Je voelt onder de lezingen van vandaag een zekere spanning. Ook de eerste kerk was er niet vrij van. Nieuwkomers en de gevestigde orde struikelen over elkaar. ‘Hebben we het dan vroeger altijd verkeerd gedaan?’, klaagt de oudste groep joodse christenen. Zij hebben de oudste papieren. Zo is het altijd geweest. En de nieuwe dopelingen uit het heidendom hebben helemaal geen zin om de pijnlijke last van de besnijdenis en de voedselwetten opgelegd te krijgen bij de doop. Zij vinden in hun enthousiasme voor het nieuwe geloof dat ze ook recht van spreken hebben. En het gaat natuurlijk niet alleen om incidenten en meningsverschillen over feiten. je voelt ook de vraag: wie heeft het voor het zeggen? Kunnen de apostelen maar zo decreten uitvaardigen die bindend zijn voor gelovigen? Is de traditie bij voorbaat maatgevend? De discussie was fel, laat Lucas ons weten. En beide kampen zijn overtuigd van eigen gelijk en eigen geloof.
Dit kleine stukje kerkgeschiedenis verloopt trouwens op een manier die ik in onze tijd en in onze kerk nog niet zomaar zie gebeuren. Kerkleiders besluiten de discussie kerkbreed te maken. Een groepje wijzen wordt erop uitgestuurd, niet om paal en perk te stellen of de overheidsbeslissingen mee te delen, maar eerst en vooral om in gesprek te gaan en te luisteren. Pas daarna, na rijp beraad, hoor je de forse en pretentieuze uitspraak: ‘De heilige Geest en wij hebben besloten…’. Want de Geest leeft in de hele gemeenschap. En er is in dit verhaal niemand die zegt meer Geest te hebben dan de anderen. Zo kwamen ze in die dagen tot overeenstemming.
En de kerk door tweeduizend jaar heen en in onze dagen? Het is de voortdurende strijd van het eigen gelijk. Let wel: van alle kanten. Kerken over de hele wereld blijven gescheiden op eenmaal fors ingenomen stellingen. Het christendom is erdoor uiteen gevallen in meer dan 200 kerken en sekten. Zou het nog mogelijk zijn, samen met de heilige Geest tot besluiten te komen? Zou het haalbaar zijn ons geloof zo te verbreden, dat we elkaar zien als dragers van dezelfde Geest?
Ik zou me trouwens kunnen voorstellen, dat u me - op dit moment van de preek - een stap of twee, drie vóór bent. Want het laat zich zo gemakkelijk verder invullen: hoe kerkleiders en christenen overal ter wereld (en met name bij ons) zich gelovig zouden moeten gedragen. Haal de hele kerkelijke actualiteit maar voor je en kleur de plaatjes. Mag ik u dan even terugfluiten, want misschien is dat te gemakkelijk. Onder de discussie zit een nog diepere vraag, namelijk wie de Geest het eerste heeft gekregen: het individu of de gemeenschap. Een strijdvraag die als een breuklijn door de kerk loopt tussen Oost en West. Het is het oudste en hardnekkigste strijdpunt in het christendom. Een vraag die alles heeft te maken met individualisme of gemeenschapszin. Het oosten gelooft dat eerst de gemeenschap, op Pinksteren de Geest heeft gekregen en door haar de individuele mens. Het westen denkt precies andersom en dat kun je merken ook, en niet alleen kerkelijk. Het oosten kent meer gemeenschapszin. Aan deze kant van de aarde zit het individualisme diep. Je mag overal aankomen, als je mijn persoonlijke vrijheid maar onaangetast laat. We investeren veel, met name in eigen welzijn, in lichamelijke conditie, eigen fitheid, in uiterlijk schoon, in aerobics, in lijn, in hoe ik overkom, sensitivity, zelfontplooiing, zelfredzaamheid, in wat ik kan: in cursussen en symposia, in trainingen en leergangen. En het ergste wat iemand mij kan aandoen is ongevraagd mijn privé-domein betreden, mijn privacy schenden, mijn integriteit (mijn onaan-raakbaarheid) niet respecteren. Merk je hoeveel woorden we er voor hebben?
En dan te bedenken dat Johannes in zijn evangelie van vandaag de Geest aanduidt als trooster, helper, advocaat zeg maar. Ombudsman is misschien een goede vertaling: iemand tussen ons in, die ons met God en met elkaar verbindt. ‘Vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u’. Een andere vrede dan die van de wereld. Een andere Geest, dan de geest van onze tijd, waarin eigen haantjes altijd victorie moeten kraaien; waarin het individu zichzelf zo belangrijk vindt, dat de gemeenschap maar even moet wachten.
We wachten op de Geest, nog steeds. Ook nu we op weg zijn naar een nieuwe Pinksteren. En wie er gelijk heeft? Zou de waarheid deze keer niet in het midden liggen? Gods Geest, tussen ons in en boven ons uit? Aan ieder van ons en aan ons samen? Dat we de Geest niet verbergen voor onszelf. Dat wij elkaar behoeden en doen leven.