Waardoor voelen wij ons geroepen? (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 5e zondag · groen

Het beeld dat in dit roepingsverhaal gebruikt wordt, ‘voortaan zul je mensen vangen’, is in het verleden wel eens al te letterlijk begrepen. In die zin dat de geloofsinhoud en –kwaliteit minder belangrijk leek dan het aantal gelovigen. De geschiedenis zelf heeft het begrip uitgezuiverd. En het overvloedige van de vangst kan nog moeilijk symbool staan voor het hedendaagse religieuze leven.

Toch blijft de boodschap actueel. Misschien nog wel het meest met de woorden : ‘Vaar nu naar het diepe’. Vaar naar de diepten van de mensenzee om te verstaan waartoe je geroepen wordt. Weet dat je door het ongewisse moet om het wezenlijke te vinden. Laat vertrouwen je leiden en durf daarom het vertrouwde los te laten. Wees niet bang. Verdiep je in de tekenen van deze tijd. Zoek telkens weer naar inzicht. Durf daarom te her-denken. Geef gehoor aan het woord, de oproep die tot je doordringt en investeer daarin…

Moeten we in dat verband ook niet ons beeld over de rol van kerk en religie herzien? Welke betekenis kan religie hebben in de hedendaagse samenleving ? Om ons daarover te bezinnen moeten we wat zicht krijgen op de transformatie die religie in de laatste decennia heeft doorgemaakt. Ton Zondervan, lid van de dominikaanse familie in Nederland, analyseert die evolutie. Hij ziet daarbij drie spanningsvelden aan de oppervlakte komen, waaruit nieuwe behoeften onstaan.

In eerste instantie noemt hij de individualisering, met aan de andere kant dan toch de behoefte om ergens bij te horen. Zie maar hoe life-styles navolging krijgen, hoe belangrijk de moderne communicatiemiddelen geworden zijn, enz. Mensen maken deel uit, zij het fragmentair, van verschillende sociale verbanden. Deze horizontale structuur van netwerken, vervangt de vroegere hiërarchische en verticaal geordende verbanden. Precies in dat spanningsveld ontkiemen ‘nieuw-religieuze verlangens’ naar verbinding en heelheid, als verweer tegen de atomiserende krachten.

Op de tweede plaats is er de toenemende globalisering, die de behoefte oproept aan het ‘lokale’. Het grensoverschrijdende brengt oude samenlevingsstructuren evenzeer als machtsstructuren in het gedrang, wat zijn weerslag heeft op hét gezag en de instituties. Zo lijkt voor velen de bestaanszekerheid uiteen te vallen, wat omgekeerd dan weer een verlangen gaat voeden naar het bekende, naar wat dichterbij en overzichtelijk is. Het kleinschalige.

Ten derde is de breed-menselijke ervaring gaan verschralen, onder invloed van steeds meer economische en zakelijke wetmatigheden. We raken vervreemd van onszelf, van onze omgeving en van de hele samenhang. Uit dat gemis onstaat er een honger naar authenticiteit en kwaliteit. Dat wat grond onder de voeten geeft : erkenning en herkenning, oprechte aandacht, onbaatzuchtige betrokkenheid, oog voor het kleine…

Juist waar de samenleving steeds dunnere plekken en leemten vertoont, kan religie vandaag een nieuwe, heilzame betekenis en functie krijgen. Vanuit zijn analyse wijst Ton Zondervan erop, hoe verbindend religie in deze context dient te zijn is. Daarnaast hoort ze zowel voor verdieping en verstilling te zorgen, als de vraag te stellen naar nabijheid en waarachtigheid.

Maar die benadering van een religie is er één die dient ‘geleefd’ te worden, die pas krachtig en geloofwaardig wordt in het bestaan van concrete mensen, op verschillende plaatsen in de samenleving. Wanneer ik de voorbeelden uit mijn inleiding bijeen zocht, viel het me op hoe op de meest ondenkbare plaatsen iemand opduikt, die op een eigen manier mensen in een nieuw verband probeert samen te brengen, daar waar ze dreigen verstrooid te raken, vergeten of overgelaten aan hun lot. Iemand dus die pijnlijke leemten ervaart in onze leefwereld en die vanuit een religieuze of maatschappelijke bewogenheid een net begint te weven om die leemten te dichten.

Ik vraag me af of het niet de roeping is van iedereen die zich vandaag gelovig noemt en van elke geloofsgemeenschap. Dat wij actief verbindingsmensen worden. Ons niet koesterend binnen de eigen kleine kring, maar bewogen door wat mensen ontreddert en onderdak biedend voor wie daarnaar op zoek is. Er niet op uit om meningen en verschillen tegen elkaar uit te spelen, maar veeleer in staat om tegenstellingen met elkaar te verzoenen. Niet gedreven door eigen ambities, maar gegrepen door de honger en de vragen in de ogen van de ander.

Dan ligt in dat evangelieverhaal misschien toch wel een sterke uitdaging, wanneer we ‘vissers van mensen’ verstaan als ‘verzamelaars van mensen’. Zij die voor een samenhang zorgen, tegen de verbrokkeling in. En dat gebeurt waar mensen, elk met hun verhaal, vertrouwen en geborgenheid vinden, waar ze gezien en beluisterd worden, zodat ze, zoals de straatkinderen van Sao Paulo, de scherven van hun bestaan kunnen oprapen en tot een nieuw geheel herschikken

Zoeken in Preken Online