De kunst van het loven

C-cyclus · Paastijd · 3e zondag van Pasen · wit

Mensen kennen wel het adres van God. Meestal weten ze waar Hij woont als ze in nood zijn. Mensen hebben inderdaad veel te vragen. Het leven is ook niet zo rimpelloos als het in onze vele feuilletons wordt voorgesteld. Ik ben de laatste om ook maar één kwaad woord te zeggen over mensen die knielen met tranen in de ogen. God luistert naar ons en Hij is bereid om onze natte ogen te genezen.

Maar vandaag gaat het over iets anders. Over het loven. Over mensen die voor God applaudisseren. Dat doen mensen rechtop, met de handen omhoog, met de ogen open. Smeken doen we gebogen, met de blik naar binnen: we maken ons klein omdat we klein gemaakt zijn door de zorgen. Loven is uit-ademen, onze vreugde los-gooien, ons centrum verlaten en verplaatsen. Het is opstapelen van kreten: alleluja en amen. Het is wieroken met steeds dezelfde woorden. Loven betreft een Ander, het is opstijgen, de aarde in de hoogte steken om de hemel te raken. Het is een verademing omdat we onze enge cirkels openen.

Dat kan een mens enkel doen als hij zaligheid heeft onder-vonden, als hij genezen is of bevrijd. Als hij weet, dat God genezer en bevrijder is. Als hij plots gaat beseffen, dat er meer is dan zijn eigen zorgen. Als hij van harte aanvoelt, dat zijn hele bestaan een geschenk is, dat het een grote weldaad is mens te mogen zijn. Het is danken voor de uitkomst en de aankomst.

Daarover spreekt de lezing vandaag. Het is een lezing uit het boek Apocalyps. Een moeilijk boek. Het woord alleen al is moeilijk. Lectoren vallen erover. Ik ben niet gehaast om te zeggen, dat het eenvoudig is. Maar het is vooral vreemd. Het is overladen met beelden: paarden, schalen, tronen, dieren, en gelen, stammen en talen, bloed en zee en vuur, over een boek dat opgegeten wordt. En over nog zoveel meer. Dat alles ligt ons niet meteen. Wij zijn aan gewonere taal gewoon geraakt. Hoe wel, er zijn spektakelfilms die wij niet schuwen. Er zijn exotische prenten die wij vereren. Zo rationeel, zo zakelijk zijn wij niet altijd. Iets van het irrationele ligt ons wel. Maar daarmee zeggen we nog niets over de Apocalyps.

De Apocalyps is een boek met een dubbele bodem. Beneden is er de aarde: een strijdtoneel. Boven is er het feest, de grote liturgie. Het is een boek met twee verdiepingen. Daarom is het ook het boek van de grote hoop, van de laatste vertroosting. Beneden mag het donker zijn maar God is helder. Beneden mag het ondergang zijn en slagen krijgen en uitgelachen worden, vervolgd. Dat is echter het laatste niet. Er is een ruimte waar de tranen worden gedroogd, waar de oude ellende voorbij is, waar het kwaad niet meer het laatste woord heeft. Er is een ruimte, een plaats, een tijd waar dat alles voltooid verleden tijd is. Het boek Apocalyps zegt niets anders: er is een andere oever, er is een overkant waar het gras altijd groener zal zijn…

Zodoende plaatst het boek ons voor een keuze: ofwel blijf je ronddraaien in je eigen cirkel van onmacht en verdrukking, ofwel geloof je, dat dit alles maar een voorspel is, een prelude, een inleiding. Ofwel blijf je zuchten in dit dal van tranen, ofwel geloof je, dat er na deze ballingschap een uittocht is. Ofwel zijn we samen-ballingen voorgoed. Of wel ballen we alles samen in het grote besef, dat het Lam, dat werd afgeslacht, ook het Lam is dat op de troon wordt geplaatst

Evangelischer kan het niet. De mens die voor een heilige zaak klappen krijgt, zal het ooit meemaken, dat dit niet tevergeefs onvruchtbaar is geweest!

Als je dat eens beseft en gelooft, sla je aan het loven want ons einde zal niet het laatste zijn. Dan sta je waar God begint, waar God altijd aan het beginnen is. Dan sta je waar het leven vol is.

Als we dat even mogen vermoeden en geloven, leren we wat loven is.

Zoeken in Preken Online