Je zult een weg gaan die je niet wilt... (1998)

C-cyclus · Paastijd · 3e zondag van Pasen · wit

KAART UIT DRENTHE


Ik kreeg van de zomer een kaart. Een vriend kampeerde met zijn gezin in Drenthe. Hij is pastoraalwerker. “Pastor” is Latijns voor “herder”. Op de kaart stond een grote schuur met een kudde schapen en een herder in spijkerbroek. Daaronder schreef hij dit bericht: “Het valt mij op hoe weinig een herder doet. Hij maakt niets, het verzint niets, hij organiseert niets. Het enige dat hij doet is toezien en zorg hebben…, veel groeten. Guus!”
Misschien zijn pastores inderdaad geneigd zich door veel werk te laten meeslepen. Ze stencilen, vergaderen, lopen achter van alles en iedereen aan, lezen, studeren, en noem maar op. Terwijl het meest wezenlijke is: rust uitstralen, trouw zijn en je overgeven aan het leven.\

JE BEGINT ERGENS AAN…

Jezus wijst Petrus aan om voor de groep leerlingen te zorgen. Tot drie keer toe vraagt Jezus of hun relatie in orde is. Bij de derde keer moet Petrus huilen. Allicht. Bij de derde keer hoorde hij een haan kraaien. Als je ergens verantwoordelijkheid voor neemt, weet je nooit waartoe dat leidt. Petrus weet niet waar zijn benoeming op uitloopt. Wij weten het: op de dood aan het kruis in de arena van Rome. Als hij het geweten had, was hij er nooit aan begonnen. Je begint ergens aan…
Nooit vergeet ik het dappere, verbitterde gezicht van een vrouw die haar geschiedenis vertelde. Drie maanden na haar huwelijk bleek ze ziek te zijn, een ernstige kwaal in haar gewrichten. Ze lag een week in het ziekenhuis. Daar ontving zij een brief van een advocaat. Haar man vroeg echtscheiding aan… Je weet niet waar je aan begint, als je voor iemand verantwoordelijkheid aanvaardt.
Je besluit een kind te willen. Je laat liefde een wonder verrichten. Je hoopt, vreest en bidt, en daar is een kind, een bovenwonder. Maar het is gehandicapt. Ik zie een vader voor me met zijn dochter. Haar ene beentje was te kort. Ze hadden het thuis ontdekt. In het ziekenhuis gaf de een de schuld aan de ander. “We hebben het jullie verteld, maar je wilde niet luisteren”, werd gezegd. Dat was kwetsend. Ze wisten van niets. De vader hield zijn dochter vast. Het kind lachte vrolijk. In zijn ogen verschenen dikke tranen. “Ik ben er hoor, maak je maar geen zorgen”, snikte hij. De dochter bleef lachen. “Ik zal je leren lopen, ik zal je leren dansen, ik zal met je walsen, schat.” Hij trok haar naar zich toe, kuste haar en verborg zijn gezicht in haar halsje. Als je ergens aan begint weet je niet waar je uitkomt, maar sommige mensen komen heel erg ver…!\

WAT TROUW KAN VRAGEN

Het evangelie gebruikt daarvoor een verrassend beeld. Toen je jong was dacht je: “Kom ik ga eens naar de stad”. “Weet je wat, ik koop een nieuw kostuum.” Je dacht: “Zou ik voetballen of fietsen?” Zoveel kon je besluiten. Maar als je eenmaal oud bent, zijn er anderen. Anderen om je uit bed te helpen, anderen om je broek aan te doen en je tanden te poetsen. Anderen zijn er. Je drukt op de bel en je wacht. “De plegen hebben het druk” zei iemand verontschuldigend. Ze had bijna een half uur gewacht om weer in bed te mogen. Anderen zullen je bij de hand nemen en je brengen naar plekken waar je niet wilt zijn…. Daar zit je in de wachtkamer van de röntgen afdeling. Daar zit je bij maatschappelijk werk of bij de sociale dienst. Je hebt niet geweten toen je aan het leven begon, dat het zou eindigen zoals het begonnen was: in afhankelijkheid, aangewezen op de genade of ongenade van anderen. Moet je dan maar geen trouw beloven? Moet je dan maar afstand houden?
Een jonge vrouw had een moeilijke jeugd gehad. Wat heet?! Ze was misbruikt. Ze had het jarenlang ver-drongen. Maar haar leven liep vast. Er bleek een bepaald patroon te zijn: ze maakte kapot wat ze liefhad. Ze wilde zich indekken tegen teleurstellingen. Ze was doodsbang om zich te binden. Ze zocht hulp. Ze moest opnieuw leren dat er ook mensen zijn die je vertrouwen kunt. Dat was een moeizaam en boeiend proces. Een proces dat elke mens doorlopen moet. Je moet leren dat er gevaar is. Maar ook, dat er eerbied is. Dat er mensen zijn die je trouw blijven en je in je waarde laten. Zonder overgave aan de genade en ongenade van anderen lukt het niet. En er zijn engelen van verplegenden.\

TENSLOTTE REST OVERGAVE

Overgave aan de keizer betekende Petrus’ dood. Overgave aan de God die hem op dat moment en op die plek in de geschiedenis had gewild, betekende leven. Je weet niet waaraan je begint als je verantwoordelijkheid op je neemt. Petrus wordt herder. Waarom niet? Het lijkt een hele uitverkiezing. En wat heeft een herder tenslotte te doen? Een beetje achter de kudde aanlopen! Maar het herdersleven stort hem in een avontuur. Tenslotte bepalen anderen waarheen je gaat en hoe je sterft. Oud worden en een levenstaak ten einde toe volbrengen, trouw blijven, ergens aan beginnen en het afmaken… dat kan je in onvermoede avonturen voeren. Je eindigt zoals je begon: overgeleverd aan de genade en ongenade van anderen. Overgeleverd aan God.\

DE KATTEN VAN JOSEFIEN

Lieve kinderen, Jezus zegt tegen de visser Petrus: “Je moet een herder zijn. Je moet met de mensen praten als iemand die lammetjes verzorgt en schapen.” Ik zie tante Josefien voor me. Die had drie poezen. Ik was er bang voor. Poezen lopen meestal achter je om, over de rug van de bank, terwijl je monopoly zit te spelen, en ineens, zonder waarschuwing springen ze op je schoot. ’s Avond sliep Josefien met de poezen in haar bed. De hele dag liep ze te roepen en maaltijden klaar te zetten met zalm en tonijn. Mijn buurman Joop had honden. Van die grote honden bij wie het spuug uit de bek lekt. De honden mochten alles. Ze mochten de koekjes opeten van de tafel. Joop ging elke dag minstens een uur met ze wandelen en als ze ziek waren ging hij er mee naar de dokter. Nou, zei Jezus tegen Petrus: “Zoals Josefien en Joop van hun dieren houden, zo moet jij van mensen houden. Zul je evengoed voor ze zorgen? Petrus werd even bang. Wie weet wat hij er allemaal voor moest doen. Maar hij zei Ja. Ik doet het! Ik zal herder zijn.

Zoeken in Preken Online