Mijn schapen luisteren naar mijn stem
Een maand geleden werd tijdens een
catechesebijeenkomst aan onze twaalfjarigen die dit weekend hun
geloofsbelijdenis vieren, gevraagd of zij de uren van de eucharistievieringen
kenden. Ik hoorde de meest mogelijke en onmogelijke tijden maar het was
duidelijk : zij wisten het niet. Vorige week tijdens het afsluitend weekend,
stelde ik de vraag opnieuw en weerom begonnen zij te raden, ze waren het juiste
antwoord vergeten: ze weten het nog steeds niet, net zoals andere zaken die met
kerk en godsdienst te maken hebben, zoals zijn bijvoorbeeld niet weten hoe de bisschop
van Antwerpen heeft. Nochtans gaan zij
naar katholieke scholen of volgen godsdienstonderwijs. Maar ik kan het niet
kwalijk nemen, want volgens mijn bescheiden mening weten hun ouders het ook
niet en ik heb soms de indruk dat het hen ook niet interesseert.
Met dergelijke bedenkingen vraag ik
mij dan af, waartoe catechese dan leidt en of dat nog een zinvolle bezigheid
is. Waar ben ik in godsnaam mee bezig ? Kan ik mijn tijd en energie niet beter aan iets anders besteden ? Heb ik
dan niets bereikt en hoeverre beseffen deze jongens en meisjes wat het betekent
om in Jezus’ voetspoor te stappen ? In hoeverre zijn zij zich bewust van hun
gelovig zijn ? Het is niet eenvoudig hier een antwoord op te geven. Maar 2007 is het jaar van de Bijbel en misschien
kunnen de lezingen verheldering brengen:
Paulus en Barnabas zijn begonnen aan
hun reizen, overal waar ze komen, preken ze in de synagogen, maar ze bereiken
moeilijk de joden, het “uitverkoren” volk, ze worden wel geprezen door de
heidenen. De laatsten staan wel open voor hetgeen Paulus te vertellen heeft, ze
willen wel open staan voor de heilsboodschap. Door de eigen mensen worden ze beschimpt en vervolgd omdat ze getuigen van de
Verrezen Heer, maar tegelijkertijd ontstaan nieuwe gemeenschappen met vreugdevolle
mensen, die het nieuwe geloof aannemen.
In het evangelie spreekt Jezus over
zijn schapen, die Hij niet verloren zal laten gaan, ook al worden ze bedreigd. Daartoe is Hij
gestorven en verrezen. “Niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven” zegt
Jezus: en staat door het doopsel onze naam niet geschreven in de palm van Gods
hand ?
Eigenlijk zeggen de schriftlezingen
dat ondanks alles we moeten blijven geloven en hopen, dat we ondanks alles
moeten werken aan een nieuwe en vooral betere wereld. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde,
zegt Sint Jan in de Apocalyps.
Het is ook roepingenzondag. De Kerk
roept ons op om te bidden voor meer roepingen en dat moeten we breed bekijken.
Het gaat immers niet alleen over priesters en religieuzen, ook al is daar veel
nood aan. Het is goed dat we bidden maar we moeten ook realistisch zijn. Ik
geloof niet dat er morgen een grote toename van priesters en religieuzen zijn,
en dat heeft niet alleen met het celibaat te maken. De mensen zijn nu eenmaal minder kerks dan
vroeger. Toen ik met catechese begon begin jaren 90, hadden we meer dan 120
vormelingen, nu zijn er amper 20 en als er dit jaar vijf koppels zijn die
kerkelijk huwen, hebben we een goed jaar gehad.
De tijden zijn nu eenmaal veranderd.
Maar er zijn wel nog mensen die zich
engageren : in parochies, ziekenhuizen, scholen, derde en vierde wereld. Ter
info: er zijn in het bisdom Antwerpen alleen al 75 diakens, van wie de meeste
getrouwd zijn. Dat betekent dat met de diaken er ook een echtgenote staat die
zich met pastoraal en kerk zijn bezig houdt. Verder is er een groot aantal Pastoraal werkers en
werksters, en jaarlijks komen daar vier of vijf mensen bij.
Er zijn de onbezoldigde
vrijwilligers op wie we beroep kunnen doen en dat zijn heus niet alleen
senioren. Als PT lid, lector, parochiesecretaris, lid van, bewegingen en verenigingen, worden
mensen geroepen. Er zijn ook veel jongeren die helpen in
jeugdbeweging, die een deel van hun
vakantie besteden om te helpen bij andersvaliden, in hulporganisaties (de
stickers van het Rode Kruis bv.) en dat
allemaal is ook roeping.
En uiteindelijk zijn we allemaal
geroepen om de boodschap van de Heer Jezus door te geven: door verkondiging,
door samen te vieren en door de mensen te dienen. Dat is onze
gemeenschappelijke roeping.
De twaalfjarigen van Berchem en
elders, die nu in deze periode hun communie doen of het sacrament van het
Vormsel ontvangen, zijn de uren van de eucharistieviering weer vergeten en ik denk niet dat zich zullen
abonneren op Kerk en Leven gaan nemen. Ze zijn jong en onbezonnen, ze zitten
vol van leven en dat is maar goed ook. Zij
lijken onbekommerd over de dag van morgen. Wij ouderen kunnen alleen maar zaaien, zij beslissen of ze vrucht dragen.
Wij kunnen hun een richting
aanwijzen, of ze die volgen is hun beslissing.
Als de eerste weken van september voorbij zijn, komen de eerste
telefoons van ouders om te vragen hoe het zit met de plechtige communie in
2008, want er moet een zaal of een springkasteel vastgelegd worden, of zou er
toch meer achter die vraag zitten … ?