Volgens het verhaal in Matteüs kwamen minstens drie mensen van heel ver om Jezus te zien. In ons land noemen we ze koningen. In Engels sprekende landen worden ze vaker wijzen genoemd. Misschien is de aanspreektitel ‘wijzen’ wel de meest juiste voor hen. Het is niet meer zo heel duidelijk wat we tegenwoordig met koningen kunnen doen, terwijl we nog steeds wijze mensen nodig hebben. Bovendien was het gezelschap dat als laatste in Betlehem aankomt inderdaad heel wijs.
Ze waren ‘zoekers’; ze moeten zichzelf wel vragen hebben gesteld, want anders waren ze nooit op pad gegaan. En zelfs volgens de oudste westerse tradities is dat vragen stellen het begin van alle wijsheid. Ze zagen een ster. Je zou kunnen denken dat zoiets nu niet precies een teken van wijsheid is. Iedereen kan de sterren zien. Dat is waar. Maar om een ster te zien, moet je omhoog kijken, en dat is niet iets wat iedereen doet. Wanneer hebt u zelf voor het laatst opgekeken naar de sterren? Wanneer zag u uw laatste ster? De wijzen zagen niet alleen maar een ster, ze zagen in die ster een teken. Dat betekent dat ze niet alleen maar leefden in de directe wereld rondom hen - zoals de dieren dat doen, die alleen maar denken aan eten, drinken en seks. De wijzen geloofden in iets anders, iets verders. Een wereld, anders dan de wereld waarin we leven, maar een andere wereld die toch af en toe aan ons verschijnt. Dat is wijs. Ze geloofden niet alleen hun ogen. Ze konden alleen hun ogen niet geloven. Ze meenden dat er heel wat meer is dan wat er hier te koop is. Ze waren godsdienstige mensen, of misschien is het beter hen religieuze mensen te noemen. Religieus wil zeggen dat je je aan iets ‘gebonden’ voelt, datje ergens aan hangt, dat er een verband is. Het zijn juist religieuze mensen die hun ogen in deze wereld niet geloven, maar die deze wereld eigenlijk als een vraagteken zien. Zo zagen ze die ster. Het was een groot vraagteken aan de hemel. En volgens de legende nodigde die ster hen uit om haar te volgen. Er was ergens een antwoord op die vraag. Ze volgden de ster en dat was weer iets dat heel wijs was. Ze moeten gehoopt hebben dat ze inderdaad een antwoord zouden vinden als ze die ster zouden volgen. Ze moeten gehoopt hebben dat er iets nieuws met deze wereld zou gebeuren, dat het allemaal zou gaan veranderen en dat er eindelijk een uitkomst zou zijn.
Zoekend naar die uitkomst trokken ze een andere conclusie. Je kunt nooit een vraag stellen zonder dat je al iets over het antwoord weet. Een goede vraag is immers het halve antwoord. Ze wisten waarnaar ze aan het zoeken waren. We weten dat omdat ze het zelf zeiden. Ze zochten niet naar een geleerd boek of document; ze waren niet op zoek naar een nieuw politiek systeem; ze waren evenmin uit op een nieuwe sociologische of psychologische theorie. Als ze in Jeruzalem aankomen, zeggen ze dat ze op zoek zijn naar een ‘kind'.
Dat was heel wijs. Want we weten allemaal in het diepst van ons hart dat alleen een levende mens, een persoon, ons uitkomst kan brengen. We weten dat als we naar een ziekenhuis moeten. Dat ziekenhuis kan vol zitten met de meest geavanceerde scanners en andere machines en instrumenten, maar als er niet iemand is die persoonlijk in ons geïnteresseerd is, ons niet bij de hand pakt en helpt, dan dient het allemaal tot niets. In een school is het precies hetzelfde. Je kunt de meest moderne leermiddelen hebben, maar als er geen lerares of leraar is die in de kinderen geïnteresseerd is, dan helpt het allemaal niets.
Het is zelfs waar van die bijbelse verhalen. Neem het verhaal van de verloren zoon en de gevonden vader. Zelfs letterkundig beschouwd een prachtverhaal, getuigend van een verbazend knappe wijze van formuleren enzovoort. Maar als we niet wisten dat er achter dat verhaal een levende persoon stond, dan zou dat verhaal ons niet alleen niet helpen; het zou ons zelfs nog meer frustreren. Die drie wisten dat. Ze waren op zoek naar uitkomst, naar verlossing, naar een oplossing. En dat is juist de reden dat ze op zoek waren naar een menselijke hand en een menselijke stem, die tegelijkertijd toch van de andere kant zou dienen te komen. Ze waren op zoek naar een openbaring van God in deze wereld.