Dit stuk uit het evangelie is een gesprek tussen Jezus en Petrus. Een soort sollicitatiegesprek, waarin Jezus Petrus heel fijnzinnig ondervraagt over zijn liefde voor Hem. En in feite is die ondervraging nog veel fijnzinniger, dan in het Nederlands kan worden uitgedrukt. In het Nederlands hebben wij geen woord voor liefde in de zin van ‘voor iemand door het vuur gaan’. Dat heeft de Griekse taal wel. En in de Griekse taal is dit evangelie geschreven. Vandaar dat Jezus niet drie keer hetzelfde vraagt, maar drie keer iets anders. De eerste keer vraagt Jezus aan Petrus: ‘Simon, ga je voor Mij eerder door her vuur dan de anderen?’ Hierop kan Petrus geen volmondig ‘ja’ zeggen. De anderen hadden Jezus in de steek gelaten op zijn kruisweg. Maar hij had Jezus verloochend. Nee, niet meer dan de anderen, heel zeker niet. Petrus, die dat beseft, geeft eigenlijk een ontwijkend antwoord. Hij zegt: ‘Ge weet dat ik U bemin’.
De tweede keer vraagt Jezus aan Petrus: ‘Simon, ga je voor Mij door het vuur?’ Jezus vergelijkt Petrus niet meer met de anderen, maar Hij vraagt wel meer aan hem dan Petrus kan opbrengen. Voor Hem door het vuur gaan? Nee, daar kan Petrus geen ‘ja’ op zeggen. Hij had Jezus drie keer verloochend. Vandaar dat Petrus weer een ontwijkend antwoord geeft: ‘Heer U weet dat ik U bemin'.
Dan komt Jezus met zijn derde vraag. Hij vergelijkt niet meer met de anderen. Hij vraagt niet meer om liefde, die voor Hem door het vuur gaat. Hij vraagt alleen: ‘Simon bemint ge Mij?’ En toen werd Petrus bedroefd. Hij zag alles weer voor zich. Dat hij zo dikwijls Jezus niet kon volgen. Dat hij zo protesteerde, toen Jezus ging lijden, toen Jezus een slaaf werd die zijn voeten wilde wassen, toen hij Jezus verloochende, gewoon zei dat hij Hem niet kende. Mag je dat nog liefde noemen? Petrus werd bedroefd, omdat Jezus de derde keer vroeg: ‘Bemin je Mij?’ Jezus vroeg hem niet meer dan een vorm van liefde, die gepaard kan gaan met een heel zwakke trouw, met verloochening, met vlucht, met protest en met zwakheid. Vandaar dat Petrus zegt: ‘Heer, U weet alles, U weet ook dat ik U bemin’. En toen zei Jezus hem: ‘weid mijn schapen'.
Zo willen wij naast Petrus gaan staan. Jezus moet ons niet vragen wat Hij de eerste twee keren aan Petrus vroeg. Hij moet ons niet gaan vergelijken met anderen. Hij moet ons niet vragen of we voor Hem door het vuur willen gaan. Maar Hij mag ons wel vragen of wij van Hem houden. Want daarop willen en kunnen wij wel ‘ja’ zeggen.