‘Kind, waarom hebt Ge ons dat aangedaan? Denk toch eens met wat een pijn uw vader en ik naar U hebben gezocht’. Dat verstaan we. Een kind dat op het strand verloren loopt, of dat wegloopt van huis, kleine en grote paniek die we allemaal kennen. Zo iets hebben ook Jozef en Maria gekend.
Een heilige familie is geen familie zonder pijn. Het is geen familie zonder zoeken, zonder vragen, zonder gaan en terugkeren. Heilige moeders en andere bewaren al wat er gebeurt in hun hart. Hun hart is hun lichaam en hun ziel. De liefde van hun man dringt door tot hun hart en aan hun hart dragen ze er de vrucht van. Hun hart neemt alles op, vermenigvuldigt alles, stuwt alles terug met nieuwe kracht en schept nieuwe liefde. De pijn waarmee het hart alles bewaart is echte ervaring van liefde, die nieuwe liefdesrijkdom mogelijk maakt. ‘Een zwaard van droefheid zal uw hart doorboren’, had Simeon in de tempel tegen Maria gezegd.
In de tempel vond zij en vond Jozef Jezus terug ‘pas na drie dagen’. Drie dagen zijn er nodig in de Schrift om tot inzicht te komen, of beter om tot de feiten te komen van Gods overwinning van het leven op de dood, van de verrijzenis op het kruis.
Na drie dagen verrees Jezus uit de doden. De apostelen zouden er niets van begrijpen. Na drie dagen vinden Jezus’ ouders Hem terug. ‘Zij begrepen echter niet wat Hij bedoelde’ toen Hij antwoordde: ‘Wat hebt ge toch naar Mij gezocht? Wist ge dan niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn’?
Natuurlijk wisten zij dat niet. Als we een verloren kind terugvinden, of als een weggelopen kind terugkomt, of als de kinderen ook voor goed vertrekken, verstaan we dat natuurlijk. We herkennen in hun avontuur onszelf. Het behoort tot het leven, tot het natuurlijke leven. Het is er een incident van of de definitieve voortzetting. Allen trekken we er eens vandoor, eerst even en later voorgoed. Ook dan doorboort een zwaard een hart. Maar de pijn heeft haar natuurlijk geneesmiddel en haar natuurlijke tijd om te herstellen.
Het evangelie van Lucas spreekt van een incident. Het vertelt een klein familiedrama. Maar het vertelt ook het grote drama van Jezus’ wegtrekken uit de schoot van de Vader om ‘drie dagen’ onder de mensen te zijn, om ‘drie dagen’ verloren te lopen, om ‘drie dagen’ het lijden te ondergaan, om op ‘de derde dag’ iedereen die Hem ‘drie dagen’ gezocht heeft, in het huis van zijn Vader te verzamelen.
Jezus is ’twaalf jaar oud’. Hij gaat mee naar Jeruzalem op het Paasfeest. Lucas tekent Hem niet als een ventje van twaalf, ook al is Hij nadien weer ‘onderdanig’. Hij tekent heel zijn leven ineens. In Jezus’ eerste Paasfeest is reeds zijn laatste Pasen getekend. ‘De leraren waren verbaasd over zijn inzicht en zijn antwoorden’, zoals ze later steeds meer zouden zijn. ‘Zijn ouders begrepen niet wat Hij bedoelde’, zoals ze later voortdurend niet zouden begrijpen.
Ze vonden Hem na drie dagen, maar heel hun leven zouden de drie dagen duren, die God de Vader nodig heeft om zijn kinderen thuis te ontvangen: een dag van op tocht gaan, een dag van verloren lopen, een dag van thuiskomen.
Het kleine drama van drie dagen is beeld van het drama van de drie grote dagen. De familie van Nazaret is beeld van de grote kerk en van de hele mensenfamilie op weg naar de Vader. Jezus ‘moest’ in het huis van zijn Vader zijn, zoals ‘de Messias dit alles moest lijden’. Later, veel later, zou de Geest alles verklaren, de kleine en grote familie heiligen, die met Jezus naar Jeruzalem was opgetrokken.