Het zou de moeite lonen gelovige mensen eens de volgende vraag voor te leggen: ‘Waarom lees jij het evangelie? Wat valt daaruit te leren?’ Ik waag me niet aan voorspellingen over de resultaten van een dergelijke enquête, maar één antwoord zou, vermoed ik, niet veel voorkomen: ‘Ik lees het evangelie om God te leren kennen.’ Toch is dat het enige juiste antwoord. Jezus zegt het zelf wanneer Hij voor het laatst met zijn leerlingen aan tafel is. Zijn hele zending vat Hij in één zin samen: ‘… dat ze U, de enige waarachtige God, leren kennen, en ook Degene die U gezonden hebt: Jezus Christus’ (Joh 17,3). Wat verderop voegt de evangelist er nog aan toe dat wij, dankzij die kennis, het Leven zullen bezitten in Jezus’ naam. Jezus wil ons bij God brengen, opdat wij Hem zouden kennen als Vader en zouden kunnen leven als kinderen van God.
Dat dit de diepste reden van zijn komst is, blijkt al van bij het begin van zijn optreden. Alle evangelisten vertellen dat Jezus zich laat dopen in de Jordaan. Johannes wijst Hem daar aan als het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt. Het hoogtepunt valt na de doop zelf. Jezus is in gebed en op dat moment gaat de hemel open. De heilige Geest daalt op Hem neer en er is een stem te horen die zegt: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind.’ Dat verbaast de omstanders het meest. Inderdaad, dit is voor hen letterlijk een revelatie, een openbaring.
Wij krijgen daarmee een duidelijke aanwijzing voor de ver-dere lectuur van het verhaal. In alles wat volgt, gaat het altijd weer hierom: God, de Onzienlijke, die woont in het ontoegankelijke licht, laat zich in die mens Jezus kennen. Heb ik het goed voor als ik meen dat net dit punt verwaarloosd wordt in onze omgang met het evangelie? Wij zoeken er spontaan aanwijzingen in voor onze levenswijze, en dat doen we heel terecht. Maar dat is niet de eerste bedoeling van Jezus’ optreden en ook niet van de boeken die daaraan gewijd zijn. Het eerste en voornaamste opzet van het evangelie is: aan ons openbaren wie onze God is.
Dat kennen is uiteraard meer dan kennisnemen van een bepaalde leer. God leer je maar echt kennen door met Hem om te gaan. Dat is zo bij alle grote prof eten en godsmannen in de Schrift. Juist in zijn omgang met God, die Hij Vader noemt, zal Jezus nog verrassende dingen laten zien. Die doop zelf is trouwens al een verrassing. Waarom gaat Jezus naar die plaats van boete en bekering? Als iemand dat niet moet doen, dan is Hij het toch. In Hem is geen zonde. Hij hoeft zich niet te bekeren. Maar op die plaats leren we God zelf kennen. Zijn welbeminde Zoon gaat staan op de plaats waar mensen beseffen hoe ver ze van God verwijderd zijn. En helemaal aan het einde van zijn levensweg zal Hij ook weer op een dergelijke plaats zijn.