Je kunt met Kerstmis een keuze maken uit heel wat evangelieteksten. Voor de katholieke kerk zijn er maar liefst vier verschillende liturgieën van de vooravond van kerstmis tot aan de viering van de laatste mis, de dagmis.
De tekst van Johannes is niet de gemakkelijkste. In de officiële oecumenische liturgische lezingencyclus is het de enige die door alle deelnemende kerken wordt gelezen. Een aanwijzing dat het een belangrijke tekst is, misschien wel de belangrijkste.
Toch blijft het veel en veel gemakkelijker om de eenvoudigere teksten van Lucas te kiezen. Teksten die lekker vol zitten met een kribbe en een stal, met engelen en sterren, herders en wijzen, schapen en geschenken, sterren en gezang, met slechte en goede heersers, en al de andere mensen en dingen die we zo graag in onze kerstgroepen zetten. En als we dat gedaan hebben, eten en drinken we, wij geven elkaar onze kerstgeschenken en zijn blij als kinderen.
Het is daarbij net alsof wijzelf de reden zijn van al die blijdschap, alsof het allemaal van binnen onszelf uit komt. Met als gevolg dat velen Kerstmis vieren zonder zelfs ook maar aan het goddelijk gebeuren te denken.
Als je Kerstmis viert ergens in Afrika, Azië of Australië dan ‘s het nog duidelijker dat bijzaken de hoofdzaak werden. Het doet vreemd aan daar namaaksneeuw op de ramen van winkels en cafetaria’s te zien, of kunststof ijzel op geïmporteerde kerstbomen. Geen wonder dat liturgisten en theologen zich daar beginnen af te vragen of het niet beter zou zijn om die oud-germaanse en oud-keltische gebruiken, die zo duidelijk te maken hebben met de vóór-christelijke tijden in West-Europa, af te schaffen. Zelfs de datum, 25 december, wordt daarbij in vraag gesteld: Waarom zou je op het zuidelijk halfrond het einde van de winter en het begin van de lente midden in de zomer vieren? Het voordeel van de tekst van Johannes is dat ze alleen over de hoofdzaak gaat. De vreugde hangt daarin niet van ons af. Ze hangt af van God. De tekst van Johannes klinkt in onze oren abstract. Dat deed ze aanvankelijk niet. Bijbelgeleerden zijn het erover eens dat de kern van de tekst een oud lied is, dat gezongen werd in een tijd dat Jezus’ geboorte nog niet op 25 december gevierd werd. Het is dus geen echt kerstlied, maar wel een lied dat de geboorte van Jezus bezong. De christenen die dit lied zongen waren blij omdat Gods woord vlees geworden was. De manier waarop zij dit formuleerden, hing ook voor hen af van hun vóór-christelijke context. Johannes legt niet uit wat dat ‘woord’ (logos) betekent. Degenen voor wie hij schreef wisten dat. Wat ze vierden was dat die logos mens geworden was.
De tekst uit de tweede lezing van deze dagmis kan ons hier verder helpen. ‘Broeders en zusters, nadat God eertijds vele malen en op velerlei wijzen tot onze voorouders gesproken had door de profeten, heeft hij nu tot ons gesproken door de zoon.’ Een woord was daad geworden, een belofte was mens geworden. God was onder ons geboren, Emmanuël, God-met-ons.
Onze kerstvreugde hangt niet af van iets dat we zelf bekok-stoofd hebben. Het is God zelf die ons blij maakt. Gods licht kwam in de wereld, en dat is goed nieuws, onafhankelijk van wat er met ons gebeurde. Iets van de goedheid van dat nieuws kan geïllustreerd worden door onze eigen menselijke ervaring van solidariteit. We kunnen eindeloos over anderen praten, bijvoorbeeld over de armen. Maar pas als we in hún leven delen zullen ze zeggen: ‘Nu werd je als een van ons!’ Het is op zo’n ogenblik dat solidariteit van woord tot daad wordt.
Zeggen dat Kerstmis oppervlakkig gevierd wordt is een cliché. Iets een cliché noemen, betekent nooit dat het niet waar is, integendeel. Het is waar, en dat is jammer. Zovelen missen op die manier de kans om zich in te leven in de hartstochtelijke liefde die God voor ons heeft, en aan te voelen dat we deel zijn van een werkelijkheid die veel groter is dan wijzelf. Iets daarvan moet door te geven zijn aan onszelf en aan anderen. Het hoeft niet veel te zijn. Kerstmis is een begin. Een gezegend kerstfeest!