Als we de komende week voor Pinksteren nu eens vijf minuten per dag zouden doen wat we Jezus hebben zien doen in het evangelie: bidden. In gesprek komen met Vader, met God. En dan net als Jezus met Hem bepraten waar wij het meest behoefte aan hebben, waar het ons aan mankeert…
De kwestie is namelijk deze: volgende week is het Pinksteren. Dat wil zeggen: op die dag hebben we een grote kans dat de goede Geest van Jezus in meerdere of mindere mate aan ons gegeven wordt. Een grote kans. Geen absolute zekerheid. Waarom niet? Omdat er bij ieder geschenk niet alleen een gever moet zijn maar ook een ontvanger. Dat weten we. De beste docent staat machteloos bij onwillige studenten. We kunnen nooit iets geven als niemand het aanneemt. Ieder geschenk veronderstelt dat er een ontvanger is. En we weten ook dat we erg graag iets geven aan iemand die er blij mee is en die er intens naar verlangt.
Zo is het ook met Pinksteren. We hebben dan een grote kans dat de goede Geest van Jezus aan ons wordt gegeven. Maar het hangt wel van onszelf af of wij die goede Geest erg graag willen ontvangen.
Vandaar dat voorstel de komende week vijf minuten per dag te doen wat Jezus deed: met God bespreken waar wij het meest behoefte aan hebben. Jezus bad om eenheid. Daar zullen wij als gemeenschap wel het meest behoefte aan hebben. Want verdeeldheid, onmin binnen ons gezin, in onze kennissenkring, steekt zo makkelijk de kop op. Als wij nu vijf minuten per dag in gesprek met God steeds intenser gaan verlangen naar herstel van die eenheid, dan is er voor het geschenk van de Geest van eenheid een ontvanger. Dan ontvangen wij heel zeker de Geest van sterkte die ons in staat stelt een ander als eerste de hand toe te steken. En als die ander dan ook vijf minuten per dag heeft gebeden om eenheid, dan staat die ander klaar om onze toegestoken hand aan te nemen.