Er was eens een boer die zeer gelovig was. Op een dag zet men in de hemel alle sluizen open en de aarde krijgt het moeilijk om al dat water te verwerken. De boer wordt ongerust over zijn koeien en gaat naar de weide waar ze zich bevinden. De weide staat al onder water en terwijl de boer de weide wil betreden, hoort hij de politie. Een agent stapt uit en zegt dat hij mensen kan sturen om te helpen evacueren, maar dat is buiten de boer gerekend. Onze Lieve Heer zal mij niet in de steek laten, hij maakt een kruisteken en vol vertrouwen begint hij te bidden. Het water blijft echter maar stijgen en de boer krijgt op de weide het bezoek van de brandweer met een boot. Ook zij stellen voor de boer te evacueren, samen met de dieren, maar opnieuw weigert de boer. Het water blijft stijgen en boven hem hoort de boer een helikopter. men werpt een ladder uit de helikopter maar de boer, bij wie het water ondertussen al tot aan de lippen staat, weigert. De boer verdrinkt en komt, zoals elke gelovige hoopt, in de hemel terecht. Daar aangekomen wil hij onmiddellijk binnen om zijn gedacht eens te zeggen tegen God. Sint Pieter kan hem nog net tegenhouden en vraagt wat er scheelt. “Wat er scheelt”, roept de boer kwaad, " ik geloof al gans mijn leven, ga elke week naar de kerk, heb al heel veel geld gegeven aan alles en nog wat en nu ik Meneerke nodig heb, geeft Hij niet thuis." “Maar Miel toch”, antwoordt Sint Pieter, “God heeft wel geluisterd en geantwoord: eerst heeft Hij de politie gestuurd, dan de brandweer en dan nog een helikopter. Als jij niet wil geholpen worden, dan kunnen wij daar niks aan doen.”
In dit week-end ontvangen heel wat vormelingen in ons dekenaat het heilig vormsel. Het vormsel is het sacrament bij uitstek van de H.Geest. En in het evangelie van vandaag lezen we hoe Jezus die heilige Geest belooft aan Zijn leerlingen. Hij belooft die Geest aan elke gelovige en dus ook aan de jongens en meisjes die gevormd worden. Maar het is met de Geest als met de hulp van God in het verhaaltje hierboven: die Geest kan niks beginnen bij mensen die geen hulp willen aanvaarden, die zich afsluiten van alles wat met God te maken heeft. De heilige Geest, ook wel eens de Helper en Trooster genoemd, kan maar werken als wij ons hart openen voor God. Alleen is een mens niet in staat christelijk te leven, dat wil zeggen: te leven als Christus. Het zou betekenen dat wij mens voor de mensen zouden zijn, dat wij altijd opnieuw kunnen vergeven, … Dit kan maar wanneer wijzelf ons eerst bemind weten. Maar hoe kunnen wij ons bemind weten door God? Dat kan alleen maar als anderen ons beminnen, God gebruikt mensen om Zijn boodschap van liefde door te geven. Gevormd worden betekent dus eigenlijk niet alleen beseffen dat God je graag ziet, maar ook als volwassen christen mensen (in nood) laten weten dat God hen graag ziet. Geloven kan om die reden niemand alleen, we hebben elkaar nodig, daarom rekent de parochiegemeenschap op deze jongvolwassenen. Zoals zij door hun catechisten terug alles gehoord hebben wat Jezus gezegd en gedaan heeft, zo moeten zij nu ook Jezus’ Blijde Boodschap in herinnering brengen.
Maar voor die Geest kan werken, moet er vrede heersen in ons hart. De mens, elke mens is beeld van God, dat leert het scheppingsverhaal ons. Er zijn ongetwijfeld nog veel dingen die we niet hebben, misschien zouden we er graag ietsje pietsje anders uit zien, maar ondanks alles, proberen tevreden te zijn met wie je bent en wat je hebt, dat is vrede brengen in je hart. Op dit vormselweek-end zegt Jezus tot ons en dus ook tot de vormelingen: er is Iemand die je graag ziet, ondanks je kleine kantjes. Ik wil alle hardheid van onverschilligheid, jaloezie, haat, ongeloof, … uit je hart wegnemen. Ik wil je vandaag zalven, je doordringen met het goede, je harde kantjes omvormen tot zachte. In de Kerk noemen ze dat goede het heilige. Heilig wil eigenlijk zeggen: ‘heel’. Je ontvangt de Geest om ten volle mens te kunnen zijn, een heel mens zoals God ons bedoeld heeft: een mens voor de mensen. Die Goede Geest van God daagt ons uit om niet alleen voor onszelf te leven, maar voor anderen. Ieder van ons is geroepen om als bemind mens anderen in Gods naam te beminnen, vooral diegenen die anders uit de boot vallen. Dat is niet altijd gemakkelijk, daarom schenkt Jezus ons Zijn Geest. Als we het niet meer zien zitten, als we buiten adem zijn van alle inspanningen, dan schenkt Jezus ons Zijn Adem, weer een ander woord voor Geest, om door te gaan.
Maar zoals al gezegd, dat kan alleen maar als wij ons daar voor openstellen, als wij ons laten be