De verjaardag van de doop van Jezus is ook de verjaardag van onze eigen doop. Maar de doop roept tegenwoordig nogal wat vragen op. Wat betekent het doopsel eigenlijk? De ouders praktiseren niet meer, maar hun kindje willen ze toch nog laten dopen, er moest dit kindje maar eens iets overkomen. God moet ons kindje beschermen; het moet toch gedoopt zijn om later katholiek te kunnen trouwen. Wij laten het tenminste dopen, dan moet het later zelf maar weten wat het doet. Zo brengen ze het kindje naar de kerk. De priester heet het in een lege kerk welkom in naam van de christengemeenschap. Niet de doop is het voornaamste, maar de foto’s, en dan gaat men naar huis om te feesten. Het kind wordt naar de slaapkamer gebracht, opdat het de gasten niet stoort en door hen ook niet gestoord wordt. En de genodigden verzadigen zich goed met eten en drinken. En alles is zo duur! Waarom dan niet wachten met de doop totdat het kind zelf kiezen kan?
Tegenover al die problemen staat het evangelie van de doop van Jezus, dat het voorbeeld is van onze eigen doop. Bij Jezus ging de hemel open, en de Geest van God daalde over Hem neer en Hij kreeg de opdracht om aan de armen de Blijde Boodschap te verkondigen, om aan de verdrukten de bevrijding te melden. Waar Jezus kwam, ging Hij al weldoende rond en genas Hij allen die door boze geesten gekweld werden. Hij bracht alle mensen samen in een nieuwe gemeenschap van kinderen van God.
Wat met Jezus gebeurde bij zijn doopsel, gebeurt ook nu nog bij elk doopsel. Ook over ons gaat de hemel open zodat wij ongehinderd toegang hebben tot Hem.
God houdt ons de hand boven het hoofd, als een teken van be-scherming. Hij is met ons in goede en kwade dagen. Hij sluit met ons een verbond van trouw.
Jezus wordt ondergedompeld in het water. Water drenkt de aarde en maakt ze vruchtbaar. Zonder water is er geen leven, in het water komt het leven, want reeds voor de geboorte leeft het kind in het vruchtwater van de moederschoot. Maar water is ook het zinnebeeld van de dood. Zijn geweld kan alle leven vernietigen, overstroomde velden zijn onbebouwbaar. Mens en dier kunnen in het water te gronde gaan. Zo betekent het water, waarin het kind gedompeld wordt tegelijk dood en leven. Wij zijn gedoopt in de dood van Jezus, en samen met Hem moeten wij het sterven in al zijn vormen doorstaan, om dan een nieuw en onsterfelijk leven te winnen door de kracht van Jezus verrijzenis. Zo is de doop een nieuw begin, een startpunt dat verder groeien moet in heel ons leven, en dat eens zelfs de grenzen van de dood doorbreken zal in onvergankelijkheid.
Evenals Jezus worden wij met Gods Geest begiftigd om overal waar wij komen al weldoende rond te gaan, om de andere mensen de Blijde Boodschap te melden van het Nieuwe Verbond dat God met de mensen gesloten heeft. Dit verbond met God wordt gesloten in het geloof. Wij worden alleen kinderen van God door het geloof. Waar geen geloof is, is ook geen doopsel. Daarom wordt er niemand gedoopt of hij moet zelf zijn geloof in Jezus uitspreken, of dit geloof uitgesproken moet worden bij een kinderdoop door de ouders en familieleden. Er mag geen doopsel toegediend worden als men niet de zekerheid heeft dat er ook voor een opvoeding tot geloof gezorgd kan worden. Het is niet voldoende het kind te laten dopen, je moet het leren als gedoopte te leven.
Jezus heeft zijn doopsel consequent beleefd, en aan zijn doopbelofte is Hij trouw gebleven tot aan het kruis. Is er in mijn leven nog iets te bespeuren van het doopsel, van de kracht van Gods Geest?