Heilige Familie

C-cyclus · Kersttijd · Heilige familie · wit

In deze dagen rond Kerstmis en Oud en Nieuw, waarin meer dan anders onze familie centraal staat, en we meer dan anders schuilen in de warmte van eigen huis en haard, vraagt de liturgie onze aandacht voor dat gezin van Nazaret, de heilige familie, waarin Jezus veilig groot kon worden.

Jozef en Maria zijn de eersten, die Jezus hebben leren geloven. Dat deden ze natuurlijk thuis. Maar ze maakten de geloofskring soms ook groter. Dus gingen ze met Hem naar de synagoge, en een enkele keer ook naar de tempel in Jeruzalem.

Veel ouders maakten op kerstavond ook de gang naar het huis van God, die avond vol met volk van God. Met elkaar en hun kinderen vierden we blij en gelovig het kerstfeest. We hoorden en zongen over God, die aan het licht kwam in het kind van Betlehem, de man van Nazaret.

Diezelfde avond vertelde ik aan kinderen dat Jezus natuurlijk niet altijd zo braaf was als sommige plaatjes en schilderijen ons willen laten geloven. Jezus, zei ik toen, heeft natuurlijk ook wel eens niet geluisterd, zijn bord niet altijd leeg gegeten, en is ook wel eens te lang buiten blijven spelen, en dus te laat thuis gekomen.

Maar, zei ik toen, zijn ouders zijn dat allemaal vergeten. Die onthielden vooral het goede. Net als zijn vrienden later. Die hebben ook alleen het goede onthouden, doorverteld en later opgeschreven.

De wereld zou er een heel stuk beter uitzien, vertelde ik toen aan klein, en vandaag aan groot, als de mensen het goede van elkaar wat beter zouden onthouden, en het kwaad wat vlugger zouden vergeten. En dus spraken we af: we moeten anders leren kijken; in grote mensentaal: positiever over elkaar denken.

Toen Jezus’ ouders vertrokken uit Jeruzalem, liep Hij niet met hen mee, maar bleef, zonder dat zij het wisten, achter in de tempel. Ze maakten zich ongerust totdat ze Hem terugvonden, pratend met de grote mensen over de bedoelingen van God.

Toen al bleek Hij geen ‘meeloper’ te zijn, en zijn eigen weg te durven gaan. Dat zou Hem later niet in dank worden afgenomen, en daarom zou Hij - wat Simeon toen al voorzag - een teken van tegenspraak worden.

Onze wereld en onze kerk kennen te veel meelopers, mensen die te weinig bewuste keuzen maken, gelovigen die zich te weinig in zaken verdiepen, en maar mee hobbelen.

Kinderen die thuis leren oog te krijgen voor het goede, die leren niet met alles en achter iedereen aan te lopen, en die ook leren na te denken over geloof, zulke kinderen hebben het echt getroffen. Hun ouders zijn een zegen.

Zoeken in Preken Online