Veronderstel eens dat je goed kunt zwemmen en daar ligt een drenkeling in het water. Wat ga je doen, spring je in het water of ga je kijken of iemand anders dat wil doen, want er zijn redenen genoeg om aan de kant te blijven. Het water stinkt, is koud en er staat een sterke stroming. Je kleren moeten naar de stomerij en de afspraken voor de rest van de dag kun je wel vergeten. Misschien staat er wel iemand aan de waterkant die veel sterker is dan jij. Waarom zet je dan door?
Waarom zet je door? Met die vraag worstelen heel wat studenten, die halverwege hun opleiding ontdekken, dat veel vakken die erbij horen helemaal niet interessant zijn, vakken waaraan ze zelfs een hekel hebben. Als het niet meer leuk is, waarom zou je dan doorgaan?
Wielrennen in de Tour de France schijnt soms helemaal niet leuk te zijn. Die anderen rijden eigenlijk veel te hard. Als je probeert om bij te blijven word je vreselijk moe. Als je probeert om de anderen vóór te komen, gaan je spieren vreselijk pijn doen. De tranen springen haast in je ogen zo zeer doet dat, hebben ze me verteld. Buitenstaanders snappen er helemaal niets van. Waarom gaat een echte wielrenner dan toch door?
Wie hulp verleent aan zieken of bejaarden heeft bijna elke dag een reden om er mee te stoppen. De zieke zeurt, begrijpt je niet, is ondankbaar en doet niet wat je vraagt. Honderd anderen staan toe te kijken en doen helemaal niets. Waarom zou je doorgaan.
Er zijn inderdaad maar weinig wielrenners die door de pijngrens heen willen gaan. Maar weinig mensen die het volhouden in de ziekenzorg, maar weinig studenten die een diploma halen. De grootste bedreiging voor een parochie is het gebrek aan voldoende vrijwilligers voor soms heel beperkte taken.
Enkelen echter stellen zich niet alleen een doel voor ogen, maar laten ook de overtuiging wortel schieten dat aan het bereiken van dit doel een lange reeks van onaangenaamheden voorafgaat. Als ze dan eenmaal besloten hebben de ellende voor lief te nemen, kan niets hen meer verrassen, geen pijn, geen koud water, geen saaie vakken, geen kritiek of onbegrip.
Hoe zit dat met mensen die naar het evangelie willen leven? Volgens de eerste lezing hadden de volgelingen van Paulus en Barnabas het bij lange na niet gemakkelijk. In de synagoge van Antiochië waren ze niet meer welkom. De heidenen beschouwden hen als opstandelingen. Dagelijks had elk van hen de neiging om meer aan zichzelf te denken dan aan anderen, zoals ook wijzelf. Het afhaken om allerlei redelijke redenen kwam ook toen al voor.
Waarom gaan wijzelf eigenlijk door in een leven naar het evangelie? Dat is toch zeker niet de algemene trend in ons land en onze omgeving. Alleen dat is al een reden om af te haken al kan dat moment wel voorbereid worden door te verkondigen wat er allemaal aan mankeert. Waarom het volhouden? Het mag wel eens gezegd zijn. Het is omdat we een ideaal hebben gezien, iets moois voor ogen hebben. Je weet van tevoren dat je moet afzien, afzien van het snelle geld, van overdreven weelde, van de rappe tong die andere kwetst, het ellebogenwerk ten koste van anderen. De weg naar die Godswereld van vrede en gerechtigheid loopt over een hobbelig parcours. Blijven geloven en ernaar leven, dat valt soms niet mee. Maar we wisten het tevoren en hebben besloten om samen met weliswaar een beperkt aantal doorzetters vol te houden. Vooral jonge mensen willen wel eens zien wie nu echt staat voor wat hij of zij vroeger heeft beweerd. We willen voor hen toch niet allemaal afgaan? Nee toch?