Het licht overwint de duisternis

C-cyclus · Kersttijd · Epifanie · wit

In een oud chassidisch verhaal lezen we: In de tijd dat rabbi Menachem in het land van Israël woonde besteeg een dwaze man de olijfberg en vanaf de top van de berg blies hij de bazuin. Het volk kwam tezamen gelopen, want met bazuingeschal zou de verlossing van Israël aangekondigd worden. Als dit gerucht rabbi Menachem ter ore kwam, opende hij het venster, keek in die wereld en zei: “Daar is nog geen verlossing.”

Niet aan bazuingeschal is de verlossing te herkennen, wel aan het aanschijn van de wereld, als dat veranderd en vernieuwd wordt. Bij het lezen van het verhaal van de Driekoningen denk ik vaak aan dit verhaaltje. Wij christenen verkondigen in de kerk de geboorte van Jezus, spreken van zijn menswording, van liefde en vrede die God schenkt aan alle mensen die Hij liefheeft. Maar als ik de kerkdeuren open en naar buiten kijk, dan zie ik daar de harde werkelijkheid, die wij ook al beschreven vonden in de eerste lezing: “Zie duisternis bedekt de aarde, het donker de volkeren.”

Het heeft geen zin op deze hoogdag te klagen over de duisternis van deze tijd. We zeggen alleen dat de woorden van de profeet vandaag hun volle kracht bewaren, want op dit ogenblik is de duisternis die de aarde bedekt even dicht en uitzichtloos als in de dagen van de ballingschap van het Joodse volk.

De profeet sprak deze woorden niet uit om de beproefde mensen te ontmoedigen, maar als een vreugdeboodschap: “Sta op Jeruzalem, want de glorie van de Heer zal over u stralen.” Die glorie van de Heer vieren wij vandaag op het feest van de openbaring van de Heer. Sinds die tijd blijft de ster van Gods heerlijkheid over de wereld stralen. Dit feest is als een protestverklaring dat wij christenen ondanks alles toch blijven geloven dat niet de duisternis het licht zal verdrijven, maar dat het licht de duisternis zal overwinnen. In alle donkere tijden die het christendom in haar geschiedenis heeft doorgemaakt zijn er mensen geweest die de hoop hebben wakker gehouden. Mensen die in de duisternis van hun leven de ster van Betlehem niet uit het oog verloren hebben. “Sta op, de glorie van God begint over u te schijnen”. Denken we aan de mensen die leefden in het Poolse Getto, en bleven hopen tegen alle hoop in. Een Bonhoeffer en zoveel anderen die met opgericht hoofd de marteldood tegemoet zijn gegaan. Wij denken aan zoveel vrijheidsstrijders in Zuid Amerika, wiens dood door hun makkers als een verrijzenis werd beschouwd. Zolang er mensen zijn, die in de duisternis van deze wereld en in het donker van de volkeren toch nog steeds een glimp van Gods heerlijkheid zien, kan de wereld niet tot ondergang gedoemd zijn.

Ook wij eenvoudige christenen, in weer en wind, mogen in ons leven dezelfde ervaringen opdoen. Telkens als men meent, ik kan niet meer verder, ik zie geen uitkomst meer, komt er toch van ergens weer een lichtstraal, die voldoende is om de volgende stap in de toekomst te zetten. De boodschap van de Driekoningen is een boodschap van hoop. De wereld en haar toekomst behoren niet aan de mensen, zeker niet aan mensen die alles zelf in handen willen nemen. Gods belofte blijft voor ons van kracht: “Sta op, Jeruzalem, de heerlijkheid van God gaat over u op.” Zoals de driekoningen zullen wij zoekende mensen moeten zijn, zoekend naar een beetje licht om onze weg moedig te kunnen vervolgen. Jezus, het licht der wereld, zal ons redding, leven en vreugde schenken. Knielen wij voor Hem in aanbidding neer. Hij heeft het laatste woord over deze wereld en wij mogen, zoals de Driekoningen, deze hoop samen verder dragen.

Zoeken in Preken Online