“WIJ ZULLEN BIJ HEM VERBLIJVEN” (Joh. 14,23-29)
-
God leeft in mij en in u, omdat Hij schepper is, en voortdurend mij als wezen draagt. Hij is meer in mij dan ik in mijzelf ben. Maar wat Jezus vandaag meedeelt is dat God in mij en in u wil “wonen”. Hij wil zijn liefdegemeenschap met ons delen: Vader, Zoon en Geest. De inwoning. Ongehoord !
-
Dit geheim vertrouwt Jezus vandaag toe aan zijn leerlingen en aan iedereen van ons, als een geborgen sleutel om als christenen te leven, te getuigen, en om de goede boodschap te brengen.
1. Deze inwoning van God is een gegeven waaraan de doorsnee gelovige vlug voorbij stapt: het wordt hem ook weinig gezegd, en het geestelijk klimaat ontbreekt veelal hiervoor. Peilingen duiden België en Tsjechië aan als de twee Europese landen waar het secularisme het meest gevorderd is.
-
De Duitse dichter Rainer M. Rilke vergeleek de ziel van de mens met een woud: “God is in ons aanwezig zoals edel wild in het bos. Je ziet er de herten zelden. Je moet eerst geduldig worden en stil”. De christen leeft vandaag buiten die stilte, buiten zichzelf. Hij wordt veeleer meegezogen in een soort vlucht naar buiten: in een luide werkdriftmaatschappij, een feestroesmaatschappij, een banale maatschappij, die hem als drug van zijn diepste grond vervreemdt. Een vlucht voor God.
-
Die zucht naar een technisch perfecte wereld, stad van de mens, met tastbare en onmiddellijke efficiëntie, gaat samen met een naar buiten gekeerde activistische levensgeest, en is volgens alle cultuurfilosofen van de laatste twee eeuwen (sinds Sören Kierkegaard + 1855) de oorzaak van het huidig onvermogen om tot inkeer te komen, de oorzaak van de vervlakking en de uitholling die onze samenleving tekent met zoveel onvrede, angst, allerlei psychosen, (zelf)moord en geweld.
-
De Kerk deelt in deze algehele ontreddering. Waar zij vanuit menselijke berekening eenzijdig bezig zou zijn met haar eigen structuren, of met een louter horizontale sociale inzet, loopt zij vast: haar werk borrelt niet op vanuit die nodige innerlijkheid. Veel pastorale arbeid gaat verloren omdat die niet ontspringt aan God-in-ons. De vrede die de Heer ons wil geven is niet zoals de wereld die geeft (Joh. 14,27). Wij moeten veeleer aan God en zijn Geest gehoor geven dan aan mensen (1ste lezing, Hand. 5,27-41). In een voormalig karthuizerklooster in Gaming (Oostenrijk) huist een bijzondere opleiding voor theologie, waar men biddend studeert. Een pastor toetst eerst zijn initiatieven aan Gods heilsinitiatief. Daar ligt de reden waarom een bevrijdingstheologie soms moet worden bijgestuurd. Begrepen we wel de diepere zin van de twee pastorale jaren van het gebed ?
2. In deze woestijn ontstaat vandaag opnieuw dorst naar inkeer. Sommigen zoeken lafenis in New-age of oosters mysticisme. We moeten echter afdalen in ons hart of ons hoofd in ons hart steken (Cath. Doherty), niet om in eigen hart te blijven. Maar daar leeft een verdrongen of bijna versmacht verlangen naar de liefde van een persoonlijke levende God. Dit verlangen is geen ziekte maar een natuurlijke hunker naar de diepste Waarheid, die ons niet dwingt maar ook niet met rust laat.
-
Cathérine de Hueck Doherty, van Russische afkomst, heeft in Combermere (Ontario Canada) het “Madonna House” gesticht, huis van stilte, woestijnervaring, gebed en belangloze dienstbaarheid: “Indien we op de pleinen van Christus willen getuigen, zei ze, hebben we stilte nodig; indien we steeds beschikbaar willen zijn ook door ons in een andere in te leven, hebben we stilte nodig; indien we opgeruimd en gastvrij willen zijn… naar lichaam en ziel, hebben we stilte nodig. Als je dat doet, dan keert je ziel zich naar God die Liefde is, en wordt de wereld rondom geruisloos anders.”
-
Dietrich von Bonhoeffer, een protestants theoloog, was in 1943 door de Gestapo gevangen. Hij werd in het strafkamp geconfronteerd met het ongeloof van vele medegevangenen. Hoe kon hij zich met hen verenigen, hun leven delen, zonder zijn christelijke identiteit te verliezen ? Zijn geheim was het geloof dat God in hem woonde, en hem niet liet vallen, maar integendeel de kracht gaf die hij nodig had om uit te stralen. Hij die ook muzikant was drukte het uit met een term uit de polyfonie: de “Cantus firmus”. Zijn “sterke zang” was die liefde van God die in hem verbleef.
-
Dominique Barbé schreef ooit vanuit zijn rijke ervaring bij de basisgemeenschappen van Latijns Amerika in zijn boek: ”Uitstraling en Zending”: “Hoe kan men echt beminnen, als men niet echt bewust verbonden leeft met de bron van de liefde”. Vanuit God krijgt onze inzet een diepte en een nieuwe oriëntering. Hij wordt belanglozer en juister. “De Geest zal u alles leren…” (Joh. 14,25)
* Deze boodschap is niet enkel voor kloosterlingen of priesters. Ze is er voor alle christenen, actief in de wereld. Deze inwoning van God mogen we ontdekken en aanvaarden als een bron van inspiratie en kracht. God woont in ons. Hij is de blijvende tempel. Daarom hoorden we in de 2de lezing: “Een tempel zag ik niet, want God… is de tempel van de Stad” (Openb. 6,11-14). Door Gods inwoning worden wij zelf zijn levende tempel. Precies uit pastorale bewogenheid was het dat Petrus schreef: “Laat ook uzelf als levende stenen voegen in de bouw van de geestelijke tempel.” (I Petr. 2,5). En uit pastorale bewogenheid was het dat Paulus uitriep: “Weet ge niet dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest van God in u woont ?” (1 Kor. 3,16) “De tempel van God zijn wij !” (2 Kor. 6,16). En hij komt er voortdurend op terug: “Christus woont in uw hart” (Ef. 3,17) en “De Geest van God woont in u” (Rom. 8,9). Niet voor niets klinkt dit refrein doorheen de brieven van Paulus. De drijfveer en de norm van onze pastoraal is God die in ons woont: Vader, Zoon en H. Geest.