Het beeld van Jezus als de goede herder is één van de oudste beelden uit het christendom, nog voor men Jezus aan het kruis tot symbool verheven heeft, was dit beeld van de herder er al. Eigenlijk hoeft ons dat niet te verwonderen, want men zag de voorbeelden in Jezus’ tijd zo passeren. Als Jezus het tegen Zijn toehoorders had over herders, dan begrepen zij beter dan wij welke realiteit dit oproept. Natuurlijk kennen wij ook herders, maar vaak zijn het vooral romantische trekjes die dit zwerversbestaan oproepen. Los van deze te romantische voorstelling, is het beeld van de herder met zijn schapen wel iets dat mensen aanspreekt maar meteen ook iets dat niet lijkt te passen in deze tijd.
Een herder brengt zijn schapen van de ene weide naar de andere, zorgt voor hen, beschermt hen tegen wilde dieren, leidt hen. Als er een schaap is dat andere wegen wil uitproberen wordt hij door de herder of diens hond terug op het juiste pad gebracht. En dan vraag ik mij af of wij als gelovige niet te zeer op onze emancipatorische en democratische verworvenheden staan om onze goede Herder zomaar te volgen, Hem zomaar te vertrouwen. Zorgen wij ook niet liever dat we zelf alles in handen hebben? Ons laten leiden door een ander, ons leven toevertrouwen aan een ander, kunnen wij dat nog? Het zijn ongetwijfeld vragen om over na te denken, vooral omdat het antwoord vrij cruciaal is voor ons geloof. Als wij niet meer in staat zijn ons leven in Gods geborgen handen te leggen, wat betekent geloven dan nog? Hoe kan Jezus dan Zijn vrede in ons hart zaaien, hoe kan de H.Geest werken als wij zelf alles in handen nemen? Als geloven maar is dat we bepaalde waarden delen, dan is dit een lastig geloof. Het geloof dat Jezus zelf, dat God zelf ons eerst liefheeft, is het eerste punt van geloof. Nog voor wij er maar aan denken te geloven, heeft Hij al honderden keren gezegd dat Hij in ons gelooft.
Is dit een pleidooi om zonder nadenken door het leven te gaan? Zeker niet, maar wie gelooft moet ook aanvaarden dat wij niet alleen beslissen welke wegen we gaan. God heeft Zijn wegen waarlangs Hij mensen naar mensen stuurt … Dat is een eerste bedenking bij dit korte evangelie: hoeveel vertrouwen hebben wij in Jezus? Kunnen, durven, willen wij Hem volgen?
Een tweede bedenking roept nog meer vragen op. Mijn schapen kennen Mijn stem. Dat is niet zo moeilijk als je Jezus zelf hoort praten. Maar waar horen we vandaag de stem van Jezus? Een eenvoudig antwoord zou kunnen zijn dat we God horen via de Kerk. Ik hoop dat dit zo is, maar soms twijfel ik daar aan. Hoor ik de Goede Herder spreken wanneer bepaalde mensen door tegenslag in het leven plots niet meer tot de Goede herder mogen naderen? Hoor ik Jezus stem als een kerkmens anderen als abnormaal bestempelt? En zo kunnen we nog een tijdje doorgaan … Er zijn mensen die op deze vragen volmondig ja zullen antwoorden, anderen zullen twijfelen, nog anderen worden er furieus van … Die verscheidenheid van antwoorden brengt ons weer bij de beginvraag: waar horen we Jezus’ stem vandaag klinken? Het is niet bepaald gemakkelijk een antwoord te vinden op die vraag. Ik meen, maar dat is persoonlijk, dat we Jezus horen in elke noodkreet, in elke vraag om menswaardig behandeld te worden, in elk protest dat de onrechtvaardigheid aanklaagt … Zo zal Jezus vaak tot ons spreken via de Kerk, soms horen we Hem kritische vragen stellen bij bepaalde regels … Zijn de evangelies niet het referentiekader om Jezus stem op het spoor te komen, te herkennen? Leren die evangelies ons niet dat Jezus nooit de stem heeft van machthebbers die macht hebben om de macht? Dat Jezus weerklinkt in elke nieuwe kans de we geven aan mensen die het spoor even bijster waren? Is Jezus’ stem niet de stem van de liefde, de stem die mensen tot leven roept, over alle grenzen heen?
Een derde bedenking is dat mooie zinnetje: “ik ken ze”. Een kerkgemeenschap moet dus zelf niet te veel oordelen en veroordelen, Jezus kent Zijn schapen wel. Hij zal wel, ten gepaste tijde, oordelen. Een geloofsgemeeschap dient enkel het goede leven voor te leven als een uitnodiging.
Tot slot wil ik nog even stilstaan bij de kracht van het getuigenis dat dit korte evangelie in zich heeft. Wie Jezus zo durft te vertrouwen dat je Hem volgt, die mens is veilig in Gods handen. Dat betekent niet dat er je niks meer kan overkomen, wel dat je weet dat er altijd Iemand is die je wil opvangen, zelfs over de grenzen van de dood want Hij schenkt ons eeuwig leven.
Herders die Jezus stem geven, die de kudde beschermen tegen invloeden allerhande, tegen zoveel aantrekkelijke alternatieven, dat zijn de priesters die de Kerk nodig heeft voor de toekomst. Zoveel stemmen klinken in deze wereld, zovelen beweren dat zij het bij het rechte eind hebben. Zalig is een gemeenschap waar de herder Jezus’ Blijde Boodschap stem geeft. Het zijn herders die door hun manier van “zijn” uitnodigen om Jezus te volgen, omdat zij een alternatief bieden in deze wereld van presteren en consumeren. Een goede herder in de Kerk? Het is diegene die er niet op uit is dat mensen naar hem opkijken, hem blindelings volgen omwille van hemzelf. Het is diegene die in eerste instantie luistert naar de Goede Herder en door zijn spreken en handelen die stem klank geeft.
God,
waar kunnen wij vandaag de stem van de Herder horen?
Klinkt Hij in het lied van de stemlozen,
horen we Hem in de roep om gezelschap waar eenzaamheid het leven vermoordt,
of in het smeken van de zieke en stervende?
Of klinkt Hij in de vreugde van een kind dat nog blij kan zijn met kleine dingen,
in mensen die anderen doen opstaan uit hun miserie?
Horen we Hem in de pracht van kunst die ons hart raakt
of in het gewone kleine alledaagse?
Waar kunnen we vandaag de Herder horen?
Misschien moeten we eerst proberen luisteren.
4e zondag in de paastijd C - 2007
C-cyclus · Paastijd · 4e zondag van Pasen · wit