Lieve mensen,
Hoe word je koning ? Bij ons ligt dat in de grondwet vast. In de Bijbel gaat dat heel anders. Denken we maar aan de keuze van de kleine jonge herder David tot koning; we kennen het verhaal. God laat zijn oog op hem vallen en vervolgens wordt hij tot koning gezalfd. Dat was het gebruik toendertijd. Iemand werd pas koning door een zalving met heilige olie. Zonder zalving geen koning. Die zalving wilde zoveel zeggen als: God gaat ermee akkoord, het staat erachter, Hij staat er borg voor dat jij koning bent. Dat is belangrijk om te weten waar je staat nl. dat je als koning niet naast je schoenen gaat lopen. Voor de Joden was God de eigenlijke koning en als er dan toch een mens koning werd genoemd dan altijd als dienaar, nooit als almachtige heerser, altijd in dienst van het volk en van God. Als je het wil dus een inperking van de macht. Maar terzelfdertijd ook een bevestiging van goddelijke waardigheid. Door de zalving met heilige olie kreeg iemand Gods Geest mee: kracht, wijsheid, inzicht, moed, liefde kortom, alle gaven van de Geest, nodig om zijn taak op een koninklijke wijze te volbrengen.
Ik moet altijd aan die tekst over de zalving van David tot koning denken wanneer ik een kindje bij het doopsel mag zalven of wanneer ik jongens en meisjes zie gevormd worden door de vormheer. Bij het maken van een kruisje met het chrisma op het hoofdje van de dopeling zeg ik dan altijd: “vroeger werden koningen en koningen gezalfd opdat ze in staat zouden zijn te doen wat van hen verwacht wordt. Vandaag is dit kindje hier in ons midden koning (of koningin wanneer het een meisje is). Moge Gods Geest door deze zalving op dit kindje rusten opdat dit kindje staande kan blijven in dit leven en het een flinke mens mag worden; iemand waar wij naar opkijken. En dan zie ik meestal de ouders, peter en meter verwonderd glunderen: ons kind een koning (koningin)? Jawel, en trouwens dat is ook zo: kinderen in zo’n mooi doopkleedje gehuld zien er ook echt uit als prinsen of prinsesjes.
Dus mocht je het niet weten, dan weet je het nu: op elk van uw hoofden staat sinds uw doopsel een kroontje. Dat wordt trouwens nog eens bevestigd in het vormsel.
Ik zit hier dus met een groep koningen en koninginnen voor mij. Het weze u gegund: iedereen is graag koning of koningin. Welke parels staan er op uw kroon ? Wat kan jij op een ‘koninklijke wijze’ ? We zijn allemaal wel ergens de beste in. Maar je mag dan al koning of koningin genoemd worden, het is meer dan een eretitel: je moet er ook naar leven. Er wordt van ons verwacht dat we koninklijk in het leven staan; dat we de gaven van de Geest die we met ons doopsel en vormsel in de zalving gekregen hebben ook echt in ons laten werken. Hoe dat moet, kunnen we het best door te kijken naar Jezus; de koning bij uitstek. Neen, het is geen koning die uit is op macht. Als Hij aan het kruis hangt, zegt men spottend: redt u zelf. Mocht Hij in de ban zijn van macht en heerszucht dan had Hij dit ook wel gedaan. Maar neen, Hij is koning zoals God het wil: op een dienende wijze, solidair met de armen en verdrukten, koning van de naastenliefde, zelfs tot in de dood. Koning is hij, jawel; maar de waarden en de levenshouding die Hij voorstaat zijn zo heel anders dan wat de wereld meestal verstaat onder ‘koninklijk’; vandaar het misverstand dat Hem achtervolgt tot op het kruis. Ze kunnen niet nalaten met hem de spot te drijven. Eén is er die doorheeft wat er aan het gebeuren is: het is de goede moordenaar die aan Jezus vraagt voor hem ten beste te spreken. Waarop Jezus bevrijdende, verzoenende woorden spreekt: “vandaag nog zul je met mij in het paradijs zijn.” Een koninklijk gebaar. Jezus is de koning van de Liefde. Zijn grootheid schuilt in zijn gevende, vergevende liefde. Hij toont hier Gods zelfportret. Geef toe, vergeving gaat hier wel heel ver: zelfs een berouwvolle moordenaar wordt vergeven. Als wij voortaan geroepen zijn op een koninklijke wijze door het leven te gaan, met Jezus als voorbeeld, dan weten we wat van ons verwacht wordt … en dat is niet simpel. De lat ligt heel hoog. Het lijkt iets bovenmenselijks. En toch kennen we allen mensen die zulke koninklijke liefde uitstralen of hebben voorgeleefd. Het zijn de mensen die we in de voorbije maand gedenken of hebben herdacht. We zijn hen dankbaar en kom, laten we proberen verder in hun (koninklijke) voetspoor te treden.