a. Wie is mijn vijand?
“Ik heb geen vijanden”, zei Roel. “Heb je dan wel geleefd?”, vroeg zijn vrouw. De vijand is de andere. Hij komt op mijn terrein en begeert wat ik zelf begeer. Wij zijn meer permissief voor onszelf en meer intolerant voor anderen. Ik kan zonder het te beseffen iemands vijand zijn. “Men maakt geen vijanden door wat men denkt, doch doordat men denkt” (J. Greshoff).
Agressie steekt in elk van ons. Een eigen mening hebben en deze uiten mag. Kan dit zonder de andere aan te vallen en hem of haar het recht te ontzeggen zelf te spreken? Wij staan zo vlug tegenover elkaar, elk in zijn kamp. De spiraal van geweld is begonnen. Er is niet veel nodig om een oorlog te ontketenen tussen individuen, in een buurt, tussen volkeren.
Iemand kan mijn ‘beste vijand’ zijn. Ik kan van hem leren. “Wees uw vijanden dankbaar voor de les in tolerantie, zelfbeheersing en geduld” (Dalai Lama).
Vijanden brengen schade toe, vermoorden familieleden en landgenoten. Hoe kan ik mij wreken en vergelden? In de wet van Mozes is al een ganse weg afgelegd om geweld in te dijken. Het geweld mag niet zwaarder zijn dan het leed dat je treft. Oog om oog, maar geen twee ogen. Tand om tand, maar niet de ganse mond! Deze inperking brengt de vrede niet dichterbij. “Oog om oog leidt uiteindelijk ertoe dat de ganse wereld blind wordt” (M. Gandhi).
b. Liefde voor de vijand? Kan dit?
Hoe ga ik met mijn vijanden om? Jezus spreekt over de liefde tot de vijand. Dit is ongewone taal. Hij doorbreekt de Joodse regel met zijn radicale uitspraak: “Bemin uw vijanden.” Het lijkt utopisch, niet te verwezenlijken, maar Jezus is erin geslaagd. De jonge christengemeente zat in het perspectief dat de eindtijd vlug zou aanbreken. Waarom ruzie maken als de Heer toch spoedig komt? Waarom met getrokken messen tegenover elkaar staan voor de tijd dat wij hier te leven hebben? Dit blijft een actuele vraag.
De oproep de vijand lief te hebben is bij Jezus geen goedkoop sentiment. Hij kiest ervoor omdat God zelf liefde is. Hij geeft de raad te bidden voor de vijanden. Dit is een eerste stap, die veel teweeg brengt. Bidden voor je vijand, hem vernoemen, hem trachten te verstaan, bidden omdat hij wellicht niet weet wat hij doet, al weten bepaalde personen dit maar al te goed.
Dit bidden ‘voor’ kan groeien tot een bidden ‘met’. Samen bidden. Het is een overwinning, wanneer slachtoffers en daders elkaar de hand geven. Dit was de utopie van de stichters van Pax Christi. Pax Christi spoort aan zwaarden tot ploegijzers om te smeden aleer een oorlog uitbarst. Jaren na wapenstilstand en vredesovereenkomsten blijft deze slachtoffers maken, onder meer door granaatbommen en landmijnen.
Jezus’houding was deze van de weerloze, die tegelijkertijd van grote weerbaarheid getuigde. Hij vroeg aan wie hem sloeg “Waarom heb je mij geslagen?” De tweede slag op de wang kan de belager ontredderen. “Breng je vijand ertoe dat hij jou tweemaal meer kwaad berokkent dan hij zich had voorgenomen. Wie slaat, beseft toch dat hij onjuist handelt. Hij verwacht misschien dat de andere terugslaat en hem het kwaad vergeldt. Maar zo blijft het gevecht duren. Door niet terug te slaan en mogelijks een tweede kaakslag te krijgen, kan het slachtoffer de aanvaller doen buigen.” Zo commentarieert Lanza del Vasto de evangelietekst van de andere wang. Het lijkt erop dat Jezus met zijn voorbeelden een provocerende houding aanbeveelt om de agressiviteit van de aanvaller te ontmaskeren. Met geweld word je onmenselijk en beschadigt de geweldenaar zichzelf. De tweede slag op de wang kan de aanvaller totaal uit zijn lood slaan Wanneer hij met het bovenkleed tevens het onderkleed neemt zodat het slachtoffer naakt voor hem staat, ziet de onrechtvaardige misschien in hoe zeer hij de waardigheid van een medemens aantast.
c. Nieuwe blik
Jezus bevestigt de gulden regel, bekend in alle godsdiensten: “Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen.” Hij verwacht echter iets ‘meer’. Hij vraagt dat wij naar de andere gaan vanuit de goedheid van zijn Vader. God kijkt anders naar mensen dan wij denken.
Wanneer we er in lukken onze vijanden te beminnen, brengen we hen misschien tot God. Liefde voor de vijand is zijn genadegave. “Aan U is het te danken wanneer de wapens zwijgen en vergiffenis het wint op haat.” De door God geïnspireerde weerloosheid ‘ondermijnt’ altijd de geweldenaars. Ze is subversiever dan wij vermoeden.