Weeskinderen roepen bij ons heet beeld op van weerloze wezens die een vader en moeder moeten missen. We zien dan ook, wanneer rampen gebeuren, waarbij kinderen hun ouders kwijt geraakt zijn, hoe er altijd mensen zijn die deze nood willen verzachten. Zij gaan soms zo ver in hun hulp dat ze die kinderen uit den vreemde opnemen in hun huis en daarvoor willen zorgen alsof het hun kinderen zijn. Toch zijn er ook volwassenen, die het gevoel hebben bij het overlijden van hun ouders, dat zij zich wees voelen. Een paar keer hoorde ik volwassenen zeggen: “toen mijn vader en moeder gestorven waren, voelde ik mij als een wees”. Schijnbaar zijn andere mensen, zoals een man, vrouw, kinderen, een goede vriend of vriendin, onvoldoende om in te vullen wat ouders voor ons betekenen. Een vader en moeder blijken in de beleving vaak onvervangbaar. Zij nemen een unieke plaats in omdat zij hun kinderen haarfijn aanvoelen en bij hen kunnen zij echt thuis zijn. Ook al wordt de lichamelijke of geestelijk toestand van ouders minder, het vertrouwde gevoel van thuis zijn blijft.
Jezus is voor de leerlingen ook een soort vader en moeder geweest. Toen Hij in hun leven kwam was er een thuisgevoel, dat ze bij geen ander hadden aangetroffen. Iedere dag opnieuw stelde Hij hun in staat om te groeien in geloof en liefde. Zelf was hij beschermend en aanvullend aanwezig. Daarom was zijn dood ook voor deze volwassen mensen, de apostelen, een groot verlies. Vanaf dat moment voelden zij het leven aan alsof zij nergens meer stonden. Totdat de opstanding uit de dood nieuwe perspectieven bood. Hij was er weer voor hun. Ook al was het anders dan voorheen, toch hadden zij het gevoel dat Hij weer als de verrezen Heer een vader en moeder voor hun was. Hij sprak met hun, at met hun en zei hun wat zij moesten doen. Toch breekt voor de leerlingen het moment aan dat ook voor hen, die bij Jezus horen, het afscheid nemen een realiteit wordt. Zoals volwassenen zeggen bij het verlies van hun ouders: “nu zijn wij aan de beurt” omdat de sterfelijkheid dichterbij komt, zo worden ook de leerlingen geconfronteerd met de eindigheid van het leven. Wie beweert dat dan alles voorbij is en je hooguit nog voortleeft in je kinderen, voor die mensen gebeurt er iets wonderlijks. Wanneer Jezus terug gaat naar de vader, is Hij niet voor altijd weg uit hun leven. Hij blijft met hen verbonden en belooft hun dat zij zich niet hoeven te voelen als wezen. Jezus zal hun een Helper sturen: de Heilige Geest. Deze zal hun helpen om zich niet te focussen op vergankelijkheid en dit mee te dragen als een drukkende last, maar van de tijd, die hun gegeven is, iets moois te maken. Want eens zullen zij, net als Jezus, terug keren naar de Vader. Een realiteit waarvan martelaren op bijzondere wijze getuigen wanneer zij staan voor de dood: “Ik zie de hemel open gaan en Jezus aan de rechterhand van God”.
Door de hemelvaart van de Heer hebben wij allen een nieuw perspectief gekregen. Gelovigen die in onze tijd het gevoel hebben dat ze aan zichzelf zijn overgeleverd, kunnen hier bijzonder troost in vinden. Ook al lijkt de Kerk als beschermende en vertrouwde organisatie meer ideaal als werkelijkheid te zijn. En willen ze afhaken omdat zij zich niet meer thuis voelen in een Kerk waar tekortkomingen en fouten het goede overheersen en wordt Jezus ervaren als de grote afwezige, toch blijft Hij zorg voor ons dragen, ook al is Hij naar God teruggekeerd. De beloofde Heilige Geest helpt niet alleen de apostelen, maar ieder van ons, om door afsterven en zuivering van het oude te groeien naar een nieuw leven, waarin het goed weer volop kansen krijgt. Alles wat aanvankelijk afbraak lijkt, is een doorgang naar het nieuw bestaan. “Wat staat ge naar de hemel te staren?”, zegt een engel. Wij moeten niet blijven kijken naar wat voorbij is. Wie om zich heen kijkt en vertrouwt op de Helper en zich daardoor laat leiden, ervaart dat de liefde van God niet weg is en dat Jezus nog steeds met Zijn leven ons leven wil vullen wil. Zoals Jezus tot Petrus sprak: “jij bent Petrus en op deze steenrots zal ik mijn Kerk bouwen”, zo spreekt Hij ook tot ons. Wij hoeven ons niet te voelen als mensen die helemaal aan anderen zijn overgeleverd, maar als kinderen van de Vader die nog steeds zijn liefde mogen ervaren en met wie God een plan heeft om het mooiste uit ons leven te halen. Mogen wij ons zo voorbereiden op het feest van Pinksteren