God - maar niet te groot (Kerstmis, dag)

C-cyclus · Kersttijd · 2e zondag na Kerstmis · wit


De vertedering van de kerstnacht lijkt van korte duur. Op kerstdag zelf lezen we moeilijke, heel zware teksten, zoals het begin van het Johannesevangelie: ‘In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.’ De ouverture van de Hebreeënbrief zegt bij de kribbe van het pasgeboren kind: ‘Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid en het evenbeeld van zijn wezen.’ Dat zijn echt theologische teksten. Ze willen ons doen nadenken over God. De liturgie kiest ze doelbewust.

Om Kerstmis goed te kunnen vieren is het van uiterst groot belang op de juiste manier over God te denken. Als we God te hoog en te ver wegduwen, kunnen we niet begrijpen wat er in de kerstnacht gebeurd is. Zeker, God woont in het ontoegankelijke licht en niemand heeft Hem ooit gezien. De evangelist zegt dat letterlijk. Toch is dat maar de helft van de waarheid. Wie alleen daaraan denkt, maakt dit feest onmogelijk. Daarom is het zo belangrijk dat wij op de juiste manier over God denken, ook over zijn grootheid. God is namelijk zo groot, dat Hij het aankan mens te worden! Zijn grootste glorie bestaat erin dat Hij de afstand kan overbruggen om onder ons te komen in de gestalte van een weerloos kind, waarvoor in de mensenwereld zelfs geen plaats is. Dat aanvaarden en laten gebeuren, dat is Kerstmis vieren. Dat feest luidt het begin in van een lange weg die zal eindigen in een andere vernedering. Ook dan zal er voor Hem geen plaats meer zijn in de mensenwereld. Op Golgota zal Hij voor allen een aanstoot zijn.

Maak God niet te groot en duw Hem niet te ver af. Hij is ons nabijgekomen in de gestalte van een kind. Laten we er vooral niet overheen kijken, want daar en op geen andere plaats zal te vernemen zijn wie God is. God heeft al vele malen en op veel manieren tot de mensen gesproken, maar nu is Hij zelf een van de onzen geworden. Daarom grijpt de liturgie op kerstdag naar die grote woorden, die moeilijke, hoogtheologische teksten. Als je Kerstmis viert, denk dan op de juiste manier over God.

Dit feest laat ook zien wie wij zelf zijn. Mensen kunnen zichzelf overschatten. Ze denken dan dat ze alles op eigen kracht aankunnen. Ze kunnen zichzelf ook onderschatten, als nietig en waardeloos. Die twee houdingen zijn vandaag verstrengeld in ons denken, voelen en handelen. Wie zijn wij eigenlijk? Met Kerstmis vieren wij de menswording van God. God vindt het dus blijkbaar de moeite waard om zelf mens te worden. Kerstmis betekent een grote opwaardering van het menszijn, en nog wel van in de wieg. Het mensenbestaan zoals Hij het doormaakt, is tegelijk groots en broos. Hij heeft dat vanaf het begin ervaren. In alles wat Hij meemaakte, heeft Hij zichzelf onvoorwaardelijk toevertrouwd aan zijn Vader. Hij duwde de grote God niet ver van zich af. Kerstmis openbaart ons een grote God die ons nabijkomt om ons bestaan helemaal, van de wieg tot het graf, te doorleven. In een klein kind dat het menszijn groot maakt door het helemaal open te trekken naar God toe.

Zoeken in Preken Online