Herder en schapen (2007)

C-cyclus · Paastijd · 4e zondag van Pasen · wit

Jezus had eerst gezegd: “Ik ben de goede Herder”. Die korte maar rijke zin vertelt ons alles over Jezus:
\

  • “Ik ben”: een van de zeer vele ‘Ik-ben’-woorden in Jezus’ mond (zoals: Ik ben het Brood des levens, Ik ben de wijnstok, Ik ben het Licht der wereld, Ik ben de weg, de waarheid en het leven…) “Ik ben” is de naam van Jahweh aan Mozes meegedeeld. In Joodse oren klonk hier Gods naam.
    \
  • “De goede Herder”. De herder is degene die de kudde voert naar groene beemden, en ze verdedigt. Altijd op tocht. De grote leiders van Israël werden “herders” genoemd zoals de aartsvaders, Mozes, David… Maar zij allen wisten dat alleen Jahweh (God) de uiteindelijke Herder was. De ervaring van de koningentijd leerde dat er ook herders waren die zichzelf weidden, slechte herders. Daaruit groeide bij de profeten de droom dat eens Jahweh zelf zou komen om zijn volk te leiden. God zelf werd de verwachte en ware Herder: “Wee, u herders die de schapen van mijn weide laat verloren gaan… Daarom spreekt Israëls God: …Ik zal de rest van mijn schapen verzamelen; Ik breng ze terug naar hun weideplaatsen, waar ze vruchtbaar zullen zijn… Zij zullen niet langer worden vermist…” (Jer. 23, 1-3). Uit dit geloof ontstond de mooie ps.23: “De Heer is mijn Herder, mij zal niets ontbreken” - Toen Jezus zich aandiende als de “goede” Herder, moesten de Joden verstaan dat in Hem de echte, langverwachte Herder aanwezig was. Niet zomaar een zachte, brave, landschapsmooie Murillo. Wel de sterke Herder van de belofte. – Dit herdersschap heeft Jezus aan zijn apostelen doorgegeven: “Weid mijn schapen” (Joh 21,17); en Petrus op zijn beurt aan zijn medewerkers: “ Weid Gods kudde… van harte en niet uit dwang…” ( I Petr.5,2)

    Twee kenmerken sieren de ware Herder:
    \
  1. Het diepe geheim van de goede Herder is dat Hij zijn schapen kent, en dat de schapen Hem kennen. Dit kennen wijst op een liefdevolle omgang, een intimiteit, een gemeenschap. Zijn liefdevolle blik rust op hen, en zij zien met vertrouwen naar Hem op. Het gaat om een luisteren naar elkaar. Dat haalde Jezus niet zomaar uit zichzelf: “Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij, zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken.” Juist de universele liefde van de Vader zette Hem ertoe aan Herder van velen te zijn: “Ik heb nog andere schapen, die niet van deze schaapstal zijn…” De tekst krijgt een oecumenische betekenis. Hij bezit schapen in verscheidene kooien, in diverse gemeenschappen. In al deze groepen zijn er die zijn stem beluisteren, en samenleven met anderen die niet luisteren en niet verstaan. Het criterium van degenen die Hem echt toebehoren, zijn degenen die zijn stem kennen, die in persoonlijke intimiteit met Hem willen leven. Christen zijn is in liefdedialoog leven met Jezus de grote Herder. - / Vandaag, op deze roepingenzondag is het belangrijk erop te wijzen dat juist dit luisteren naar Jezus’ stem van eerste rangorde is. God roept voortdurend, maar zijn stem dringt niet door. Ze wordt overstemd door andere geluiden. We worden overspoeld met allerlei stromingen. Ook met de leugen. Mother Teresa zei ooit: “Wilt ge roepingen, leer opnieuw bidden in het gezin”. Bidden is zich bevrijden, is die geluidenmuur doorbreken en luisteren met het hart. Bidden is in open Ik-U-verhouding leven met God. Dan wordt roeping een zaak van verliefdheid op God. Op de Champs-Elysées kwam een religieuze voorbij. Iemand zei haar: “Je moet toch gek zijn om vandaag religieuze te worden”. En zij : “Nee, je moet alleen maar verliefd zijn.” - Wij missen de goddelijke verliefdheid, die bevrijdt: “des fous de Dieu”.
    \
  2. Het tweede kenmerk is dat de Herder zijn leven geeft voor zijn schapen. “Niemand heeft meer liefde, dan hij die zijn leven geeft… kwijtspeelt, uit de hand laat glijden…” (vlg Joh 15,13). “Daarom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik mijn leven geef om het later weer op te nemen”. Jezus legt zijn leven af, en neemt het weer op zoals Hij bij de voetenwassing zijn kleed heeft afgelegd, om het dan weer aan te trekken. Het zijn dezelfde woorden (Joh. 13,4.12). Hij geeft zijn leven voor zijn schapen. Hij is immers geen huurling die alleen leeft voor eigen gewin.. Deze zelfgave voor de anderen doortrekt heel Jezus’ leven. Hij geeft zijn leven opdat anderen zouden leven, en wel in overvloed. Deze zelfgave omvat een sterven: “Als de graankorrel niet in de aarde valt, blijft hij alleen; maar als hij sterft brengt hij veel vrucht voor.” (Joh.12,24) - / Ook roeping is de bereidheid zijn leven te geven. Er is bij de jongeren vandaag heel veel inzet. Ook sociale inzet. De vraag is welke zijn hun motieven ? Zijn de motieven belangloos en zuiver genoeg om heel ver te gaan ? En is het de stem van de Herder die hen in beweging brengt ? Zijn de dingen van de levende God boeiend genoeg om eigen leven aan Hem en aan zijn droom te geven ? Of mist deze tijd de diepste zingeving ? Het geloof ? – Eens in een TV-uitzending over roeping zei de broer van Godfried Bomans, monnik in de abdij van Zundert: “De opvoeding vandaag is te week; de zin voor het offer en de gehoorzaamheid ontbreekt.” Waarop zijn zuster moniale in Brecht zei: “Ik zou mijn roeping waarschijnlijk niet hebben gehad, was ons gezin niet gelovig en biddend geweest.” Marthe Robin heeft me ooit in een gesprek over roeping persoonlijk gezegd: “Het geloof ontbreekt.”

    * Het is merkwaardig dat juist daar opnieuw roepingen komen, waar Maria uit haar ijstijdperk mag treden, en waar men komt tot intense beleving van de H. Eucharistie en de aanbidding ervan. De Eucharistie en Maria, de twee zuilen in het profetisch visioen van Don Bosco, waarbij de boot van de Kerk mag aanmeren na een tijd van beproeving. Bidt voor de herders, de priesters in de Kerk, en voor degenen die de Heer roept om zich radicaal bij Hem aan te sluiten in zijn herder-zijn.

Zoeken in Preken Online