Christus Koning C (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · Christus koning · wit

“Christus, koning van het heelal”, zo heet het feest dat we vandaag in de kerk vieren. En dat klinkt groots, majesteitelijk: Christus, koning van het heelal. En onwillekeurig denk je bij zo’n titel aan een koninklijk diner met allemaal belangrijke mensen in hun allermooiste kleren. Of je denkt aan een luxueus paleis met lakeien, en wachtlopende soldaten voor de deur. Of je verwacht een lange redevoering van de koning, de troonrede van Jezus.

In plaats daarvan voert de kerk ons vandaag mee naar de voet van het kruis. Geen chic diner, hooguit een slokje zure wijn uit een spons. En er staan wel belangrijke mensen en soldaten, maar niet om koning Jezus toe te juichen. De lakeien, links en rechts van Jezus, zijn criminelen, wij zouden nu zeggen terroristen'. De troon is een kruis en Jezus de koning, houd geen lange rede, maar zwijgt. Groter had het contrast niet kunnen zijn.\ \ Eigenlijk zegt de kerk ons vandaag: Als je wil weten wat het betekent dat Christus koning is, moet je daar kijken, naar het kruis: Nergens is hij zó de koning als daar. En dus ga ik vandaag aan de voet van het kruis staan, samen met nog heel veel anderen.\ \ Daar zijn de overheidspersonen, de leiders van het joodse volk. Zij staan daar, en denken terug aan het moment waarop ze voor het eerst van Jezus hoorden. Er werd verteld hoe ergens uit het achterlijke noorden van het land, uit Nazareth een man was opgestaan die mensen genas. En ze hadden gedacht: "Een bedrieger, dat waait wel over." Maar de verhalen hielden aan, en werden zelfs sterker: Hij zou een profeet zijn, en er was zelfs iemand die had gezegd dat hij een man had laten opstaan uit de dood, een zekere Lazarus, al wist niemand daar het fijne van. En nog weer later kwam het gerucht naar Jeruzalem dat hij rondtrok en fel preekte tegen de machthebbers van zijn tijd, en dat hij met een hele massa volgelingen op weg was naar Jeruzalem om daar een revolutie te ontketenen. Toen waren de leiders van het volk bang geworden: "Als hij optrekt naar Jeruzalem met zoveel mensen bij zich, dan komt onze positie in gevaar, dan wordt hij een politieke bedreiging." Ze hebben gedacht dat het Jezus om hun positie ging, om hun macht. Want mensen met macht denken altijd dat anderen op hun macht uit zijn. En dus waren ze gaan overleggen met Pilatus: "Deze man moet weg, dat is beter voor u en beter voor ons." Nu staan ze onder aan zijn kruis, en ze weten dat deze concurrent uit de weg is geruimd. Je hoort de opluchting in hun spot: "Anderen heeft hij gered, laat hij nu zichzelf eens redden: Hij is toch koning?"\ \ En Jezus zwijgt: Nee, hij is niet de koning van de politiek, niet de machtspoliticus die zijn eigen positie veilig stelt door anderen klein te houden of te manipuleren. In zijn buurt hoeft niemand bang te zijn, ook de machthebber niet.\ \ Ik kijk verder, en ik zie onder het kruis ook een groep soldaten staan. Voor hen zit het karwei erop. Jezus is voor hen iemand uit het joodse verzet. Een terrorist dus, die hier nu hangt tussen twee andere terroristen. Ze herinneren zich hoe ze er op uitgestuurd werden om Jezus op te pakken, hoe ze aan iemand uit de organisatie om Jezus heen, een zekere Judas, geheime informatie hadden kunnen ontfutselen over waar Jezus was. In de nacht waren ze naar die geheime plek gegaan, met een grote groep, en zwaarbewapend: Een professionele soldaat weet immers dat hij op alles voorbereid moet zijn. Je kunt nooit weten of de informatie van Judas wel klopt, en of die terrorist je daar niet staat op te wachten of in een hinderlaag lokt. Maar toen ze Jezus arresteerden bood hij geen verzet, en nu hangt hij aan het kruis. Een gevaarlijke klus is tot een goed einde gebracht. Ze kunnen zich bijna niet meer voorstellen dat ze ooit bang geweest zijn, en ook zij kunnen opgelucht spotten: "Ben jij nou een koning? Moeten we voor jou bang zijn?"\ \ En Jezus blijft zwijgen: Hij is niet de koning van de wapens, de koning die regeert door angst te zaaien. En hij heeft nooit de wapens opgepakt, en zijn leerlingen verboden om dat wel te doen, want, zo zei hij toen ze hem kwamen arresteren: "Wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard omkomen."Zijn hart was al een hart van vrede, de duivel van het geweld was al verslagen\ \ En dan is er de misdadiger naast Jezus. Hij kijkt naar Jezus en ziet iemand die net als hij zelf, niet uit handen van de overheid heeft kunnen blijven. Ze zeggen van moordenaars wel eens dat de eerste twee moeilijk zijn, daarna wordt het steeds makkelijker. Dan word je cynisch: het maakt me allemaal niet meer uit, het gaat in het leven toch maar om één ding: Dat je pakt wat je pakken kunt, aan geld, aan genot. Dat doet toch iedereen? Heel slimme jongens doen dat legaal, door zo fraude te plegen dat je net door de mazen van het net glipt. En wij gewone jongens moeten het doen met roofovervallen, en dan moet je soms iemand omleggen. En jij Jezus, hebt dat misschien met wat mooie praatjes gedaan, maar eigenlijk ben je net als ik. Mooie bevrijder ben jij! Je net zo gevangen laten zetten als ik, en nu net zo vastgebonden aan het kruis als ik. Ben jij nou een bevrijder?\ \ En weer zijgt Jezus. Hij wilde juist van dat cynisme ons bevrijden: Dat wij mensen tot meer in staat zijn dan egoïsme alleen, dat je als mens te klein leeft, niet koninklijk genoeg, als je alleen bezig bent met jezelf, met grijpen naar waar je klauwen bij kunnen, met leven voor je bezit of je genot.\ \ En dan is er tenslotte die andere misdadiger, de man die we de goede moordenaar’ zijn gaan noemen. Het doet hem iets dat hier een onschuldige gekruisigd is, zijn geweten is niet zo verdord dat het dat niet meer raakt. Hij heeft van Jezus gehoord, dat hij hoop levend houdt, voor goeden en slechten. Hij roept de hulp in van de machteloze man naast hem, die hem niets te bieden heeft voor deze wereld, die net als hij met handen en voeten vastzit aan het kruis, die net als hij met handen en voeten gebonden is aan hetzelfde leven en dezelfde pijn, en dezelfde doodsangst kent. Maar bij deze moordenaar brak het vermoeden open “Deze mens is majesteitelijk in zijn liefde voor mensen. Deze mens draagt als een ware koning het lot van de minsten uit zijn volk. Deze koning is dienaar bij uitstek geworden. Dit is werkelijk de koning van die andere wereld, de komende wereld. Jezus, denk aan mij als jij in jouw koninkrijk aangekomen bent.”

Hij heeft een goede vraag gesteld. Zijn bede, zijn kyrie eleison , is het enige waar Jezus op ingaat: “Vandaag nog zul je met mij in het paradijs zijn. Deel in mijn Pasen.”

Zoeken in Preken Online