Voorrang voor iedereen

C-cyclus · Paastijd · 4e zondag van Pasen · wit

God ziet iedere mens het liefst. Deze uitspraak is meer dan zomaar een doordenkertje. Het is ook meer dan geheimtaal. Het is Gods waarheid. Vreemde taal voor mensen. Wie van ons voorrang verleent aan de andere wordt ipso facto nummer twee. Wie voorrang ontvangt, wordt meteen nummer één. Spreken over voorrang is spreken over hiërarchie, is spreken over hoger en lager, over eerste en over tweede. Zo doen en redeneren mensen. Dat kan ook niet anders. Dat is onze logica. Om het anders te zien, moet je iets proeven van Gods logica. Of zijn mensen wellicht toch tot zoiets in staat? Ik kan me inleven in een moeder die vijf kinderen heeft en die zegt: ik zie ze alle vijf even graag. Ik zie ze alle vijf het liefst. Welnu, die vijf kinderen zijn niet allen even sympathiek en niet even verstandig en niet allen even goed. Liefde maakt ze allen even beminnenswaard. Begrijpe wie begrijpen kan. Het is een diep geheim. Buitenstaanders snappen daar niets van. Daarvoor zijn het buitenstaanders.

Nu gaat het in het verhaal van Paulus en Barnabas daarover. Het gaat om die buitenstaanders. In het verhaal worden ze heidenen genoemd. Dat is nog meer dan buitenstaanders. Het zijn verworpenen. Ze horen er niet bij. Daarover gaat het. Volgens Paulus horen ze er wel bij. God ziet iedere mens en elk volk het liefst. Voor God staan alle mensen ex aequo op zijn lijst. De eerste mag de eerste blijven. Maar mag het en kan het dat de andere ook de eerste wordt? Mag God in zijn testament niet enkel de oudste maar ook de jongste gelijk behandelen? Geen eigen volk eerst, maar alle volkeren eerst? Geef toe, dat is voor de privilegies van de eersten een serieuze beproeving en een zware test. Zijn zij dan niet langer de bevoorrechte getuigen en de eerste ’natuurlijke’ erfgenamen? Daar gaat het om in het discours van Barnabas en Paulus. Op roepingenzondag is dat meer dan één meditatie waard.

Het grote probleem bij dit alles is dat mensen menen dat ze hun bezit en hun rechten dan moeten delen. Dat is de kapitale bekoring. Dat is de cruciale vraag. Paulus leert dat de eersten niet hun aandelen moeten delen. Hun aandelen zijn namelijk niet hun bezit. Hun aandelen blijven staan op naam van de gever. Hij leent zijn aandelen uit ook aan anderen. God promoveert alle mensen tot zijn aandeelhouders. Zijn rechtvaardigheid schaft alle voorrechten af. Omdat het nooit voorrechten zijn geweest! Het zijn altijd gunsten geweest. Zomaar uitgezaaid over de hele aarde, over alle mensen van alle kleuren en rassen en standen. Welnu, deze absolute voorrang voor iedereen, is voor Gods trouwe dienaars ongehoord. Het is van het goede teveel. God is altijd te goed.

Dat heeft Jezus geweten. Het is Hem fataal geworden. ‘Nodig ze allen uit’, dat was onfatsoenlijk gedrag. Dat was onzindelijk denken. Op zoiets staat als beloning het kruis. Je mag wel herder zijn voor negenennegentig schapen… maar het lastigste honderdste schaap is er te veel aan. De goede herder heeft het evenwel zo niet begrepen: Hij neemt het honderdste op zijn schouders. Hij wil ze bijeenhouden alle honderd. Allemaal. Hij ziet ze allemaal het liefst. Grote dromer toch die Jezus. Hij denkt aan iedereen.

Ik ben geen vreemde voor Hem.

Zoeken in Preken Online