Doopsel van Jezus C - 2004

C-cyclus · Kersttijd · Doopsel van christus · wit

GEDOOPT TOT GELIEFDE KINDEREN VAN EEN HARTELIJKE GOD


Jezus’ doop in de Jordaan
was een keerpunt in Zijn leven:
Voordien leefde Hij verborgen
als timmermanszoon in Nazareth.
Na Zijn doop begon Hij heel openlijk
als rabbi rond te trekken
om het Koninkrijk Gods te verkondigen.
Er moet daar iets belangrijks gebeurd zijn
op dat cruciaal moment dat voor Hem een keerpunt betekende.
Toen ontdekte Hij wie Hij eigenlijk was
en wat Hij te doen had.
Toen werd Jezus bewust van Zijn eigen roeping.

Vragen ook wij ons soms niet af :
Maar, wie ben ik eigenlijk?
Wat is de zin van mijn leven?
Wat ben ik eigenlijk aan het doen?
Waar ga ik naartoe?
Wat is mijn bestemming, mijn opdracht?
Als wij ons die vragen stellen, dan kijken wij best naar Jezus
en naar wat Hem vandaag overkomt bij Zijn doop.

Jezus was als volwassen man
naar de boetepredikant Johannes getrokken,
die de mensen in die tijd uitnodigde zich te laten onderdompelen
in het water van de Jordaan,
ten teken dat zij zich wilden bekeren
en innerlijke zuiveren.
Jezus ging er aanschuiven, zoals wij zo dikwijls moeten doen,
Hij ging in de rij staan als Mens onder de mensen,
als Mens mét de mensen.
Hij sloot zich aan bij allen die,
in onmacht en hoop terzelfder tijd, wachten,
vol verlangen uitkijken naar vernieuwing en bevrijding.

Waar moeten wij gaan staan om God te vinden?
In de rij van de kleinen!
God wordt niet zo gemakkelijk gevonden
in de hogen wolken van de religieuze vervoering,
noch in de eenzaamheid van het filosofische gepieker,
wél langs de weg van de heel concrete mensengeschiedenis.
Wij kunnen God alleen maar vinden
als wij solidair zijn met de eenvoudigen en hun diepste verzuchtingen.
Jezus wilde niet beter zijn dan de anderen.
Meer dan in het water, liet Hij zich eerst onderdompelen
in de massa van de kleine, kwetsbare mensen.
Niets menselijks was Hem vreemd.
Hij was waarlijk de Mensenzoon.

Maar op dat moment gebeurt er iets unieks.
De hemelen gaan open, Gods Geest daalt neer
en een stem klinkt uit de wolken :
“Dit is Mijn geliefde Zoon, de Man naar Mijn hart!”

Al de gebaren en de symbolen van dit tafereel
doen diegenen, die het Oude Testament wat kennen,
duidelijk begrijpen :
Hier gebeurt een aanstelling.
Hier wordt Jezus door God Zelf gezalfd tot Zijn Messias en Profeet
en naar het volk gezonden als Zijn geliefde Dienaar.

Maar de kern van het gebeuren is
zijn de woorden die Jezus’ ware eigenheid openbaren.
Uiterlijk lijkt Hij een zondige mens, zoals u en ik.
Maar eigenlijk is Hij de Geliefde Zoon van God.
De woorden uit de hemel zijn een “liefdesverklaring” van God,
waardoor Jezus ervaart dat Hij een beminde Mens is,
dat Hij graag gezien wordt,
en wel door een God die niet veraf is,
maar Wiens Liefde Hem heel nabij is,
Wiens menslievendheid over Hem neerkomt
als met de zachtheid van een duif.

Herkennen wij hierin niet
het levensvertrouwen dat elke gelovige ervaart? :
“Ik, ik ben graag gezien door God
en ik ben de moeite waard bemind te worden.
Wat er ook met mij gebeurd is,
ik ben een beminnenswaardig mens.
God is voor mij niet veraf.
Hij is de Liefde die mij omringt.
Hij is de diepste kern van mijn bestaan.
Ondanks mijn uiterlijk voorkomen,
ben ik een geliefd kind van God!”

Zo’n godservaring brengt ook een opdracht mee.
Jezus wordt ook bewust van Zijn originele zending:
Hij moet die nabije, liefdevolle God
aan iedereen gaan verkondigen.
Jezus zag in dat Hij niet meer
verborgen mocht blijven wachten,
maar dat Hij Zelf naar de mensen toe moest gaan
en de eerste stap moest zetten,
zoals de liefde trouwens altijd doet.
Gedreven door de Geest,
begint Hij dan ook, na Zijn doop, rond te trekken,
ook naar de armen, de kleinen, de zieken.
Hij wil állen laten aanvoelen dat God liefdevol is
en dat God echt bemint, zoals een Vader,
zonder eerst voorwaarden te stellen.
Hij beseft meer dan ooit dat het Zijn roeping is
de “hartelijkheid” van God te tonen.
Jezus begint een tocht van genegenheid en goedheid,
van bevrijding en vergeving.
“Hij ging al weldoende rond.”

Werden ook wij niet gedoopt en gevormd
in de kracht van de Heilige Geest?
Worden wij dus eigenlijk ook niet, vanaf die dag,
gedreven om de hartelijkheid van God te tonen
met woord en daad?

Jezus trekt daarvoor
weg van de Jordaan, weg van Johannes.
Want ook Zijn methode is nieuw.
Wij kennen Johannes de Doper als een strenge meneer.
Ondanks het feit hij een goede voorloper was,
verkondigde hij toch eerder een straffende God,
een God die, met Zijn streng oordeel en vernietigend vuur,
de mensen bedreigde
en met schrik tot bekering wilde brengen.
Maar Jezus wil juist geen Vertegenwoordiger zijn
van zo’n straffende, dreigende God,
maar van een hartelijke God,
van een Redder die geneest, die aanmoedigt en vreugde brengt.
Als Hij vuur brengt dan is het niet het vuur dat vernietigt,
maar het vuur van de innerlijke bezieling.
Zijn methode is dan ook nooit de dreiging,
maar de methode van de Dienaar van Jahweh :
“Het geknakte riet niet breken,
de kwijnende vlaspit niet doven”.
Hoe verkondig je trouwens een hartelijke God,
tenzij door veel zachtheid en groot geduld,
mateloze barmhartigheid en onvermoeibare dienstbaarheid.
Heel het leven van Jezus zal er dan ook in bestaan
al dienend de mensen tot die hartelijke God te brengen.

In de doop van de Heer Jezus
herkennen wij dus de diepe zin
van ons eigen doopsel en vormsel:
ons laten onderdompelen in al het goede dat leeft bij de mensen
en steeds opnieuw geboren worden, dag na dag,
tot een leven van dienstbaarheid,
ook tegenover de kleinen en de zwakkeren.
Zo worden ook wij meer en meer,
geliefde kinderen van God
en mensen naar Zijn hart.

Zoeken in Preken Online