Hoe omgaan met conflicten?

C-cyclus · Paastijd · 6e zondag van Pasen · wit

Als een tekst in elke eeuw actueel is, dan mag je zonder te blozen in eer en geweten zeggen, dat deze tekst klassiek is. Zoiets lezen we vandaag in Handelingen.

Wellicht staat nergens zo precies geschreven hoe kerkmensen behoren om te gaan met hun vragen. Er wordt niets verzwegen noch toegedekt. Er wordt open en met menselijke oprechte heftigheid gezegd wat voor de één en voor de ander belangrijk is. Meer nog, wat voor de één en de ander wezenlijk is. En dat belangrijke dat wezenlijke is grondig verschillend, zo verschillend dat het één het ander uitsluit. Daar zomaar overheen stappen en toegeven zou een verraad zijn. Wij kennen dat: als we ernstig zijn ontmoeten we dit voortdurend. Niet alleen in de kerk, maar ook in onze bedrijven, in onze scholen, in de politiek, in onze economie. Overal waar mensen met een overtuiging andere mensen ontmoeten met een overtuiging, heb je een conflict.

In de eerste jaren van de christelijke kerken bestond dit conflict dus ook. Mensen maakten zich druk om de besnijdenis, cm het absolute of het relatieve karakter van die besnijdenis. Als het voor de Joden een must is, kan dat dan voor de ‘bijkomers’, de bekeerde heidenen, zomaar worden afgeschaft? Is het een must altijd en overal? Volgens de Judeërs wel. Van hun kant zegden die bekeerde heidenen, dat de besnijdenis een onmogelijke voorwaarde was, een zinloze last. Zij konden maar niet inzien, dat dit door God gevraagd werd. Ze konden er geen teken in zien van toewijding. Is dan de voorwaarde vanuit het Joodse kamp een eis? Kan je als Griek nooit christen worden zonder die Joodse besnijdenis? Is dat een absoluut erkenningsteken?

De beide standpunten hebben hun verdedigers. En het zijn zwaargewichten. Maar dan mensen, die met gelovige argumenten een zwaar gewicht in de schaal wierpen. Paulus en zijn groep aan de éne kant, de ‘authentieke’ apostelen aan de andere kant. Aan wie zouden ze nu gelijk geven? Aan wie zouden ze hun gelijk opdringen? Moest iedereen op dezelfde manier gelovig zijn? Bestaat er een ruimte om trouw te zijn en om die trouw toch anders te beleven? Dat was dus het conflict.

Hoe komen ze daar ooit uit? Je zou daar een les kunnen op bouwen met punt één en punt twee en punt drie. Maar dat is vermoedelijk te saai voor een cursiefje… Toch steekt er een lijn in die je gewoon moet volgen.

Vooreerst, hier zijn gelovige mensen in het geding. Zij belijden Jezus Christus en wensen Hem in trouw te dienen. Verder, zij spreken hun overtuiging duidelijk uit. Daarop gaan ze naar elkaar toe en zeggen waar het volgens hen op staat. Ze overleggen, ze discussiëren, en… ze beluisteren de Geest. Het zal en mag niet gaan om hun gelijk maar om Zijn gelijk! Dat zal wel niet zo eenvoudig zijn geweest als het hier staat want gelijk geven aan de verrassing van de Geest is het allermoeilijkste wat er voor gelovigen bestaat! Hoewel we dat onvoorwaardelijk belijden. Maar goed, in het slotcommuniqué staat dan wat de Geest gezegd heeft. En ze zijn bereid het samen te ondertekenen als oplossing voor een concreet conflict van nu en als leidraad voor missionering morgen en overmorgen. Is het resultaat dan een compromis? Dat kennen we. Zo doen wij dat. En het is inderdaad een compromis. Een compromis met een dubbele bodem. Louter zakelijk gesproken is het een oplossing van geven en nemen. Jeruzalem blijft geloven in de waarde van de besnijdenis maar het is geen must voor de anderen. Zouden de niet-joodse christenen dan alsjeblieft zich willen onthouden van ontucht? Geen probleem. Dat is de logica zelf. Maar, willen ze zich ook onthouden van verstikt vlees, van bloed, en van spijzen die aan de afgoden worden geofferd? Dat is voor de vreemdelingen heel vreemd. Toch aanvaarden ze dit vreemde besluit omdat ze beseffen, dat ze daarmee in hun samen-leven te zeer op de tenen en op het hart trappen van de ‘authentieke’ geloofsbroeders. In die zin is het een echt eerzaam compromis. Ze kunnen allebei zichzelf zijn en mekaar toch geen pijn doen.

Er is echter een onderkant aan het compromis. De Geest heeft namelijk gesproken en Zijn boodschap is niet mis te verstaan: God is niet exclusief pro Israël. Hij is inclusief: de anderen zijn ook uitverkoren! Besnijdenis is één vorm van toebehoren maar niet de enige absolute voorwaarde. God is niet cultuurgebonden. Hij is mens-gebonden. En er zijn vele woorden om tot Hem te bidden en vele vormen om Hem te dienen. Zo heeft het de Geest behaagd, om het nu eens plechtig te zeggen. Bij God zijn voortaan alle mensen welkom. En als Hij bij hen aan huis komt, zal Hij niet het onmogelijke vragen en ook niet wat ze van een andere cultuur onmogelijk kunnen plaatsen. Hij zal alleen vragen of ze zich willen besnijden van binnen, of ze Hem willen dienen in waarachtigheid.

Maakt de Geest hier geen onderscheid tussen grondwet en toepassingsmodaliteiten? En geeft Hij daarmee niet te kennen wat inculturatie is? In Afrika en elders zullen ze Handelingen graag lezen!

Of zullen wij ‘ons’ geloof opdringen als het enig ware geloof? Kunnen wil op dat punt gelijk geven aan de Geest?

Zoeken in Preken Online