“Wij zitten in dezelfde boot” zeggen mensen die begaan zijn met de toekomst van onze maatschappij. Het is voor ons dikwijls moeilijk om dat te begrijpen. Dat de honger in Afrika, ook onze honger is, dat de angst en hopeloosheid van de armen in Zuid-Amerika ook onze angst moet zijn. Dat de werkeloosheid van mijn buur ook mijn probleem is. Dat de milieuvervuiling mij niet onverschillig laten kan. Dat de ozonlaag niet alleen het probleem voor enkele geleerden kan blijven. Telkens wordt ons dan weer gezegd: “wij zitten in dezelfde boot'.
Het is voor ons vaak heel moeilijk te begrijpen omdat wij het al zo druk hebben met onze kleine wereld, wij hebben zoveel zorgen om ons eigen klein leventje te regelen. Wij hebben de zorg voor onze kinderen, de zorg voor onze zieken. Het samenzijn in onze kleine mensenkring is vaak al zo moeilijk dat wij ons niet kunnen bezighouden met heel die grote menselijke samenleving. Wij kunnen vaak het woord niet meer horen dat we in dezelfde boot zitten, wij hebben al genoeg aan onze eigen zorgen. In deze boot van menselijke zorgen is Jezus gestegen. De bootbezetting was moe en moedeloos. Zij hadden werkelijk genoeg om hun oren, met de netten en de boot en dan juist komt Jezus en vraagt hun een stuk van de kant te varen, zodat Hij de mensen kan toespreken. Ik kan me niet voorstellen dat Jezus daar een moraalpreek gehouden heeft, dat Hij daar gepreekt heeft hoe het eigenlijk allemaal zou moeten zijn. Neen, Hij zal gepreekt hebben, zoals Hij altijd preekte. Hij heeft hen verteld van Gods zorg voor alle mensen en hoe de mensen zorg voor elkander moeten dragen. Hij heeft hen zo boeiend toegesproken dat zij voor een ogenblik de zorgen van de dag vergaten en zij alles weer in een heel ander licht zagen. Daarom nodigde Hij hen uit: “steek nu in volle zee”, en wat gebeurde er? De boot dreigde onder te gaan wegens de grote hoeveelheid vis. De boot was boordevol. Ja dat horen wij ook dikwijls zeggen: de boot is vol. Dan bedoelen wij: wij hebben geen plaats meer voor de anderen, geen tijd en geen geduld, geen woning en geen levensruimte. Dat was de ontdekking die de vissers deden toen Jezus bij hen in de boot gestegen was. Het alledaagse leven is veel meer dan deze kleine boot. Het leven is daar waar mensen leven en waar mensen voor elkander zorgen. De Kerk zou een toevluchtsoord moeten zijn voor mensen die in nood verkeren.
Wij hebben niets gevangen, klaagden de apostelen, maar Jezus zei: probeer het nog een keer. Wij zullen ook van koers moeten veranderen, niet blijven vastzitten in de moedeloosheid, maar van wal durven steken en een nieuwe koers durven nemen. Wij zullen van levenswijze moeten veranderen in onze families, van levenswijze veranderen om aan de vreemdelingen een plaats te kunnen gunnen waar zij kunnen overleven. Wij zullen het werk moeten herverdelen, en het milieu leefbaar maken. Een veranderde levenswijze omwille van de heelheid van de schepping, omwille van de honger in de wereld. Dit alles dwingt ons tot de bede: “Heer kom in onze boot van de dagelijkse zorgen, dat wij weer moed vatten om van wal te gaan, om de volle zee te kiezen, zonder te weten hoe de vangst zal zijn.” Wij mogen niet in moedeloosheid blijven steken, ook al hebben wij al een hele nacht gezwoegd en niets gevangen. Jezus nodigt ons uit: steek van wal, probeer het nog een keer. Mensenvisser worden wil zeggen: andere mensen boeien en mensen helpen redden om het leven te herstellen. Juist zoals Petrus zullen we het nog maar eens proberen, misschien gebeurt dan het wonder.