3e zondag in de paastijd C - 2007

C-cyclus · Paastijd · 3e zondag van Pasen · wit

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, welkom in onze mooie kerk. Onze kerk is een klein beetje een afspiegeling van de hemel. Niet zo zeer wat uiterlijk schoonheid betreft, maar wat de aanwezigen betreft. In de tweede lezing horen wij hoe tienduizenden keer tienduizenden de Heer op zijn troon prijzen. Wij zijn nu al in de geest met hen verbonden. En eens zullen wij ons werkelijk - met lichaam en ziel - bij hen mogen aansluiten. Wat wij hier doen, wordt op veel plaatsen niet gezien, niet gehoord. Maar God weet het, de engelen en de heiligen weten het. Zij bidden en zingen met ons mee. Hier werken de hemel en de aarde samen aan de opbouw van het Rijk van God.

Beseffen wij hier op een heilige plek te zijn. Vrezen wij God, maar vooral … beminnen God, die zelf houdt van alle mensen van goede wil en die hen wil laten delen in zijn eeuwig leven.\

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Heer God, door de profeten hebt Gij tot ons gesproken en in Jezus, uw Zoon, is hun woord tot vervulling gebracht. Wij danken U om het levende woord, onze verrezen Heer, en vragen: open onze ogen voor Hem, die met ons door het leven gaat; open onze oren voor Hem, die tot ons spreekt in het evangelie; maak onze geest toegankelijk voor het begrijpen van de Schriften. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … .\

PREEK

Het kan weleens gebeuren, dat je jaren lang van een of andere club lid bent, bijvoorbeeld een volleybalclub of een kaartclub, en opeens heb je er geen zin meer in. Je wilt wat anders gaan doen. Je gaat muziekles nemen. Prachtig! Maar ja, zo goed als je was in volleyballen of kaarten, zo zwak ben je nu nog in de muziek. In je vorige hobby heb je eigenlijk geen zin meer, ofschoon je er wel heel goed in bent, en in je nieuwe hobby ben je nog niet zo heel goed, je voelt je een beginneling. Je vindt er nog niet zo heel veel blijdschap in. Je zit tussen de wal en het schip.

Zo voelen de apostelen zich ook. Zij zijn ervaren vissers, hebben er jaren lang hun brood mee verdiend. Zij zijn ook echt kameraden geworden. Maar op een dag liepen zij Jezus van Nazareth tegen het lijf. Hij had hen geroepen, gevraagd of zij Hem wilden volgen. Hij deed wonderen aan de lopende band. En na een wel heel wonderbaarlijke visvangst had Hij hen gezegd, dat zij voortaan maar op mensen moesten gaan vissen (Mt. 4, 19; Mc. 1, 17). Maar ja, hun lieve, wijze en knappe wonderdoener is na een kort schijnproces ter dood gebracht. En nu kwamen zij Hem weer tegen. Zo maar opeens verschijnt Hij. Het is al een paar keer gebeurd. Petrus had Hem gezien. En ook een paar leerlingen, die naar Emma

Zoeken in Preken Online