doodt. Terugkeren van de terugtocht, van het cynisme, de berusting en de onverschilligheid. Een leeftocht, een mensenleven lang alle dooddoeners onder de voet lopen: honger, onrecht, martelingen, het eeuwige spel van kat en muis, wapenwedloop, kleine mensen in de val gelokt, rug van de ander als de ladder naar de top… Even mogen thuiskomen bij je zusters en broeders. In Jeruzalem – de stad van de vrede. Om dan weer op te staan en verder te gaan. Verrijzenis en ‘eeuwig leven’ tegemoet…

Arcabas - Onderweg

Welke stappen zijn in dit verhaal belangrijk – stuk voor stuk stappen die we samen moeten zetten telkens weer om met elkaar, met onze (basis)groep, onze (kerk)gemeenschap iets van Pasen, van verrijzenis, van opstanding en bevrijding, iets van ‘leven in overvloed’ te kunnen ervaren…

Blijven samen komen, samen op weg gaan, en er voor zorgen dat niemand de weg van ontgoocheling, ontmoediging… op welk vlak dan ook alleen moet gaan. Elkaar niet en nooit in de steek laten. Onderweg, al gaande, altijd een stuk levenservaring ter sprake brengen. De goede dingen, maar zeker ook de zaken die moeilijk, gevoelig, kwetsbaar… liggen. Pas wanneer we aan elkaar onze kwetsuren durven tonen, kunnen we écht geloven dat wonde en wonder met elkaar verwant zijn en in elkaars verlengde liggen (denk aan Thomas!) De andere, de vreemde, de ‘derde’ binnen laten in je leven. Niet exclusief maar inclusief in de wereld staan. Je laten bevragen door de andere; je laten oproepen, je ‘uit je kot’ laten halen door wat gezegd wordt en door wat om je heen gebeurt. Dat kan maar omdat er altijd ook iemand is die luistert met veel aandacht, en vragen stelt. Niet om jou te ‘ont-luisteren’, maar om samen met jou op het spoor te komen van wat ons verlamt, en hoe we er misschien een beetje uit kunnen geraken of toch minstens overeind kunnen blijven en voort kunnen doen… Gaan-de-weg zoeken naar een antwoord. Samen ver-antwoord-elijk willen zijn. Voor elkaar én voor de wereld. Niet vrijblijvend keuvelen en ter plaatse trappelen. Nooit opgeven om vanuit elk ‘point mort’ op-nieuw op weg te gaan in de richting van het visioen. Het goede dat gebeurt bevestigen. Elkaar zegenen (bene-dicere!) – niet ver-vloeken. Tekens en sporen van leven aanwijzen in ieders levensverhaal. Mensen van hoop zijn (‘Siempre hay por que vivir’!). Voor elkaar een adres-van-hoop aanmaken. Verrijzenismensen zijn, mensen op hun paas-best. Compagnons die rondlopen met een verrijzenis-woordenboek op zak en zonder dood-doeners… Vanuit de gegroeide vriendschap onderweg ontstaat het gevoel van: ‘Blijf bij ons, ga niet weg’ – vooral niet als het avond wordt en wij bang zijn voor het donker… Zeggen tot die andere, die vreemde-bekende meegaande tochtgenoot: kom nog meer bij ons binnen, in ons huis, in onze persoonlijke leefsfeer, daar waar wij ‘wonen’ (ons ge-heim!). Want zonder jou is het geen leven… Bij elk thuiskomen het brood breken en de wijn van vreugde schenken. Leren leven van en in de samenhorigheid, dichtbij en veraf, wereldwijd. Het leven vieren en er een feest van maken met doodgewone dingen. En Hem dààrin herkennen: de Levende. ‘Brandde ons hart niet in ons terwijl Hij met ons sprak..?’ Dan altijd weer na dat intieme (in-teame!) samenzijn voelen en weten: We willen teruggaan, we moèten teruggaan naar de ‘Stad van de mensen’ (Kerk gebeurt buiten, in het volle leven en in de kille realiteit van elke dag). Niet blijven cocoonen. Gaan naar de mensen die ons nodig hebben. Om dààr een doe-woord van verrijzenis, van opstanding, van menselijke waardigheid mee te delen. Altijd vanuit die sterke gemeenschapservaring terug naar de plaats waar je staat – diezelfde onmogelijke situatie waar je eerder van weg wilde lopen. En dààr proberen gelovig te zijn, leerling van de Verrezene. Dàt is ‘Üzze Plekke’, en het is daar dat we geroepen zijn om mee te werken aan het Rijk Gods, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde…

Het hart en de ziel van Emmaüs – het geheim van de verrijzenis…

Elkaar van harte groeten Met elkaar een tijd meegaan Aan elkaar levensvragen voorleggen Met grote aandacht elkaars verhaal beluisteren Voor elkaar het verleden draaglijk maken Elkaars gelaat opdelven Elkaars eigen bronnen weer blootleggen Elkaars visie verruimen Met elkaar problemen uitklaren Elkaar nieuw uitzicht op leven en wereld aanreiken Voor elkaar nieuw geloof zoeken Voor elkaar een weg zijn naar het Licht Elkaars innerlijke kracht versterken Voor elkaar bidden Voor elkaar gastvrij zijn Elkaar opwachten voor een vriendschappelijke maaltijd Elkaar weer op weg zetten Elkaar niet meer loslaten Met elkaar het Licht blijven zoeken

Onderweg naar Emmaüs

‘Blijf bij ons want het wordt avond…’ (Lk. 24,29)

Stap voor stap, schoorvoetend, struikelend, ieder woord van de eerste de beste voorbijganger, lijkt zijn komst even toevallig als de eerste de beste voorbijganger, branden zijn woorden even warm als vuur van God, wekken zijn gebaren evenzeer ten leven als het brood dat hij mij van dag tot dag leert breken, als zijn beker die ik van dag tot dag steeds dieper uitgeschonken krijg. Jos Van Pelt

DE MOEILIJKSTE WEGEN - Hilde Domin

De moeilijkste wegen worden alleen gegaan, de teleurstelling, het verdriet, het offer zijn eenzaam. Zelfs de dode die elk roepen beantwoordt en geen verzoek verzaakt staat ons niet bij en ziet toe of wij het redden. De handen van de levenden die zich uitstrekken zonder ons te bereiken zijn als de takken van de bomen in de winter. Alle vogels zwijgen. Je hoort slechts je eigen voetstap en de stap die je voet nog niet is gegaan maar nog gaan zal. Stil blijven staan en je omkeren helpt niet. Er moet worden gegaan.

Neem een kaars in je hand als in de catacomben, het vlammetje ademt nauwelijks. En toch, als je lang bent gegaan, blijft het wonder niet uit omdat het wonder altijd geschiedt en omdat wij zonder genade niet kunnen leven: de kaars vlamt op in de vrije adem van de dag, je blaast hem lachend uit als je de zon in treedt en onder de bloeiende tuinen de stad voor je ligt, en de tafel in je huis wit voor jou is gedekt. En de verliesbare levenden en de onverliesbare doden het brood voor je breken en de wijn aanreiken en jij hun stemmen weer hoort heel dicht bij je hart.

Uit het Duits vertaald door Kees Kok

Emmaüs

soms ben ik één van hen mijn ogen open voor gebroken brood het duister valt in ons gesprek aan de tafel van onzekerheid maakt de gast het klaar van elke maaltijd overdaad volkomen licht tot in dit vers de sporen van de Gast soms ben ik één van hen te klein voor het maal dat wordt bereid mieke de jonghe

De Emmaüsgangers

‘Heer blijf bij ons, de zon gaat onder.’

Wij boden dan het avondbrood

de vreemde man, die langs de baan

met ons was meegegaan.

En wijl hij, ‘t zegenend, de ogen sloot,

gebeurde het: Zijn aangezicht

verklaarde in een hemels licht,

waarin Hij plotseling verdween…

Dit was het wonder.

Wij stonden weer alleen,

doch vouwden blij onz’ handen.

Het was alsof Hij door ons heen verdween

en ‘t licht in ons is blijven branden.

Blijf zo in ons, o Heer, de zon gaat onder!

Felix Timmermans


Verrijzen bij het leven

Een verrijzenistafereel: Nelson Mandela die op een hete zomerzondagmiddag de Venstergevangenis komt uitwandelen. Hij: 71 jaar, grijze haren, een wat aarzelende, rustige gang – maar ongebroken. Zijn groet: een traag zwaaien met gebalde vuist, de strijd gaat door. Zijn eerste woorden als vrij man: ‘Vrienden, kameraden en mede-Zuidafrikanen, ik groet u allen in naam van de vrede, democratie en vrijheid voor iedereen. Ik sta hier niet als profeet, maar als een nederig dienaar van u, het volk’. En hij besluit zijn toespraak met de woorden van zijn proces in 1964 – alsof die drie decennia in de gevangenis maar een kwade droom lang geduurd hebben – en is dan tóch profeet: ‘ik heb gestreden tegen blanke overheersing en ik heb gestreden tegen zwarte overheersing. Ik heb het ideaal van een democratische en vrije maatschappij gekoesterd waarin alle mensen in harmonie samenleven en gelijke kansen hebben. Het is een ideaal waarvoor ik hoop te leven en dat ik hoop te bereiken. Maar zo nodig is het een ideaal waarvoor ik bereid ben te sterven’.

Tweeduizend jaar geleden werd ook al eens zoiets opgetekend. Bij een rotsgraf in Jeruzalem. Toen wisten de vrienden al: ‘Hij is niet dood, Hij lééft! Wat God met deze man begon, kán niet verzanden in het niets. Hij haalt hem dóór de dood héén, naar leven in overvloed’…

Overal ter wereld, soms te midden van de meest uitzichtloze situaties, zetten mensen door. Gedragen door de onuitroeibare hoop op een betere toekomst. De christenen onder hen ook door de herinnering aan het leven en sterven van Jezus, aan zijn bevestiging door God. Over de dood heen. Verrijzenis gebeurt waar mensen het hoofd niet in de schoot leggen, maar opstaan uit moedeloosheid en wanhoop. Als groepen solidair blijven met wie onrecht wordt aangedaan. Opstanding vindt plaats als volkeren vreedzaam – of, waar dat onvermijdelijk is, met geweld – in verzet komen tegen onrecht.

Opstand, opstanding en verrijzenis: daarover gaat het met Pasen. Daarvan moeten wij elkaar op de hoogte houden. Tekenen en signalen, concrete voorbeelden en ervaringen verzamelen van het onverwoestbaar geloof dat mensen bezielt op weg naar een betere toekomst of een nieuw begin.

Zie You-Tube filmpje ’11 februari Mandela vrij (1990)’

De taal en ondertiteling zijn in het Engels, wellicht is het ook te vinden met Nederlandstalige ondertiteling?

https://youtu.be/uOpGaivCsCU

Zoeken in Preken Online