Met de woelige communautaire spanningen is koning zijn in België misschien niet de meest benijdenswaardige job (alhoewel), maar de manier waarop het evangelie vandaag over het koningschap getuigt, is dat evenmin. We hoorden vandaag hoe omstanders reageerden op de tot de kruisdood veroordeelde Jezus. Het lijkt wel recht uit de boekskes te komen, ik zie het zo al voor me: “exclusief in dit magazine: de laatste minuten van Jezus”. We weten allemaal dat we die verhalen uit die boekskes met een kilo zout moeten nemen, het is niet bepaald gemakkelijk te weten wat er nu echt is of wat er ontsproten is aan de fantasie van de redactie. Ik weet ook niet of het evangelie van vandaag teruggaat op de historische Jezus of gewoon een geloofsgetuigenis is van de evangelist. Uiteindelijk is dat niet zo belangrijk, zelfs in het laatste geval zal de evangelist naar waarheid getuigd hebben van wat het koninkrijk Gods voor hem betekende en in die zin is dit toch wel een mooi verhaal.
Vrome katholieken mogen het dan onbeschoft vinden wat Jezus hier toegeroepen wordt, ik kan het volledig begrijpen en ik zou niet durven zeggen dat ik dat niet zou geroepen hebben. Jarenlang heeft deze Jezus door Palestina getrokken, overal waar Hij kwam werd Hij ontvangen door een massa mensen, in alle uithoeken, zelfs in het verdoemde Samaria, heeft Hij de Blijde Boodschap van Gods liefde voor alle mensen verkondigd. En Hij hield het niet bij woorden: Hij genas zieken en lapte daar zelfs de strikte interpretatie van de sabbatwet soms mee aan zijn sandalen. Als Hij dat allemaal kan, waarom redt Hij dan zichzelf niet uit deze weinig comfortabele situatie? Wat heb je aan een God die je liefheeft maar je toch maar laat wapperen aan een kruis, vastgenageld door leiders van een volk dat je zoveel geholpen hebt? Het zijn keiharde vragen, maar ze worden nog altijd gesteld vandaag. Het zijn de cynische opmerkingen die we te horen krijgen van mensen die niet geloven. Maar het zijn ook de pijnlijke vragen van gelovigen die geconfronteerd worden met hun eigen kruis in het leven. De vragen zijn hard en dwingen ons na te denken over de kern van ons geloof: hoe geloven in een God van liefde in een wereld waar zoveel meer uitingen lijken te zijn van angst, vijandschap, lijden en haat?
Het zou interessant zijn om over deze vragen ons met enkele christenen te bezinnen, niet om een antwoord te vinden dat alle vragen doet verstommen, maar omdat het over de kern van de zaak gaat. Volgens mij ligt de sleutel om deze vragen een plaats te geven in ons leven in het verschil tussen hoe Jezus zijn koningschap invult en hoe wij dat als mensen invullen. Voor ons is een koning iemand met een zekere macht, die zijn volk beschermt tegen van alles en nog wat. Het bijbelse beeld van het koningschap ontkent dat misschien niet, maar legt toch andere accenten. Vooreerst was het God zelf die koning was en als er dan al een koning kwam, dan moest hij delen in Gods voorkeursliefde voor armen en zwakken en recht late geschieden in zijn rijk. Men gebruikte daarbij vaak het beeld van de herder: iemand die de kudde bijeenhoudt, hen leidt naar malse groenende weiden en hen beschermt tegen de vijanden. Jezus zal dit beeld van de herder ook gebruiken. In één van zijn verhalen vertelt Hij dat een goede herder alles schapen in de steek laat om op zoek te gaan naar een verloren schaap. Volkomen idioot naar onze normen. Maar het toont wel dat God en mensen niet altijd op dezelfde manier naar de wereld kijken. Gelukkig maar!!
Achter onze vraag waarom Jezus laat begaan, schuilt impliciet de vraag: “kan Hij zich hier niet uit redden?”. Misschien moeten we, met het verhaal van de goede herder in ons achterhoofd, de vraag ombuigen tot: “wil Jezus zich hier uit redden?”. Menselijk gezien is het antwoord uiteraard ja: tuurlijk wil Hij zich hier uit redden, wie niet?. Maar dan zou Jezus waarschijnlijk Zijn roeping loochenen: Jezus is niet gekomen voor zichzelf maar voor ons. God had er geen enkele nood aan zich te openbaren aan mensen, maar omdat Hij er wil zijn voor ons, heeft Hij het gedaan. Denken we aan het levenseinde van pater Maximiliaan Maria Kolbe. Had de pater zich kunnen redden van de dodelijke injectie? Uiteraard, ze was zelfs niet voor hem bestemd. Wou hij dat? Neen, hij wou zijn leven geven om het leven van een vader van twee kinderen te redden. Wel, als een mens, zij het dan een uitzonderlijk mens, in staat is zijn leven te geven voor een andere, hoeveel te meer zou dan een God die liefde is en die er wil zijn voor mensen, niet Zijn leven geven voor ons allen? Hier zitten we bij de kern van wat Gods rijk is: een toestand waarin God zich geeft aan mensen. Hij had het anders gekund, ongetwijfeld, maar Hij heeft het niet gedaan. Hoe kan je dat anders uitleggen dan een act van een stapelverliefde puber? Dit verhaal zegt ons vandaag dat geloven ons niet verlost van het kruis, maar wel dat we ons nooit alleen moeten weten aan het kruis. Het enige wat daarvoor nodig is, is geloof. Getuige daarvan de tweede misdadiger. Ondanks het kruis, blijft Hij nog vertrouwen op God. Voor de andere misdadiger heeft de mens God overwonnen: zie Hem daar hangen, de gelovige, Hij die gans Zijn leven ten dienste stelde van God. Voor de tweede misdadiger is het nog niet gedaan, is het nog niet zeker wie het laatste woord gesproken heeft. Wellicht zal God na zijn dood hem terug tot leven wekken met Zijn woord.
Dit verhaal gaat voor mij niet zo zeer over die tweede misdadiger maar wel over mezelf. Als ik het kruis in mijn leven ontmoet, in welke logica stap ik dan in: die van de eerste of die van de tweede misdadiger? Is lijden een ontkenning van God of weet ik mij ook in dat lijden gedragen door Hem die weet wat het is om te lijden? Nu kies ik voor het tweede want ik lijd nu niet, ik bid dat ik bij die keuze kan blijven als lijden mijn deel wordt, want dan wordt het veel minder vanzelfsprekend. Bidt u met me mee?