Ik heb jaren geleden een cartoon gezien van een baby op een troon, met een kroontje een beetje scheef op het hoofdje. Die troon stond midden in de huiskamer en het onderschrift luidde: hier regeer ik.
Het eigene van cartoons is om enerzijds een stukje werkelijkheid aan te duiden om er anderzijds een beetje de draak mee te steken. Je kunt natuurlijk niet zeggen dat de baby de baas in huis is, maar wel dat het een heel belangrijke plaats inneemt. En baby’s hebben al heel gauw door hoe zij hun “macht” kunnen uitoefenen. Zet het maar flink op een huilen, en de pappa’s en mamma’s schieten als trouwe lakeien overeind om zijne of hare majesteit te bedienen. Tegelijk heeft het iets absurds om een kleine hulpeloze baby af te beelden als een koninklijke figuur.
Vandaag vieren we het feest van Christus Koning. Dat is eigenlijk ook een soort cartoon, of meer nog een karikatuur. Het duidt op een stukje werkelijkheid en tegelijk wordt het een beetje belachelijk gemaakt. Een mens met een kruis als troon en een doornenkrans als kroon, koning noemen is op wrede manier de spot drijven met die mens. Dat gebeurde daar op de Calvarieberg in feite ook.
Een mens die hulpeloos aan het kruis hangt is het symbool van onmacht en koningen worden toch algemeen gezien als dragers van macht. Het koningschap wijst op een hoogstaande positie, in feite de hoogste positie in een mensengemeenschap.
Het feest van Christus koning stamt uit de tijd dat de pausen nog een tiara droegen: de drievoudige kroon. De onderste kroon symboliseerde de koninklijke macht, de middelste kroon stond voor de keizerlijke macht, een trapje hoger dus. Maar de derde en bovenste kroon zei: maar als paus ben ik de top, ik sta boven jullie allemaal. Eigenlijk is dat achteraf bezien ook een wrange karikatuur.
Jezus’ boodschap heeft niets te maken met macht, “Ik ben niet gekomen om gediend te worden maar om te dienen” heeft hijzelf gezegd en dat was precies zijn positie, niet aan de top maar gewoon tussen de mensen als dienende medemens. En daar precies ligt Jezus’ koninklijke waardigheid: Je ziet in de evangelieverhalen op vele plaatsen zijn zorg en aandacht met name voor hen die het moeilijk hadden: zieken en gehandicapten, maar ook de buitenbeentjes en verschoppelingen.
Daarom is Christus Koning, hoe goed bedoeld ook, eigenlijk een heel verkeerde naam. Christus dienaar, zou een veel betere titel zijn geweest. Zoals hij zelf zei: wie de eerste wil zijn in het koninkrijk van God, moet de dienaar van allen zijn.
In de kerken bestaan gelukkig niet meer die middeleeuwse toestanden van belangenverstrengeling tussen geestelijke en wereldlijke macht en toch spelen machtsverhoudingen nog vaak een grote rol en komt het dienende karakter van de kerken nog dikwijls in de verdrukking.
Je dienstbaar maken aan anderen, zorg hebben voor anderen, dat is in feite het wezen van het christendom. Dat wordt heel duidelijk vertolkt in het evangelie dat in andere jaren gelezen wordt op deze dag. De bekende tekst van: toen ik honger had, heb je me te eten gegeven, toen ik dorst had, heb je me te drinken gegeven. Toen ik ziek was, heb je me opgezocht. Wat je voor de minsten van de mijnen doet, doe je voor mij.
Een baby op een troon duidt niet op macht maar wel op de belangrijkheid van goede zorg en aandacht, en in wezen op de liefde van de ouders, die alles voor hun kinderen over hebben.
Zo heeft ook het feest van Christus Koning niets met macht te maken, maar wel met die belangrijke en fundamentele christelijke opdracht om je dienstbaar te maken aan de mensen met wie je het leven deelt, vooral aan hen die, juist als een baby, zich hulpeloos voelen het leven nog niet of niet meer op eigen kracht aankunnen. Dat kleine kinderen hulpeloos zijn, vinden we heel gewoon, en meestal wordt de nodige hulp met veel liefde gegeven. Maar ook volwassenen, jongeren en ouderen, hebben soms hulp nodig, en dan is het te hopen dat velen die Koninklijke weg van de dienstbaarheid kunnen en durven gaan.
Christus Koning C (2007)
C-cyclus · Tijd door het jaar · Christus koning · wit