Zoals uw Vader barmhartig ... (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 7e zondag · groen

* Aansluitend bij zijn zaligsprekingen en wee-roepen gaat Jezus nu lijnrecht naar het kernideaal van zijn boodschap: de liefde (Lc. 6,27-38). Het gaat evenwel om een liefde die verrassend anders is dan een liefde die wij ons spontaan en als vanzelfsprekend alleen heel humaan willen voorstellen. Daarin is het christendom origineel en duidelijk onderscheiden van alle andere religies.

  1. Wanneer wij het evangelie bevragen over de liefde, dan zijn aan die liefde twee wezenlijke kenmerken verbonden: die liefde is belangloos en universeel.
  • Ze is belangloos, zonder berekening, onbaatzuchtig, zonder lust om terug te krijgen: gratis. Daar net hoorden wij het: “Als ge alleen bemint, die u beminnen, of alleen weldoet, die u weldoen, wat voor recht op dank hebt ge dan? Dat doen de zondaars ook.” In die geest schreef Paulus: “ De liefde is geduldig en niet jaloers. Ze blaast zich niet op… Ze handelt niet voor de schone schijn… Zij laat zich niet kwaad maken en rekent het kwade niet aan. Alles verdraagt zij,..” (1 Kor. 12,4-7)

  • Ze is ook universeel. Ze sluit niemand uit. Ook niet de vijand, niet de vreemdeling, en evenmin de andersdenkende. We horen het bij Lucas en Mattheus: “Bemin uw vijanden. Doet goed aan wie u haten. Zegen die u vervloeken. Bid voor wie u vervolgen of mishandelen.” (Lc 6,27; Mt. 5,43)

Het gaat om een liefde - zoals we het lezen in de wereldbrief van onze paus Benedictus XVI “God is Liefde” - waarbij “eros” (natuurlijke menselijke genegenheid en lievevrienderij of filanthropie) gezuiverd en verrijkt wordt tot “agapè” (de belangloos schenkende en offerende liefde).

Wie kan dat uit eigen kracht ? – Ik herinner mij hoe in de abdij van de Catsberg een anonieme retraitant op een verfomfaaid en verkleurd bijbeltje naast een tekst van Johannes over de liefde, met potlood erbij geprutst had: “Ik ben de wanhoop nabij, want ik kom er niet toe lief te hebben.” Dat is zeer juist. Zulke liefde ligt blijkbaar niet in de macht van de mens. Liefde is nooit ons bezit.

  1. Willen wij beminnen, dan moeten we die kracht halen uit een diepere stroming, een bron. De bron is Hij die zelf liefde heet: “God is liefde” (I Joh. 4,8,16). God kan niet anders dan beminnen. Daarom is de liefde “uit God” (I Joh. 4,7). We horen het bij Hosea: “Ik zal de gloed van mijn woede niet koelen. Ik zal Efraïm niet ten gronde richten. Want God ben Ik en geen mens.” (Hos. 11,9) Liefde en barmhartigheid gaan samen en zijn het wezenseigene van God. Niet van de mens.
  • De sleutel ligt in die ene zin van Jezus: “Wees barmhartig zoals uw Vader barmhartig is.” (Lc. 6,36) Daarmee diept hij dezelfde zin uit, die Mattheus zo formuleert: “Wees volmaakt zoals uw hemelse Vader volmaakt is.” (Mt 5,48) De volmaaktheid van God is de volmaaktheid van zijn mateloos vergevende liefde, waardoor Hij zegt dat er geen schuld meer is: zijn barmhartigheid.

  • Doch het woord “zoals”(Gr.: kathoos) drukt niet alleen een vergelijking uit, maar verwijst tevens naar een oorzaak, een oorsprong, een uitgangspunt: “Wees barmhartig vanuit uw Vader die barmhartig is.” In diezelfde betekenis zei Jezus tot zijn leerlingen: “Bemin elkaar zoalsIk u heb liefgehad” (d.i. ook: vanuit Mij die u heb liefgehad), en “Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo heb Ik u liefgehad” (d.i. ook: vanuit de Vader die Mij heeft liefgehad). Paulus zal het herhalen: “Zoals de Heer u vergeeft, zo moet ge aan anderen vergeven.” (Kol. 3,13) Vanuit de Heer, die u vergeeft…

  1. Het woord “Barmhartigheid” heeft te maken met “hart” dat in “bermen” komt, dat aan het golven gaat; en met de moederschoot, waar het leven wordt ontvangen en weer afgegeven. Het verwijst naar het diepste in de mens: ons innerlijk raakpunt met Gods aanwezigheid, de invalspoort van zijn goedheid. Onze barmhartigheid is nooit een autonome prestatie; ze leeft enkel in de grote beweging van God naar ons toe en in ons binnentreden in zijn barmhartigheid.
  • Kardinaal Joseph Bernardin aartsbisschop van Chicago, werd in 1993, drie jaar voor zijn dood, onterecht aangeklaagd en wereldwijd verdacht gemaakt van seksueel misbruik op een seminarist. Hij werd er ziek van. Hij zocht de gewezen seminarist op, Steven Cook, die onder druk van hem vijandige mensen, en onder hypnose, zulke leugen had verspreid. Steven bekende zijn enorme vergissing en vroeg om vergeving. Samen hebben zij dan eucharistie gevierd, en op ontroerende wijze elkaar de vredeskus gegeven. Vergiffenis is “pardon”: par-don. We kunnen het maar dank zij een cadeau van God.Vergeven is geen zwakheid. In Gods kracht zijn we ertoe in staat. Barmhartigheid is ons geheim wapen: “Stapel gloeiende kolen van goedheid op het hoofd van uw tegenstander.” (Rom. 12,20) Het verzoenend gebaar van David werd zijn morele zege over Saül (I Sam. 26; 1ste lezing). - De vergevensgezindheid maakt ons tot christen. Ooit zei de politicus André Cools: “Ik moet niet vergeven, want ik ben geen christen.” Hij kende dus het verschil. Ik las in de krant: “De doodstraf houdt de misdaad niet tegen”. Dat is evident. Bepaalde toppolitici zweren vandaag luidop voor de media dat zij nieuwe maatregelen zullen nemen tegen racisme, criminaliteit, terrorisme, vervuiling. Ze zoeken wegen van diplomatie voor vrede in de wereld, maar weigeren tegelijk prompt doch verblind de christelijke wortels van Europa te erkennen. Zo vissen zij achter het net. Zij willen alleen de symptomen van de ziekte bestrijden zonder de ziekte zelf weg te nemen. Het gaat om het hart van de mens, dat alleen maar genezen kan door de terugkeer naar het evangelie.

Zoeken in Preken Online