NIEUWS?
Elke dag ontmoeten wij mensen elkaar. En hoe dikwijls vragen wij niet: ‘Wat voor nieuws is er (sinds toen of toen)?’ Wij bespreken de nieuwtjes van de dag: politiek nieuws, nieuws uit eigen of uit brede kring, noem maar op. Maar die nieuwsgierigheid lijkt nooit helemaal voldáán te worden. Want de volgende morgen kunnen wij weer vragen: ‘En… wat voor nieuws?’
Daaraan kunnen wij denken, wanneer wij in het evangelie horen: ‘Een nieuw gebod geef Ik jullie: jullie moeten elkaar liefhebben; zoals Ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben’.\
IDENTITEITSKAART CHRISTENDOM
Dit woord kunnen wij beschouwen als een soort samenvatting van Jezus’ boodschap. Het gaat a.h.w. om de identiteitskaart van elke christen en van alle christenen samen. Wat betekent echter dat woordje ’nieuw’ in dat zinnetje: ‘Een nieuw gebod geef Ik jullie’? Nieuw? De Jóden kenden dat gebod al lang: ‘Je zult je naaste liefhebben als jezelf’. Wat is er dan voor niéuws aan dat gebod van Jezus? Natuurlijk is liefde iedere dag nieuw. Liefde kun je niet verwerven zoals je een bezit verwerft. Evenmin kun je liefde vastleggen door wetten of voorschriften. Liefde blijft immers uiteindelijk een geschenk, een nieuw geschenk, elke dag anders en elke dag nieuw. Elke dag dienen wij te proberen, er heel ons hart en heel onze ziel in te leggen.
Nieuw is dat gebod ook omdat veel mensen dit gebod niet schijnen te kennen. De nieuwsgaring laat dat heel duidelijk zien en horen. En we hoeven niet ver van huis te gaan om het beeld goed scherp te krijgen. Jezus’ gebod is voor onze wereld nog áltijd nieuw. Elke dag opnieuw roept Hij ons op om opnieuw te beginnen. En het nieuwe bestaat vooral hierin: Jezus geeft ons voor de liefde een nieuwe maatstaf. Immers, in het Eerste Testament gold al: ‘Bemin je naaste als jezelf’. Dit blijft zijn geldingskracht houden! Maar Jezus voegt eraan toe: ‘Bemin je naaste zoals Ik jullie heb liefgehad’. Dat is het ongehoorde liefhebben: liefhebben zoals Jezus, Gods mensgeworden liefde, die zijn leven gaf, ook voor mensen die Hem hadden gehaat, verloochend en verraden, voor hen die Hem in de steek hadden gelaten. Die liefde is onbegrensd, oeverloos, ongelofelijk radikaal.\
OOSTERSE KERKEN
Ik denk dat wij wel eens iets van die nieuwe liefde onder ons mensen ontdekken Helaas moeten toeven: het getuigenis van christenen is er vaak géén van de liefde, maar van hardvochtigheid, geruzie en zelfs haat. Het kan, denk ik, in onze verkilde wereld en in onze koude kerker pas weer warm worden, als wij radikaal in het spoor van Jezus van Nazaret durven te gaan. De ‘zondag voor de oosterse kerken’ die wij vandaag houden, herinnert ons aan veel liefdeloosheid in en tussen de kerken. Maar gelukkig is en wordt de onmacht waarmee christenen in en tussen de kerken tegenover elkaar stonden hier en daar doorbroken.
Een eenentachtigenjarige monnik op de berg Athos zei: ‘God is vrede, liefde, rechtvaardigheid. Ménsen zullen de eenheid niet tot stand brengen, maar Gód. Onze taak is: onderling elkaar te leren kennen en waarderen’. Dat dit ook daden vraagt, behoeft wel geen betoog.\
NOG NIEUWS?
‘Wat voor nieuws?’, zo vroegen wij aan het begin. Ik zeg nu: Alles kan nieuw worden, als wij liefhebben zoals Jezus dat deed en in zijn Kracht. Niet voor niets zingen wij: ‘De Geest des Heren heeft een nieuw gemaakt’. In de eerste lezing (Ap. 21, 1-5a) werden wij meegenomen met een visioen van Johan-nes. Johannes ziet daar een totaal nieuwe aarde en een totaal« nieuwe hemel. Zij vormen het decor van een samenleving waarin geen verdriet, geen rouw meer is. God zelf zegt: ‘Ik (!) maak alles nieuw’. Mogen wij eraan meewerken dat dit visioen eens werkelijkheid wordt. ‘Jullie moeten elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb liefgehad’, zegt Jezus, de Messias. Mogen wij dit waar-merk mee-dragen, naar de vervulling toe.