Er wordt veel gedroomd in de eerste verhalen over Jezus als kind. Steeds weer grijpt de hemel op deze manier in met boodschappen en richtingwijzers. jozef is nogal eens het adres tot wie de engelen worden gezonden. ‘jozef’ vrees niet Maria uw vrouw tot u te nemen. Wat uit haar geboren wordt, is van de heilige Geest.’ ‘jozef, neem het kind en zijn moeder en vlucht, want Herodes…’
Vandaag zijn het de wijzen, die vanwege de hemel geleid worden. lichtmensen - ze komen niet voor niets uit het oosten, waar de zon opgaat - komen met hun bezit bij Jezus, maar niet vooraleer ze zich vervoegd hebben bij het gezag van die dagen, Herodes. Dat hij niet het doel is van hun reis, doet hem schrikken. Dat hij uit het middelpunt van de aandacht kan raken maakt hem boos en achterdochtig. Het is nu al duidelijk, de nieuwgeborene en de heersende macht zullen niet met elkaar door één deur kunnen. En Herodes wil dat ook niet, nu niet en nooit niet.
De hemel weet daarvan, dus daar komt de bode al aan, ‘in een droom’, zo vertelt het verhaal. In de bijbel is dromen niet wat wij eronder verstaan: de onsamenhangende beelden, die vrij spel hebben in de bewusteloze toestand van de slaap.
In de bijbel droomt de mens bij volle bewustzijn. Dan gaat het over wat in ons bloed zit, wat we ten diepste verlangen, wat we nooit kwijtraken; dat het anders kan met onze aarde en dat wij daar iets mee te maken hebben. Dromen zijn in de bijbel de stemmen, die we meebrengen vanuit onze oorsprong, en die te horen zijn als het omgevingslawaai wegvalt. Daarom worden die ook openbaring genoemd. Aan de drie wijzen wordt ‘geopenbaard’ wat zij ten diepste al wisten: ‘Ga niet terug langs de weg van Herodes, ga niet terug langs de weg van de macht, want macht verslindt alles wat op zijn weg komt.’
Herodes staat voor alles wat macht heeft, maar ook voor alles wat moordt en kleineert. Herodes staat voor iedereen die de pretentie heeft het voor ons wel even op te lossen. De boodschap vanuit de hemel, die we ten diepste zelf meedragen en die we ons soms bewust worden als we de ellende zien die machthebbers veroorzaken, wordt voor het gemak vergeten. Verwacht dus uit die hoek je redding niet. Het is immers een verleiding die op de loer ligt.
Wij ervaren ons als machteloze mensen. We willen wel beter, maar we kunnen het niet, en zeker niet alleen. En dan wachten we gelaten op een of andere vorm van machtige leiding. Maar wacht zelfs niet op Jezus, die voor ons de levenssom wel zal maken, lijkt het verhaal ons vandaag te zeggen. Als wij Jezus ‘redder’ noemen, dan doen we dat, omdat Hij aan ons heeft laten zien hoe kleine mensen indrukwekkend kunnen zijn. We hoeven niet te wachten op groot leiderschap. Mens, je kunt het zelf. Jezus is redder, ja zeker, maar dan uit de wanhoop van onze eigen machteloosheid. Dat hebben die wijzen gehoord. Ga niet terug langs Jeruzalem, ga niet langs Herodes, vergoddelijk geen mens, geen situatie, geen systeem. Ga terug naar je huis, maar langs je eigen weg. En daar kun je dan je eigen Jeruzalem, je eigen heilige plaats bouwen. Er zijn geen concrete recepten te geven hoe dat kan. Die zullen we samen moeten vinden. Jezus en de zijnen hebben in hun tijd laten zien dat die te vinden zijn. Zij werden zo een bron van inspiratie voor ons. Zij laten ons zien, dat je bouwen kunt op de rots van het Godsvertrouwen. Ga langs je eigen weg. Daar kom je je kinderen en kleinkinderen tegen, medewerkers in de parochie, missionarissen, zendelingen op weg, zieken, zoekenden, lastige en lieve mensen. Ze willen gezien worden, vragen - soms heel stil - om aandacht.
Bouw met hen het Jeruzalem van vriendschap en saamhorigheid. En onze God zal er in de tempel zijn. Je hebt Herodes niet meer nodig. Die zoekt alleen maar het kind te doden, dat zich in ieder van ons schuil houdt. Laat het liever ontwaken en geef het kansen. Een groter geschenk kunnen we van het kind van Betlehem niet ontvangen.
Ga langs je eigen weg
C-cyclus · Kersttijd · Epifanie · wit