De Gekruisigde is Koning (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · Christus koning · wit

* Het feest van Christus-Koning werd ingesteld in 1925 door Paus Pius XI, die als leuze gekozen had: ”De vrede van Christus in het Rijk van Christus”. Die naam riep gemakkelijk de idee op van macht en zegepraal. De Kerk beschikte toen over bloeiende onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, organisaties… zuilen ! Het was het feest van katholieke bewegingen, die met luide trom en wimpel in stralende uniformen door de straten trokken. Triomfantelijke standbeelden van Christus- Koning werden opgericht. In vele woonplaatsen kreeg het beeld van Christus-Koning een ereplaats.

* Die idee was niet nieuw. Reeds vinden we in het retabel van het Lam Gods van de gebroeders van Eyck een paneel waarop een majesteitvolle Christus, beeld van de Vader, voorgesteld is met tiara en scepter, als byzantijnse vorst, en met de tekst: ”Koning der koningen, Heer der heersers”.\

1. Het voorgelezen evangelie (Lc.23,35-43) laat ons verrassend een andere Christus zien.

Peter Schmidt, de grote kenner is van het “Lam Gods”, zegt in zijn kunstboek “In de handen van mensen” dat we naar Golgotha moeten om de ware Christus te vinden. Juist daar ontvouwt zich het mysterie in al zijn diepte. Lezen we even de kruisscène van Jezus zoals Lucas ze ons biedt:
\

  • Jezus wordt terecht gesteld op de “schedelplaats”, een kale rotsklomp buiten de stadspoort tussen twee boosdoeners. Het volk blijft er staan om toe te kijken, het volk dat Jezus enthousiast op Palmzondag had toegejuicht. Merkwaardig dat Lucas hier niet het Griekse woord “ho ochlos” (menigte, la foule) gebruikt, maar wel “ho laos” (het volk van God). Dat woord gebruikte hij telkens als het ging om Israël met zijn bijzondere zending, het volk dat uitzag naar de Verlosser. - Daarop volgt de spottende reactie van de volksleiders: Als Hij echt de Koning is, dat Hij zichzelf nu maar redt. Kom af van je kruis. De soldaten, die Hem in de morgen spottend met doornen als koning hadden gekroond, en ook een van de moordenaars naast Hem, volgen met dezelfde woorden. Het is de echo van Jezus’ bekoring in de woestijn: dat Hij maar springt van de tinne van de tempel. Of: “Geneesheer, genees uzelf.” Hij moet maar eens zijn almacht voor zichzelf gebruiken.
    \
  • Jezus had aan Pilatus bevestigd: “Ik ben koning, maar mijn rijk is niet van deze wereld… is niet van hier”. Die verduidelijking was genoeg om vrijgesproken te worden. Maar Pilatus was bezweken voor de dreiging van datzelfde volk, en had uit zachte weerwraak de Joden gekleineerd, door in drie talen de reden van de veroordeling op het kruis te laten spijkeren: “Dit is de koning der Joden”. Zo handelt Rome met een Jood die pretendeert koning te zijn. Een les voor dat opstandig volk. Wat het Godsvolk niet erkende, werd door een heiden - Pilatus - onbewust profetisch bevestigd. De Gekruisigde is Koning. Dat is de harde kern van het christelijk geloof. Op het kruis leren we een andere macht kennen, niet deze van de zelfredding, maar de macht van de herstellende liefde: “Vader, vergeef hun want ze weten niet wat ze doen”. “Vandaag nog zal je met Mij zijn in het paradijs.” - “Eens van de aarde omhoog geheven zal Ik allen tot Mij trekken” (Joh 12,32).\

2. “Mijn rijk is niet van deze wereld, … niet van hier”.

  • Jezus had altijd een politiek koninkrijk afgewezen, hoewel zijn tijdgenoten het herstel van het aardse rijk van David hadden gewild. Heel zijn prediking was gecentreerd op de komst van zijn Rijk, dat het Rijk van de Vader was. Hij begon: “De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeer u en geloof in de goede boodschap” (Mc 1,15). Het was een zaak van bekering, iets dat van binnenuit tot stand komt. Dit ongrijpbare liet Hij aanvoelen in zijn parabelen. Hij plaatste de vraag naar het Rijk vooraan in het onzevader: “Uw Rijk kome”. Daar Jezus niet ingreep met militaire hand zoals zij het hadden gewenst, vroegen de Farizeeën later wanneer het Rijk Gods dan toch zou komen. En Jezus antwoordde: ”De komst van het Rijk Gods kunt ge niet waarnemen. Men kan niet zeggen; Kijk, hier is het of: daar is het. Want het Rijk Gods is midden onder u” ( Lc 17,20-21).
    \
  • Het koninkrijk van Jezus is van een heel andere orde. Het is niet zomaar de wereld herinrichten alleen met menselijke middelen, en op basis van puur aardse opvattingen over gerechtigheid, vrede en natuurbehoud. Het marxisme kende reeds dit louter wereldgebonden optimisme, dat uiteindelijk onze diepste vragen nooit vervult. Het gaat om de genezing van de wereld door in die wereld God weer God te laten zijn. Waar de schepping gebrokenheid vertoont door de zonde, kan alles weer heel worden door haar in harmonie te brengen met haar Schepper. Dat is de ware “Shalôm”. Paus Benedictus XVI citeert in zijn Jezusboek de Duitse dichter Reinhold Schneider, die zegt dat dit Rijk gewoon de voortzetting is van Jezus’ leven in wie Hem toebehoren. Als ons hart door Christus wordt geraakt kan zijn kracht zich in ons ontplooien. Daartoe moet Christus ons leven doordringen, “opdat God alles in allen zou zijn” (1 Kor 15,26-28). Dan wordt alles anders.

    * Jezus heeft in de H. Eucharistie, het mysterie van zijn kruisdood, het Rijk Gods in kern ingesteld: “Ik zal het Paasmaal niet meer eten, noch drinken van wat de wijnstok voortbrengt, alvorens het Rijk gekomen is” (Lc 22,16-19). Op het koninklijke kruis krijgen zijn woorden hun volle betekenis: “Dit is mijn Lichaam voor u gegeven” (Lc 22,19). Van hieruit wordt Christus’ koninkrijk geboren.

Zoeken in Preken Online