Mei, maand van Moeder Maria (2007)

C-cyclus · Paastijd · 6e zondag van Pasen · wit

Op de tweede zondag van Mei vieren wij elk jaar Moederdag. Terecht dat de moeders één keer per jaar geëerd worden en in de bloemetjes gezet. Als een dank-je-wel voor al het goeds en liefs dat wij van hen mogen ontvangen.
Ook de Kerk kent haar eigen Moeder. Maria, Moeder van de Kerk, Moeder van alle christenen. Ook zij wordt in deze Meimaand van oudsher heel bijzonder vereerd. In de grote Mariabedevaartsplaatsen vooral geniet deze verering nog steeds een grote belangstelling. Het vertrouwen op Maria’ hulp is in alle geloofsverzwakking bij velen toch onverzwakt gebleven.
De Moeder is de kortste weg naar het Kind. Zo wordt het door velen aangevoeld en diep beleefd. Een kaarsje wordt aangestoken. Een Weesgegroetje gepreveld. Bij Maria flakkert het vlammetje van het geloof in Jezus ineens weer op. Voordien was het misschien niet méér dan een waakvlammetje. Bij Maria vindt het hart spontaan woorden van gebed. Bij Maria, “die in haar armen het Jezuskind draagt”.
Wat is dat: Christus in je leven ontvangen? Hem volgen in geloof en in liefde. Wat houdt dat in? Moeilijke vragen die hier bij Maria een eenvoudig antwoord vinden. Wij zien haar beeld. Wij kijken stil naar haar, naar haar zuiver gestalte, “de reinste der schepselen”.
En onmiddellijk voelen wij welke glans het geloof aan een mensenleven kan geven; welke vreugde en dank dat geloof ons kan verschaffen. Wij zien het aan Maria, de eerste van alle gelovigen. Zij ging ons als eerste voor op de weg van het geloof.
Geloof maakt gelukkig. Het werkt bevrijdend, verlossend. Wij lezen het af aan de glimlach van de Moeder, de blijde lach waarmee zij ons haar Kind toont. Naar dat Kind toe wil zij ons leiden. Haar voorbeeldig geloof neemt ons bij de hand, en leidt ons tot Christus, de Heer die met ons is. Onze Schepper en Verlosser. Maria is ons voortreffelijk voorbeeld in het geloof en in de liefde.

Zoeken in Preken Online