OPENINGSWOORD
Broeders en zusters, wij vieren vandaag het feest van Christus Koning. Maar … is Hij wel een Koning? Waar is dan zijn paleis? Waar is zijn land en zijn leger? Waar is de munt met zijn beeltenis?
Zijn beeltenis staat in de harten van alle mensen, gelovige en ongelovige, want alle mensen zijn geschapen naar het beeld van God. Overal waar mensen zijn, daar is Jezus. Zijn koningschap is niet beperkt tot een bepaald land, maar is wereldwijd.
De machthebbers van deze wereld denken waarschijnlijk heel anders over een man, die aan een kruis hangt. Maar wij weten, dat Hij het toppunt van liefde en van vertrouwen heeft laten zien. Hij gaf zijn leven om ons te redden. En Hij redde niet zichzelf, maar Hij liet zich redden door God.
Wij hebben ons bij Hem aangesloten toen wij gedoopt werden. Toen is ook onze redding begonnen. Hij heeft ons toen opgenomen in zijn goddelijke familie. Wij allemaal zijn van koninklijke bloede. Wij zijn voorname mensen. Niet uit onszelf, niet omdat wij het verdienen, maar omdat Hij ons dat heeft gegeven.
Laten wij God danken voor deze bijzondere Koning, die ooit alle kwaad zal overwinnen en vragen wij God, dat wij altijd als zijn kinderen blijven leven en dat wij daarin nog heel veel mogen groeien.
Voor de keren, dat wij misschien toch eens ontrouw zijn geweest, vragen wij God en elkaar nu van harte om vergeving.\
OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. Almachtige eeuwige God, Gij hebt uw welbeminde Zoon tot Heer verheven, tot Koning van alles wat bestaat. Voor onze vrijheid heeft Hij het uiterste doorstaan en zo een nieuwe toekomst mogelijk gemaakt. Wij vragen U dat ons werken voor het dagelijks brood een hulde wordt aan U, een eredienst, totdat Hij wederkomt, Jezus Christus, uw Zoon. Die met U leeft en heerst … .\
PREEK
Als Jezus aan het kruis hangt, roepen de overheidspersonen, dat Hij zichzelf moet redden. Ook de soldaten roepen Jezus toe, dat àls Hij de Koning van de Joden is, Hij zichzelf moet redden. En zelfs één van de misdadigers roept, dat Jezus zichzelf moet redden èn de twee misdadigers.
Toen de apostelen op het meer waren en het begon te stormen, riepen zij ook: “Heer, red ons, wij vergaan”. Wij roepen dat wanneer wij op straat worden overvallen. Of wanneer wij vinden, dat wij door de bezuinigingen te veel moeten inleveren: Red mij, ik kan niet meer rondkomen!
Toen Jezus na veertig dagen vasten in de woestijn honger kreeg, probeerde de duivel Jezus over te halen zichzelf te redden door stenen in brood te veranderen. En wij zien het al op de eerste bladzijden van de Bijbel hoe Adam en Eva zelf hun lot in handen nemen. Zij denken, dat zij door te eten van de boom van kennis van goed en kwaad wijs en machtig zullen worden, maar door zichzelf te redden gebeurde er juist het omgekeerde. Zij verloren het paradijs. De wereld van vrede was voorbij.
Broeders en zusters, ook wij moeten dikwijls onszelf redden. Je kunt bijvoorbeeld als oudere een bepaalde subsidie krijgen, maar de overheid wijst je niet altijd op de mogelijkheid. Je moet er maar zelf zien achter te komen. Je moet jezelf maar zien te redden. Er zijn tegenwoordig veel mensen, jongeren en ouderen, met een grote mond, een goede babbel; als je niet oppast, kom jij niet aan bod. Je moet jezelf redden. Als je niet oppast, sta je bij het zieken- of bejaardenhuis in de wachtlijst ergens achteraan en kruipen er steeds mensen voor. Je moet jezelf redden.
Redden is in de ogen van de wereld belangrijk. De Romeinse keizers lieten op de munten, die zij van zichzelf lieten maken, het bijschrift plaatsen “keizer en redder”. Als het gaat om onze eigen Willem van Oranje zingen wij in het volkslied, dat hij door God is gegeven om het volk te redden van de tirannie.
Maar … jezelf redden … of gered worden, dat is een verschil. Als de Joden vroeger een oorlog hadden gewonnen, vierden zij feest, maar zij brachten ook offers aan God, dankoffers, omdat zij beseften dat Hij hun eigenlijke Redder was. In de eerste lezing hoorden wij hoe de Joden verklaarden dat David - op grond van Gods woord - de Joden zou aanvoeren. Zij werkten dus wel mee aan hun redding, maar redding zonder God was uitgesloten. Vrijheid en vrede waren gaven van God.
Was dat ook niet zo aan het einde van de Tweede Wereldoorlog!? De bevrijders werden als helden ingehaald, maar tegelijk werd God bedankt voor de vrijheid waarvoor zo velen hun leven hadden geofferd. En je ziet het nog wel bij Reality T.V., als camera´s met reddingswerkers meegaan, dat mensen spontaan God bedanken voor de verkregen redding.
Waarom is Jezus nu ‘Onze Redder’? Welke reddingsactie heeft Hij uitgevoerd? De tweede lezing begon met een dankwoord aan de Vader en wel … omdat de Vader ons heeft overgebracht naar het Koninkrijk van zijn geliefde Zoon en doordat Jezus voor onze zonden geleden heeft, mogen wij zeker zijn van onze bevrijding, de bevrijding van de dood, de eeuwige dood.
Jezus ging niet in op de oproep om zichzelf te redden, zichzelf te bewijzen. Aan het Kruis verloor Hij zijn menselijke leven, zijn plaats in de menselijke samenleving, maar Hij kreeg een plaats aan de rechterhand van God.
Je hoort mensen weleens zeggen dat wij in een rotwereld leven. Er gebeurt natuurlijk nog veel goeds, maar het kwaad lijkt steeds sterker te worden.
Proberen wij niet onszelf en de wereld te redden. Dat gaat niet. Daar zijn wij te klein voor. Proberen wij God steeds meer te betrekken in ons dagelijkse leven. Proberen wij steeds vaker allerlei wantoestanden - oorlogen, maatschappelijke mistoestanden als misbruik van drank en drugs -bij God aan te bevelen. Op het moment zelf dat je op het journaal weer iets ergs ziet, kun je toch even tot God bidden. En onderstrepen wij onze gebeden met goede werken. Dat doen wij ook wel, maar de liefde waarmee wij die goede werken doen, kan en mag nog heel veel groeien. Wij zijn toch geen heiligen!? Ofwel soms? Laten wij daar dan hard aan werken, aan onze liefde voor God en mensen, door bijvoorbeeld steeds meer geduld met elkaar te hebben, door steeds meer te verdragen. Het gebed van heiligen dringt diep in de hemel door.
Beste medegelovigen, ooit heeft kardinaal Ratzinger van de congregatie van de Geloofsleer - nu paus Benedictus - gezegd, dat een wereld zonder God vanzelf ten gronde gaat. Een wereld zonder God is als een zeer ingewikkeld apparaat zonder gebruiksaanwijzing. Daar moet op den duur iets verkeerd gaan. De redding, die God biedt, komt vaak pas op het laatste moment, soms pas na de dood, maar hij komt. Dat is een feit. Dat is waarom wij hier in de kerk zijn: om gered te worden.
Bevelen wij al onze noden en die van de Kerk en de wereld bij God aan, doen wij zelf ons best en vertrouwen wij dan verder op het reddend ingrijpen van Jezus Christus, de Koning van Hemel en Aarde. Amen.